‘Von Saher is niet rijk, ze moet wel veilen’

Nederlandse musea leggen zich neer bij het feit dat Goudstikker-erfgename Marei von Saher een groot deel van de collectie laat veilen.

Rosan Hollak

Gisteren werd bekend dat Goudstikker-erfgename Marei von Saher meer dan de helft van de 202 schilderijen die zij van de Nederlandse staat heeft teruggekregen bij Christie’s gaat veilen. Ook het beroemde Rivierlandschap met veerpont van Salomon van Ruysdael (1649) dat in het Rijksmuseum hing, zal worden aangeboden op de eerste veiling in New York in april.

Heeft het Rijksmuseum plannen om het schilderij terug te kopen? Peter Sigmond, directeur collecties van het Rijksmuseum, wil er niets over kwijt. „Zelfs als we een bod zouden uitbrengen, zou ik het niet zeggen. Dat hebben we intern zo afgesproken.”

Het verbaast hem niet dat Von Saher een deel van de collectie gaat verkopen. „Ze is vrij om met haar bezit te doen wat ze wil. En de collectie Goudstikker was een handelsvoorraad.” Sigmond had evenwel het liefst gezien dat alle schilderijen in het publieke domein waren gebleven. „Nu zal een groot deel toch in privé-collecties belanden, dat vind ik jammer.”

Ook Karel Schampers, directeur van het Frans Hals Museum in Haarlem, is niet verbaasd dat Von Saher een groot deel van de Goudstikkercollectie verkoopt. „Het is volstrekt terecht. Bovendien heeft ze substantiële bedragen nodig om haar advocaten en adviseurs te betalen.”

Von Saher schreef eerder deze week in een artikel in deze krant op de opiniepagina dat als de Nederlandse regering was ingegaan op eerdere verzoeken om teruggave in 1997, en zelfs in 1950, zij al die adviseurs niet nodig zou hebben gehad. Ben Asscher, voorzitter van de Restitutiecommissie, begrijpt de positie van Von Saher. „Dat de toenmalige staatssecretaris Aad Nuis (Cultuur, D66) in 1997 de claim niet heeft toegewezen, heeft veel schade aangericht. Nu heeft Von Saher veel kosten, en ze is niet vermogend. Ze kan dus niet anders.”

Een van de schilderijen die Schampers vorig jaar heeft moeten afstaan aan de Goudstikker-erfgename is het Portret van Jean La Gouche van de Haarlemmer Johannes Cornelisz Verspronck. Dit schilderij, dat het museum in bruikleen had van het Instituut Collectie Nederland (ICN), zal in New York op de eerste veiling in april worden aangeboden. Schampers wil geen bod uitbrengen. „Het is een mooi werk en past uitstekend in onze collectie. Maar wij hebben op dit moment al tien schilderijen van Verspronck .”

Van groter belang voor het Nederlandse cultureel erfgoed acht Schampers het zestiende-eeuwse paneel Landschap met een episode uit de verovering van Amerika van Jan Mostaert. Ook dit schilderij heeft zijn museum aan de Goudstikker-erfgename moeten afstaan. Of dit werk geveild gaat worden of deel blijft uitmaken van de privécollectie waarmee Von Saher van plan is een rondreizende tentoonstelling te beginnen, is nog niet bekend. Als het wel verkocht wordt, zou Schampers graag zien dat Nederland dit schilderij aankoopt.

Ook het schilderij Het gebed van Tobias en Sara van Jan Steen acht Schampers van ‘eminent belang’ voor Nederland. Het uit twee delen bestaande schilderij hangt op dit moment nog in het Haagse Museum Bredius. De helft ervan is in het bezit van de gemeente Den Haag, de andere helft behoort tot de Goudstikkercollectie. Koos Maarleveld, bestuursvoorlichter bij de gemeente Den Haag, wil alleen kwijt dat hierover „goed telefonisch contact is geweest met vertegenwoordigers van de familie”.