Versterk de troepen in Irak ...

De huidige situatie in Irak lijkt op die in voormalig Joegoslavië. Er is alle reden voor Amerika zich niet terug te trekken, meent Max Boot.

Het Irakdebat begint te lijken op het Joegoslaviëdebat van begin jaren negentig. Weer wordt ons voorgehouden dat het gaat om fanatieke buitenlanders die ten prooi zijn aan oude etnische haatgevoelens, en dat er geen reden is waarom de VS in die onderlinge slachtpartijen betrokken zouden moeten raken.

Vanuit je luie stoel kun je makkelijk zeggen: „Die mensen zijn beesten. We kunnen ze niet helpen.’’ Maar denk je eens in hoe het in 1992 in Los Angeles zou zijn gegaan als de rellen daar wekenlang waren doorgegaan zonder dat de politie of het leger had ingegrepen. L.A. zou een soort Bagdad of Sarajevo zijn geworden waar Angelsaksische, zwarte, Latijns-Amerikaanse en Aziatische benden als gekken tekeergingen.

Het geweld had kunnen overslaan naar heel zuidelijk Californië. En dat is wat er op de Balkan is gebeurd toen de strijd zich vanuit Slovenië verbreidde naar Kroatië, Bosnië en Kosovo. Dat de zaak nog nog verder om zich heen greep is voorkomen dankzij een interventie onder Amerikaans commando.

Nu is de aanwezigheid van Amerikaanse troepen het enige dat verhindert dat Irak, dat al in de greep is van een beperkte burgeroorlog, afglijdt naar een grootschalig conflict à la Joegoslavië. Waarop zulk bloedvergieten waarschijnlijk zal uitlopen, staat in de onlangs verschenen studie Things Fall Apart van Daniel Byman en Kenneth Pollack van de Amerikaanse denktank Brookings Institution. Zij hebben onderzoek gedaan naar recente burgeroorlogen en constateren „dat het gebruikelijk is dat grootschalige burgeroorlogen grote bijeffecten (‘spillover’) hebben [...] die op z’n ergst catastrofale vormen kunnen aannemen’’.

Zij noemen er zes:

Enorme vluchtelingenstromen: „grote groepen verbitterde mensen, bereidwillig kanonnenvoer voor gewapende groeperingen die de burgeroorlog gaande houden’’. Zo hebben Palestijnse vluchtelingen de aanzet gegeven tot conflicten in Jordanië in 1970-1971 en in Libanon van 1975 tot 1990.

Landen waar een burgeroorlog heerst, kunnen toevluchtsoorden worden voor terroristische groepen (Al-Qaeda in Afghanistan) of nieuwe in het leven roepen (Hezbollah in Libanon).

Burgeroorlogen leiden veelal tot radicalisering van naburige bevolkingsgroepen. Zo heeft de genocide in Rwanda halverwege de jaren negentig een burgeroorlog in Congo ontketend, die inmiddels naar schatting vier miljoen levens gekost heeft.

„De ene afscheiding leidt tot de andere’’ – zie Joegoslavië .

Enorme economische verliezen.

„De problemen als gevolg van ‘spillover’ brengen vaak buurlanden ertoe zich in het conflict te mengen – om een einde te maken aan het terrorisme (zoals Israël herhaaldelijk heeft geprobeerd in Libanon), om de stroom vluchtelingen te stoppen (zoals de Europeanen hebben geprobeerd in Joegoslavië), of om een einde te maken aan de radicalisering van de eigen bevolking (zoals Syrië heeft gedaan in Libanon). Het gevolg is dat vele burgeroorlogen uitlopen op regionale oorlogen.

Misschien is het al te laat om de catastrofe af te wenden, maar Joegoslavië heeft laten zien hoe gunstig een doortastende interventie kan uitpakken. De redenen om in te grijpen – om meer troepen te sturen in plaats van aanwezige troepen terug te trekken – zijn nog sterker in Irak, want daar hebben wíj Amerikanen de huidige beroering veroorzaakt, en kunnen wij ons aan de gevolgen niet onttrekken.

Max Boot is columnist. © LA Times/Washington Post