De kunst van het zwerven door de stad

Philip-Lorca diCorcia, Head # 11 (2000) diCorcia, Philip-Lorca

Tentoonstelling : Mapping the City. T/m 20 mei in het Stedelijk Museum, Amsterdam. Dagelijks 10-18 uur. Inl: www.stedelijk.nl

Op de tentoonstelling Mapping the City in het Stedelijk Museum is een aantal prachtige werken te zien. Allereerst de videofilm Miami (2005) van de Amerikaanse kunstenaar Sarah Morris, een hallucinerende opeenvolging van beelden van de ‘Sun & Fun capital of the States’. De film toont een glanzende techno-wereld in verblindend zonlicht. Mensen en dingen, alles is even onwerkelijk, van telefonerende zonnebaders op het strand en eindeloos lange, lege paden in een megasupermarkt, tot soldaten in gevechtspak die een leegstaand flatgebouw besluipen en protserige miljoenenjachten in de haven. De film ontleent zijn kracht voor een belangrijk deel aan de computermuziek van Liam Gillick, met dwingende, stuwende ritmes; beeld en geluid zijn volkomen gelijkwaardig.

Wandelen door de stad is de belangrijkste inspiratiebron voor de Mexicaanse kunstenaar/architect Francis Alÿs. Op een video loopt hij door Londen terwijl hij met een stokje tegen de objecten tikt die hij passeert: spijlen van ijzeren hekken, beton, steen, palen met voetgangerslichten. Zoals kinderen doen, die zich al spelend verbinden met hun omgeving.

Electric Earth van Doug Aitken was de grote sensatie op de Biënnale van Venetië in 1999 en blijkt bij weerzien nog steeds een meesterwerk te zijn. Op acht grote schermen danst een zwarte man met schokkerige bewegingen, alsof hij geëlektrificeerd is, door een verlaten, nachtelijk Los Angeles.

Mapping the City wil een beeld geven van de manieren waarop kunstenaars vanaf 1960 tot nu met de stad omgaan. Twee begrippen dienden hierbij als uitgangspunt: de flaneur (1850) van dichter/criticus Charles Baudelaire en de dérive (ca. 1960) van de oprichter van het Situationisme, Guy Debord. De flaneur observeert al wandelend de stad, zonder deel te nemen aan de gebeurtenissen in de stad. Het doel is het kijken en het ondergaan van beelden, geluiden en geuren. De dérive is een onthechte manier van ronddolen, een techniek om de stad vluchtig te doorkruisen door een aantal van te voren vastgelegde spelregels te volgen, zoals: na iedere tien minuten afwisselend linksaf of rechtsaf slaan. Debord en zijn kompanen beoefenden deze techniek als protest tegen de spektakel- en consumptiecultuur van de stad, en om opnieuw gevoelig te worden voor de indrukken van de stad.

Mooie uitgangspunten voor een tentoonstelling, zeker in combinatie met de werken van Alÿs, Aitken en Morris. Ook de actie van Wim T. Schippers en Willem de Ridder, Mars door Amsterdam (1963), past goed in dit concept. Zes mannen lopen in gezwinde pas van het Centraal Station naar het Rembrandtplein, de mars duurt zeventien minuten. Desgevraagd liet Schippers weten dat „op aanvraag en tegen vergoeding van alle kosten” dergelijke marsen ook in andere plaatsen van Nederland kunnen worden georganiseerd.

Als de tentoonstellingsmaker zich had beperkt tot het-zwerven-door-de-stad-als-kunst, dan had dit een ijzersterke expositie op kunnen leveren. Maar er zijn allerlei werken bij gehaald die helemaal niet in de opzet passen. Het lijkt erop dat men dacht dat de expositie aan importantie zou winnen wanneer er zoveel mogelijk afbeeldingen met stadstaferelen te zien zouden zijn. De fascinatie van Ed Ruscha, Dan Graham en Bill Owens voor het leven in de Amerikaanse suburbs, en de mythische beelden van de Canadees Jeff Wall hebben echter niets met Baudelaire en Debord te maken. Evenmin als de foto’s van inwoners van New York van William Klein.

Het werk van Ed van der Elsken hoort om een andere reden niet op deze expositie. Terwijl de flaneur en de Situationist geen deel hebben aan het leven in de stad, maar er met een observerende, gedistantieerde blik doorheen lopen, zoekt Van der Elsken juist naar contact. Hij trok meestal de aandacht van de mensen die hij wilde fotograferen, en op het moment dat ze reageerden drukte hij af. Dit verleent zijn foto’s een grote directheid en intimiteit, precies het tegendeel van vervreemding en distantie. Valie Export en Martha Rosler gebruikten de stad als het toneel voor feministische acties, wat alweer heel iets anders is.

Met dit alles is het tentoonstellingsconcept dusdanig opgerekt dat het feitelijk niets meer betekent. Wanneer een thema-expositie een duidelijk kader mist, kan nooit een overtuigend verhaal ontstaan.

    • Janneke Wesseling