We moeten eigentijdser worden

Simon Reinink (40), sinds 1 juni 2006 de directeur van het Amsterdamse Concertgebouw, presenteert dinsdag voor het eerst het nieuwe seizoen.

Simon Reinink foto Leo van Velzen Amsterdam, 24/05/06. Simon Reinink, nieuwe directeur Concertgebouw. Foto Leo van Velzen NrcHB. Velzen, Leo van

U wilde al heel lang directeur worden van het Concertgebouw. Bevalt het ?

„Dat ik het al zo lang wilde worden is een mooi verhaal, maar niet geheel de waarheid. Het is een geweldige baan met zóveel variatie. Het moeilijkste is dat ik soms de prachtigste concerten moet laten schieten, omdat ik naar een ander prachtig concert moet. Gemiddeld haal ik er vier per week. En het Concertgebouw is ook nog een bedrijf met meer dan driehonderd mensen.”

U werkt in de schaduw van uw voorganger Martijn Sanders, die het Concertgebouw in bijna vijfentwintig jaar heeft groot gemaakt.

„Ik heb nooit de ambitie gehad om Martijn ook maar enigszins te evenaren. Ik heb grenzeloze bewondering voor hem, maar ik doe het op mijn manier. Het is een voorrecht op het door hem gelegde fundament verder te bouwen.”

Wat is die eigen manier?

„Ik ben van een andere generatie, tweeëntwintig jaar jonger. Ik heb ook een ander karakter. Maar ik hoop dat het publiek zo weinig mogelijk merkt dat er een nieuwe directeur is. Maar wel dat het publiek verrast en betrokken blijft. Het gaat altijd om de muziek, de artistieke prestaties en de programmering. Daarnaast de kwaliteit van het gebouw en de service.”

Er zal toch ooit wel eens iets veranderen?

„Slechts de helft van de concerten organiseren we zelf, voor de andere helft verhuren we de zalen. We moeten innovatief en breed programmeren en het mag nog breder worden om meer jongere doelgroepen naar binnen te krijgen. We moeten niet alleen in de oudere muziek excelleren, maar nadrukkelijk ook in de eigentijdse muziek vanaf Stravinsky tot vandaag.”

Maar naast ‘klassiek’ toch ook jazz en wereldmuziek, zoals nu? En pop?

„Het publiek associeert ons nog niet als vanzelfsprekend met die andere genre’s. Dat moet gebeuren om meer in de samenleving als geheel te wortelen. Lou Reed is geweest, maar zwaar versterkte muziek is niet geschikt voor onze zaal.”

Komt u dinsdag met eigen initiatieven?

„Voor 2007-2008 nog in beperkte mate, dat seizoen was al voor mijn aantreden in voorbereiding bij artistiek directeur Anneke Hogenstijn, die daarvoor primair verantwoordelijk blijft. Mij past voorlopig bescheidenheid. Ik moet eerst een tijd meedraaien voor ik een aangescherpt oordeelkundig vermogen heb. Ik leer nog dagelijks bij. Maar Anneke en ik sparren regelmatig over ideeën voor het seizoen 2008-2009. Dan willen we een grootschalig evenement optuigen. Daarover zeg ik nu nog iets.”

Hoe is het met uw kennismaking met het internationale muziekleven?

„Het voordeel is dat het gros hiernaartoe komt. Maar elke maand ga ik naar het buitenland, naar collega’s van grote zalen en naar musici die daar optreden. Ik was in onder meer New York, Stockholm, Luxemburg, Brussel, Wenen. Binnenkort naar Athene.”

Economisch heeft u het tij mee, staan de sponsors weer uit zichzelf op de stoep?

„Alle sponsors zijn gebleven, dat was een van de spannendste dingen. Sponsors, donateurs, overheden, besturen vergen allemaal aandacht. Dat vind ik ook leuk. Het Concertgebouw is een zenuwknoop van netwerken. Ik heb wel zorgen over het toenemende cultuuraanbod in de stad en omstreken. Er komen steeds meer zalen. Internet en i-pod betekenen eveneens concurrentie op de vrijetijdsmarkt. Je moet de marketing dan ook goed op orde hebben om de zaalbezetting hoog te houden.”