Subsidiariteitsbeginsel is wel een politiek beginsel

In Lex & Libertas (Opiniepagina, 20 februari) laat Frank Kuitenbrouwer een fraai staaltje juridische stemmingmakerij zien. In zijn bijdrage worden de huidige inspanningen van de Europese instellingen en de nationale parlementen met betrekking tot het subsidiariteitsbeginsel weggezet als weinig effectief.

In tegenstelling tot zijn visie, is dit beginsel wel degelijk een politiek beginsel. Het gaat namelijk om de vraag of en op welk niveau opgetreden moet worden. Kuitenbrouwer verwijt het Hof van Justitie beroepen op dit beginsel altijd te verwerpen. Dat is ook niet zo gek: het Hof toetst wel of dit beginsel door de politici in Brussel en Straatsburg wordt nageleefd door te kijken of ze bij hun afweging nagedacht hebben over de vraag of iets door `Europa` opgepakt moet worden.

Een andere benadering zou de rechter laten besluiten of Europees optreden gewenst is. Een vreemde gedachte vanuit democratisch oogpunt. Juist door ook de nationale parlementen te erbij te betrekken vindt de discussie plaats zoals zij gevoerd moet worden: de nationale ministers moeten, mede gevoed door de eigen nationale parlementen het debat over nut en noodzaak van Europees optreden aangaan met het Europees Parlement en de Commissie. De notie dat het Hof wel eventjes verplicht tot Europees cohesiebeleid is ook een verdraaiing van de feiten: de opdracht tot dergelijk beleid staat in het EG-verdrag zelf dat door alle lidstaten democratisch werd goedgekeurd. Het Hof toetst alleen of het gevoerde Europese beleid wel overeenkomt met deze opdracht.