THRILLER

Peter Temple: De gebroken kust. Vertaald door Paul Witte. Cargo, 446 blz. € 19,90

Stilte, bloed en raadsels in Australisch dorp

Aan nieuwe thrillers geen gebrek, aan goede zoveel te meer. De gebroken kust is een verademing. De Australiër Peter Temple schrijft intelligenter en met meer beheersing dan menig actieverslaafde collega en heeft geen wereldcomplotten of gejakker over de continenten nodig om te scoren. De gebroken kust is geen standaardthriller, maar een spannende en ontroerende roman over een politieagent. Geen thriller naar ieders smaak echter: de lezer moet bestand zijn tegen de stilte in het boek.

Joe Cashin kan tegen die stilte. Hij is politieagent en heeft zichzelf overgeplaatst van Melbourne naar zijn suffende geboortedorp Port Monro. Waarom is een raadsel, zoals alles aan Cashin. Als hij ambtshalve de vagebond Rebb van straat pikt en deze inhuurt voor klusjes, leren we langzaam meer, niet meteen over Cashin maar over het bouwen van hekken. Heel rustig slaat de lezer met Cashin en Rebb de paaltjes in de kleigrond en ontwikkelt een gevoel voor beide heren. Met dezelfde rust loopt Cashin later door het lege landhuis waar aggregaat-tycoon en dorpsfilantroop Charlie Bourgoyne door inbrekers voor dood werd achtergelaten. Waarom?

Cashin rijdt van hot naar her om dat uit te vinden. Hij stuit op een wirwar van aanwijzingen, tenenkrommend racisme, ultrageweld, tunnelvisie en nutteloze vergaderingen.

‘Cashin wendde zijn blik af en keek naar de vogels aan de overkant van de straat. Slapen, beetje zitten wiebelen, schijten, ruziemaken.’

Kauwend op zijn pen observeert Cashin de wereld, met begrijpelijk cynisme en periodieke berusting. De man heeft karakter, net als het weidse Australische landschap en de hond van Cashin’s DDT sprayende stiefvader Harry.

‘Harry zette het prieel in de mist. De herdershond stond achter hem, keek naar hem op en ademde de nevel vol vertrouwen in. “Dus de hond wordt opgeofferd?” vroeg Cashin. “Beschouw je dat als collateral damage?”’

Die kuchende hond in het rozenprieel heeft meer karakter dan menig hoofdpersoon in een doorsnee thriller. Voeg daarbij een in bloed gedrenkte finale in Melbourne en het hele genre fleurt ervan op.

Peter Temple: De gebroken kust. Vertaald door Paul Witte. Cargo, 446 blz. € 19,90

Hoofdschuddend door de onderwereld

De thrillers van Reggie Nadelson worden op de achterflap steevast aangeprezen door haar goede vriend Salman Rushdie, wiens loftuitingen men niettemin zonder korrel zout kan nemen. Nadelsons boeken over smeris Artie Cohen, geboren Artemy Maximovich Ostalsky, zijn inderdaad erg goed. Terecht dat haar werk nu in vertaling verschijnt, en onbegrijpelijk dat men middenin de reeks begint. Heelhuids is het vierde boek waarin Artie, inmiddels ex-smeris, zich hoofdschuddend door de onderwereld heen vecht en vrijt, gebukt onder een geloofwaardig gouden hartje en een karrevracht moreel besef.

Artie groeide op in een Moskous KGB-milieu en heeft een navenante hekel aan corruptie, schijnheiligheid en andere sovjetresten. Als zijn geliefde Lily in Parijs halfdood wordt geslagen door ex-Oostblokkers, zoekt Artie naar antwoorden en wraak in de ontstellende wereld van de vrouwenhandel die door ex-Joegoslavische bendes wordt gedreven vanuit Visno, Parijs en Wenen. Aan corruptie en schijnheiligheid geen gebrek in deze hel, volgens Artie een erfenis van de val van de Sovjet-Unie en een kwaad dat door de hele EU woekert.

Nadelson, tevens onderzoeksjournaliste en documentairemaakster, beschrijft de grenzeloze metropool die Europa is geworden in zeer donkere termen. Haar ‘Europolis’ is een anonieme, onmenselijke geldmachine waar de coke snuivende en zwierbollende Europese consument zich vertreedt in bordelen, bewust onwetend van het grote leed dat erachter steekt. “Ik houd van Parijs omdat we allemaal buitenlanders onder elkaar zijn. […] Je zult je hier nooit thuis voelen. Ik houd van dat leven aan de oppervlakte”, vindt zelfs de welzijnswerkster van de seksslavinnen.

