Steeds maar in diezelfde roze onderbroek

Erwin Mortier: Avonden op het landgoed. Op reis met Gerard Reve.De Bezige Bij. 126 blz. € 15,–

**---

Tien jaar geleden reisden Erwin Mortier en zijn man Lieven Vandenhaute met Gerard Reve naar zijn vakantiehuis in Frankrijk. Ze zouden er negen dagen doorbrengen. Joop Schafthuizen bleef thuis. Hij kwam niet graag op ‘het Geheime Landgoed’. Mortier hield er een dagboek bij, waarin hij beschreef hoe het was met de 73-jarige Reve onder één dak te vertoeven.

Zijn aantekeningen zouden ‘van belang kunnen zijn voor de nagedachtenis van Gerard Reve en, niet het minst, een diepere appreciatie van zijn oeuvre’ – wat dat dan ook moge betekenen. Van die appreciatie blijkt weinig in Avonden op het landgoed. Geen appreciatie voor het werk en al helemaal niet voor Reve zelf. De toon is ironisch tot korzelig, alsof Mortier niets anders had verwacht dan dat Reve het hem en zijn Lieven knap lastig zou maken. Reve is veeleisend, drankzuchtig, gierig, racistisch, handtastelijk, egocentrisch en exhibitionistisch. Omdat hij zich niet wast en steeds in dezelfde (roze) onderbroek rondloopt, gaat hij nog flink stinken ook. Mortier is niet erg te spreken over het uitstapje. ‘Ik heb van bij onze aankomst het gevoel niet meer te zijn dan een mannequinpop’, schrijft hij. En Reve is alleen doende met zijn eigen ‘obsessies, angsten en begeerten.’

Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat het in het boek niet om Reve gaat, maar vooral om Mortier zelf, die toen nog als romanschrijver moest debuteren. Zijn betoog heeft iets dubbelhartigs. Hij leunt graag aan tegen Reves beroemdheid. Dat zal de reden zijn geweest, neem ik aan, dat hij zijn hulp aanbood bij het dokters- en ziekenhuisbezoek dat aan de reis naar het landgoed voorafging. Toch lijkt hem de rol van ziekenbroeder ook weer niet helemaal te liggen. Hij had van de grote schrijver meer belangstelling verwacht voor zijn eigen letterkundige aspiraties. Hij vindt het maar niks dat hij constant moet koken en litanieën van zijn gastheer moet aanhoren. Op vrijdag 22 augustus noteert hij: ‘In de hellende wei beneden laat ik me op een strobaal zakken en verlies de laatste kruimel moed. Ik wil vakantie’. Je zou haast medelijden met hem krijgen. Negen dagen opgeofferd aan een schrijver op zijn retour. Gelukkig heeft Mortier er tien jaar later nog een boek aan overgehouden.