Wat zeg ik en hoe zeg ik het in het Politieks?

Nu daar waren ze dan, de nieuwe ministers en staatssecretarissen. In de kranten zijn ze ons allang voorgesteld en hoefden we niet meer dan een foto te verdragen, maar op Nederland 2 duurde de bordesfoto vrijwel de hele avond. Veel niksige riedeltjes dus in politiek-Nederlands. Over de vergadertafel: „Het magische karakter is het ovale karakter”; de plannen: „Het is goed om ons niet af te weren van de buitenwereld”; enthousiasme en daadkracht: „Het gaat om jonge mensen, onderwijs is mensenwerk, het gaat om opleidingen”; de saamhorigheidsbezweringen: „dat we met z’n allen moeten uitstralen dat” – zou je echt meteen zo gaan praten als je tot het politieke ambt geroepen wordt?

Zoals gebruikelijk was er één vrouw in een rood pakje bij de bordesfoto, dit keer de nieuwe VROM-minister Jacqueline Kramer, die nog erg onwennig was met camera’s en journalisten en daardoor wel iets innemends had, ze probeerde het zo duidelijk goed te doen.

Ze leek daarin wel een beetje op een van de vrouwen die op RTL4 had besloten mee te doen met het merkwaardige programma Jouw vrouw, mijn vrouw, en die diep onzeker aan haar tijdelijke dochtertje bij het voorlezen vroeg: „Doe ik het wel leuk? Of doet mama het leuker? Leuker zeker…” Wat dat voor mensen zijn die tien dagen lang in andermans huis en gezin gaan wonen? Over de motivatie hoorde je niet zoveel. Dat het anders zou zijn en dat ze daar iets van zouden leren. Tja. Toch was het aardiger om te zien dan al die nieuwe ministers die stommequizjes moesten doen of over een beleidsterrein moesten praten dat ze nog helemaal niet goed kenden en die „heel erg hopen” met ons en met elkaar samen te kunnen werken.

De geruilde vrouwen treffen net als de ministers iets aan dat niet van hen is, niet door hun toedoen zo geworden is, waar ze iets van verwachten dat niet komt, waar ze iets aan willen veranderen, waarvoor ze maar weinig tijd en gelegenheid hebben en waarvoor ze niet al te veel medewerking krijgen.

Net, trouwens, als het stel dat op Nederland 1 in de serie Ik vertrek hun hele hebben en houwen in een container had geladen om een motorcamping in Frankrijk over te nemen. Een Franse motorcamping met allerlei ‘bikers’ erop lijkt beslist op wat sommige van de nieuwe bewindslieden zullen blijken te hebben overgenomen, Ella Vogelaar bijvoorbeeld van Wonen, Wijken en Integratie.

Allemachtig. Waarom wil iemand zoiets hebben? Armoedig, lekkende leidingen, rotzooi en overal motorrijders met tatoeages op elke zichtbare plaats, met eigen gezellige gewoontes zoals daar zijn herrie maken tot laat in de nacht („daarvoor ga je naar een motorcamping”) en de „burning out” van de campingbar is: het blauw zetten van de bar met uitlaatgassen voordat je feest gaat vieren.

Mooi beeld ook voor de nieuwe minister van Verkeer. Die nieuwe minister, Camiel Eurlings, spreekt de taal nog niet, die vond het allemaal „knetterspannend” en joelde: „Je hebt echt zoiets van: damn it, het gaat nu gebeuren.”

De nieuwe campingeigenaren spraken de taal ook nog niet, amper een woord Frans en dan enorme bedragen moeten uitgeven en contracten moeten tekenen. Toen de man een cheque moest afgeven als borg voor de huur van een huis wilde hij graag weten of die cheque ook werkelijk geïnd zou worden, maar hoe vraag je dat nou. „Eh... le cheque... il eh, il est caché?”

Een zinnetje dat onze nieuwe bewindslieden ook nog wel in het Politieks zullen leren uitspreken.

Reageer op deze column via www.nrc.nl/ogen