Weer koken voor Reve

Erwin Mortier: Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve. De Bezige Bij. 126 blz. € 15,– Erwin Mortier: Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve.De Bezige Bij. 126 blz. € 15,– **---

Erwin Mortier: Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve. De Bezige Bij. 126 blz. € 15,–

Tien jaar geleden, in de zomer van 1997, reisden Erwin Mortier en zijn man Lieven Vandenhaute met Gerard Reve naar zijn vakantiehuis in Zuid-Frankrijk. Ze zouden er negen dagen doorbrengen. Joop Schafthuizen bleef thuis. Hij kwam niet graag op ‘het Geheime Landgoed’, dat er nogal krakkemikkig bij lag. Mortier hield er een dagboek bij, waarin hij beschreef hoe het was om met de 73-jarige Reve onder één dak te vertoeven. Aanvankelijk wist hij niet of hij zijn aantekeningen voor zich moest houden, maar nu, bijna een jaar na Reves dood, achtte hij blijkbaar de tijd gekomen om ze te openbaren.

Zijn aantekeningen, zo meent hij, zouden ‘van belang kunnen zijn voor de nagedachtenis van Gerard Reve en, niet het minst, een diepere appreciatie van zijn oeuvre’ – wat dat dan ook maar moge betekenen. Van die diepe appreciatie blijkt weinig in Avonden op het landgoed. Geen appreciatie voor het werk en al helemaal niet voor Reve zelf. De toon is ironisch tot korzelig, alsof Mortier niets anders had verwacht dan dat Reve het hem en zijn Lieven knap lastig zou maken. En dat blijkt dan ook, op elke bladzijde opnieuw. Reve is veeleisend, drankzuchtig, gierig, racistisch, handtastelijk, egocentrisch, exhibitionistisch en hij stelt het geduld van zijn gasten zwaar op de proef. Omdat hij zich niet wast en steeds in dezelfde, afzakkende (roze) onderbroek rondloopt, gaat hij nog flink stinken ook. Het is duidelijk dat Mortier niet erg te spreken is over het uitstapje. ‘Ik heb van bij onze aankomst het gevoel niet meer te zijn dan een mannequinpop’, schrijft hij verongelijkt. Reve heeft geen oog voor zijn gasten, maar is alleen doende met zijn eigen ‘obsessies, angsten en begeerten.’

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het in Avonden op het landgoed vanaf het begin niet om Reve gaat, maar vooral om Mortier zelf, die toen nog als romanschrijver moest debuteren. Zijn betoog heeft iets dubbelhartigs. Hij leunt graag aan tegen Reves beroemdheid. Dat zal de reden zijn geweest, neem ik aan, dat hij zijn hulp aanbood bij het dokters- en ziekenhuisbezoek dat aan de reis naar het landgoed voorafging. Toch lijkt hem de rol van ziekenbroeder ook weer niet helemaal te liggen. Hij had van de grote volksschrijver meer belangstelling verwacht voor zijn eigen letterkundige aspiraties. Op vrijdag 22 augustus, de vijfde dag van de reis, noteert hij: ‘In de hellende wei beneden laat ik me op een strobaal zakken en verlies de laatste kruimel moed. Ik wil vakantie’. We zouden haast medelijden met hem krijgen. Negen hele dagen van zijn leven opgeofferd aan een schrijver op zijn retour. Gelukkig heeft Mortier er nu, tien jaar later, toch nog een boek aan overgehouden.