Dwaasheden over koning voetbal en het onderwijs

In de discussie over de staat van het onderwijs worden heftige uitspraken gedaan en grootse beweringen gemaakt. De bijdrage van Jeroen Vanheste (Opiniepagina, 20 februari) slaat werkelijk alles. In een leutig bedoelde parabel over het voetbal toont hij, in zijn beeldspraak blijvend, werkelijk de ballen verstand te hebben van zijn eerste doelwit, het competentiegerichte onderwijs. Nog even los van het feit dat deze onderwijsvorm pas dit najaar - en misschien wel later - ingang vindt, schetst hij een beeld dat bestaat uit de meest platte vooroordelen en gratuite sneren.

Dan komt het universitair onderwijs aan de beurt: ook hier weer een reeks insinuaties die met de werkelijkheid weinig van doen hebben, maar eerder doen vermoeden dat Vanhestes eigen studietijd niet vlekkeloos verliep. Door zijn bijdrage heb ik nu sterk de indruk dat de (cultuur)filosofie in Nederland op grote hoogte bedreven wordt. In ieder geval ver weg van de feiten.

Nee, dan het voetbal, de sport! Die tak is tenminste onbedorven door onderwijs. Alweer etaleert Vanheste hier zijn onwetendheid: ik nodig hem uit de middelbare scholen te tellen die zich profileren met een sportrichting (heel populair) en zich te verdiepen in de explosieve groei van het aantal leerlingen in de mbo-sportopleidingen (CIOS, ooit van gehoord?).

Het succes van het voetbal? Vooral door zeer vroege, systematische en grootschalige selectie van zeldzame talenten. De rest (de grote massa) mag thuis tegen een muurtje schoppen of nog een tijdje meeploeteren in het amateurvoetbal, om zich tot zijn veertigste na elke training vol te laten lopen met lauwe pils. Leuk model voor de maatschappij.