Heelhuids is een spannend verslag van de ongelijke strijd van Artie en de Parijse flic Momo tegen open grenzen, onverschilligheid en abject moreel verval. Als Artie de mishandeling van zijn Lily langzaam ontrafelt stuit hij op toevalligheden die in een slechte thriller op een lamme plot zouden wijzen, maar in Nadelsons handen uiteindelijk alles behalve toevallig blijken. Moedwil en misverstand in het donkerste hoekje van Europa, geschreven met nauw verholen verontwaardiging.

Reggie Nadelson: Heelhuids. Vertaald door Ton Heuvelmans. De Geus, 316 blz. € 19,90

De vampier van de Zweedse Bijlmer bijt zich vast

Scenarist John Ajvide Lindqvist debuteerde met de tot dusver vreemdste thriller van 2007, Laat de ware binnenkomen. In de wijk Blackeberg, de Bijlmer van Stockholm, komt in de winter van 1981 een twaalfjarig meisje wonen. Eli heeft een doodsbleek gezichtje, zwarte ogen en haren en ze stinkt afgrijselijk naar geronnen bloed. Al snel is ze het enige vriendinnetje van de twaalfjarige Oskar, een wreed gepest jongetje met begrijpelijke moordfantasieën.

’s Avonds ontmoetten deze twee Zweedse buitenbeentjes elkaar op het klimrek tussen de flats. Eli is, zo weet de lezer sneller dan Oskar, een vampier. Ze woont gedwongen samen met een pedofiel. Die laat ze dingen naar haar seksuele gunsten, in ruil voor de jerrycans vol bloed die de pedofiel tapt uit de ondersteboven gehangen slachtoffers die hij de keel afsnijdt.

Ondanks Eli’s onfortuinlijke dieet en het feit dat ze al twee eeuwen twaalf is, klikt het tussen Oskar en Eli en tussen de lezer en Eli. Een twaalfjarige vampier in een Stockholmse buitenwijk die T-shirts van de groep KISS draagt? Lindqvist komt er in de meeste gevallen mee weg. De existentiële angst van Oskar de puber en Eli de vampier is zo gruwelijk herkenbaar, de seksuele aantrekkingskracht en hopeloze liefde zo navoelbaar, dat deze nieuwe visie op vampirisme een welkome aanvulling op het genre is.

Via Bram Stoker, Ann Rice en Poppy Z Brite is de favoriete horrormetafoor voor menselijke zwakte en ziekte nu dus neergestreken op de betonnen vlaktes van de jaren tachtig. De vampier gedijt er prima en symboliseert uiteraard geestelijk en sociaal verval en de aantrekkingskracht van het ongezonde. Te midden van de orgieën van bloed die Blackeberg op zijn kop zetten (en een sterke maag eisen van de lezer), beleven Eli en Oskar hun onmogelijke liefde in deze krankzinnige variatie op The Graduate en Pyramus en Thisbe.

John Ajvide Lindquist: Laat de ware binnenkomen. Vertaald door Edith Sybesma. Signature, 512 blz. € 19,95

Verder verschenen

Kathy Reichs is ouderwets op stoom in de forensische thriller Gebroken (De Boekerij, € 17,95) waarin antropologe Tempe Brennan een verdacht recent skelet opgraaft bij een archeologische opgraving. Niets nieuws onder de zon, maar de kwaliteit doet denken aan Reichs’ glorieuze debuut Déjà Dead en dat is wel eens anders geweest.

De derde thriller van Michael Robotham, Nachtboot (Cargo, € 19,90), speelt zich af in Amsterdam. Agente Alisha Barba’s vriendin wordt vermoord en blijkt haar zwangerschap te hebben voorgewend. Barba en Ruiz, bekend uit Robothams eerdere boeken, zitten de moordenaars na met hun vragen. Aangenaam complex, veel snelheid en couleur locale: zelfs Rita Verdonk wordt genoemd. Leesvoer voor een intercontinentale vlucht.

Voor interplanetaire vluchten is er De glazen boeken van de dromeneters (Cargo, € 29,90) van Gordon Dahlquist. Deze stoeptegel van 1,2 kilo en 900 bladzijden voert de lezer mee door een naamloze grote stad die zowel Victoriaans als hypermodern is. Dromen worden er gevangen in glazen iPods en dit heeft ontelbare complotten tot gevolg. Fantasievol maar te ondoordacht, alleen geschikt voor fantasy-fans met engelengeduld.