Weg met chicklit!

In Mrs. Dalloway lezen we over de hoofdfiguur Clarissa, die de bloemen schikt, terwijl haar hoofd gevuld is met een mengelmoes van alledaagse gedachten die voor niemand van bijzonder belang zijn behalve voor haarzelf. Clarissa’s leven is zo’n typisch vrouwenbestaan dat niet meeslepend is en ook niet dieptragisch, maar vooral erg gewoontjes.

Romans weerspiegelen de waarde van levens, zo redeneerde Virginia Woolf, de schrijfster van Mrs. Dalloway. Boeken die zich bezighouden met masculiene waarden, zoals oorlog en voetbal, worden daarom belangrijk gevonden. Boeken die gaan over feminiene waarden, zoals mode en feestjes, worden daarentegen als triviaal afgedaan.

In de ogen van Woolf was het de taak van vrouwelijke auteurs om de obscure vrouwenlevens voor het voetlicht te brengen. De beste manier om dat te doen was volgens haar om aandacht te vestigen op het dagelijkse leven van vrouwen met alle minutieuze details ervan, die in de mannenliteratuur over het hoofd worden gezien.

Daarom lezen we hoe Clarissa Dalloway op een dag in juni haar hoofd breekt over de tafelschikking voor het feest dat ze die avond zal geven. Het hele boek speelt zich af in een enkele dag en de focus van het boek is de gevoelswereld van de hoofdrolspeelster. Mrs. Dalloway is in dit opzicht de voorloper van de moderne ‘chicklit’.

Dat is het genre vrouwen-voor-vrouwenboeken dat nauwgezet verslag doet van het zogenaamd bewogen leven van de vrouwelijke protagonist. De hoofdfiguur is altijd een komisch-neurotische, oftewel infantiele, semivrijgezelle vrouw rond de dertig die zich hartverwarmend onhandig en met veel gevoel voor drama en vooral zelfspot door het leven slaat.

Des te meer de vrouwelijke hoofdpersoon professioneel en intellectueel in haar mars heeft, des te sterker dient te worden benadrukt dat ze in wezen maar een onnozel gansje is. Chicklit-boeken worden zonder uitzondering uitgegeven in kekke kleuren, bij voorkeur fluorescerend roze.

Na het commerciële succes van Bridget Jones’s Diary en Sex and the City heeft het chicklit-genre zo’n vlucht genomen dat de gemiddelde boekhandel nu veel weg heeft van een make-upspiegel, zoals New York Times-columniste Maureen Dowd onlangs opmerkte.

Maar hoe vaak je steenkool ook slijpt, het wordt geen diamant. Vrouwelijke waarden, zoals Virginia Woolf het uitdrukte, zijn immers niet triviaal omdat ze vrouwelijk zijn, maar omdat het vrouwenbestaan van oudsher over onbeduidende zaken gaat, namelijk alledaagse beslommeringen in en rond het huis.

En ook al hebben de hedendaagse chicklit-heldinnen een heuse opleiding en een baan, en beleven ze spannende avonturen, de meest prangende vraag die in de fel gekafte boekjes aan de orde komt is hoe ze Mr. Right of Meneertje Knipperlicht kunnen strikken.

Het lijkt mij dan ook niet terecht om literaire jury’s te verwijten dat sinds Connie Palmen in 1995 geen enkele vrouw de AKO- of Libris-literatuurprijs meer in de wacht heeft weten te slepen, en dat de laatste 22 AKO- en Libris-literatuurprijzen naar mannen gingen. Het probleem is ook niet dat vrouwen minder talent hebben voor schrijven dan mannen.

De Nobelprijs voor de literatuur werd in 2004 zeer terecht toegekend aan de Oostenrijkse schrijfster Elfriede Jelinek, vooral bekend van het boek De Pianiste, dat is verfilmd met Isabella Rossellini in de hoofdrol en bekroond op het filmfestival van Cannes. De prestigieuze Booker Prize is sinds 1995 vier keer door een vrouwelijke auteur gewonnen, en Woolf zelf was een begenadigd schrijfster.

Het echte probleem is dat relatief weinig vrouwen in Nederland een serieuze poging doen om een goed boek te schrijven. In ‘Wie is er bang voor Bridget Jones?’ stelde Herien Wensink op 2 februari in de boekenbijlage van deze krant de vraag waarom intelligente jonge vrouwen oppervlakkige chicklit over uiterlijkheden verkiezen boven mogelijk werkelijk interessante boeken die ze zouden kunnen schrijven.

Volgens Wensink zet de huidige generatie schrijfsters zich af tegen de vorige generatie feministes bij wie het soms leek dat vrouwen niet mooi móchten zijn, wilden ze serieus genomen worden. De focus op uiterlijk en de zoektocht naar mannelijke erkenning van de schrijfsters van chicklit lijkt een statement. Het is zelf verkozen oppervlakkigheid als fier uitgedragen lifestyle, aldus Wensink.

Zo beschouwd zijn de vorige generatie feministes en de nieuwe generatie chicklit-schrijfsters nauwelijks van elkaar te onderscheiden. Beiden zien klaarblijkelijk een spanning tussen brains en beauty, alleen kozen de vroegere feministes ervoor om hun brains te gebruiken, terwijl de huidige generatie schrijfsters uitdrukkelijk voor beauty kiest, oftewel mannelijke erkenning.

Behalve in de literatuur valt ook elders in de samenleving het gebrek aan ambitie van Nederlandse vrouwen op. Rola Nassár, stafmedewerker van het poppodium Paradiso in Amsterdam en jongste bestuurslid van het vrouwenplatform Women Inc., zegt deze maand in het maandblad Red te betwijfelen of vrouwen wel zoveel meer willen.

„Ze willen het gewoon leuk hebben en vinden het eigenlijk wel prima zoals het nu is. Ze willen de strijd helemaal niet aangaan. Ze doen de opleiding die ze leuk vinden en dan zien ze wel. Ze vinden wel dat er meer vrouwen aan de top moeten zitten, maar zelf hoeven ze niet zo nodig.”

Wat is dat toch met Nederlandse vrouwen? Vroeger waren ze veroordeeld tot onbeduidende bezigheden. Nu kiezen ze zelf voor trivialiteit. Is het fear of flying, of zijn ze werkelijk bang dat ze geen vent meer in bed krijgen als ze hun hersens gaan gebruiken?

Rectificatie / Gerectificeerd

In de column Weg met Chicklit (23 februari, pagina 7) staat dat Isabella Rosellini de hoofdrol speelde in de film naar het boek De Pianiste van Elfriede Jelinek. Dit is onjuist. Het was Isabelle Huppert.