‘Provincie heeft reserves nodig’

Het nieuwe kabinet wil 800 miljoen euro weghalen bij provincies. Geen goed idee, zegt econoom Gerritsen. Bij tegenvallers betalen burgers straks de rekening door hogere belastingen.

Het kabinet Balkenende IV wil bij de provincies 800 miljoen euro van hun vermogens afromen, stelt het regeerakkoord. Dat lijkt logisch. Provincies en gemeenten hebben miljarden aan ‘stille reserves’, zo blijkt uit berekeningen van het instituut Coelo (Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden).

Dat geld is niet vrij beschikbaar. De decentrale overheden ontvangen nu alleen dividenden uit hun bezit. De bezittingen staan volgens de boekhoudkundige voorschriften voor de aankoopwaarde op hun balans. De werkelijke waarde ligt meestal veel hoger.

De provincies tekenden vorige week via hun Inter Provinciaal Overleg (IPO) protest aan tegen het voornemen van het kabinet, dat zij omschrijven als een „eenzijdige greep uit de provinciekas’’. aan. Daarin hebben ze gelijk, zo stelt econoom Eduard Gerritsen, die volgende maand in Groningen promoveert op een onderzoek naar de vermogenspositie van de decentrale overheden.

Volgens Gerritsen, ook werkzaam bij het Coelo, is vermogensafroming door de rijksoverheid „geen goed idee’’. Hij vreest dat een aantal provincies in de problemen komt, omdat zij geen overtollige reserves hebben of niet van plan zijn hun energiebedrijven te verkopen. Ze zouden in de situatie kunnen komen dat ze hun belastingen moeten verhogen. Gerritsen wijst ook op vaak moeilijk kwantificeerbare en diverse financiële risico's, waarvoor provincies financieel weerstandsvermogen nodig hebben.

„Bij welke provincies ga je vermogen afromen?’’, vraagt Gerritsen zich af. Hij wijst erop dat provincies als Gelderland, Zeeland, en Noord-Brabant nog grote deelnemingen in energiebedrijven heeft. „,Als je het bij deze provincies weghaalt, bevoordeel je de provincies die al veel verkocht hebben’’, onderstreept hij. Zo hebben Zuid-Holland en Utrecht nauwelijks nog stille reserves. De opbrengsten uit hun activa hebben ze al lang geïnvesteerd. Gerritsen: „,Als je op basis van boekwinsten bij Zuid-Holland geld weghaalt, creëer je dus een probleem. En als je op basis van evenredigheid, zoals bevolkings- of begrotingsomvang afroomt, pak je Flevoland onevenredig hard aan, want deze provincie heeft nooit aandelen in energiebedrijven gehad.’’

Gerritsen is bang dat provincies na afroming van vermogens bij tegenvallers moeten bezuinigen of hun belastingen (opcenten op de motorrijtuigenbelasting) verhogen. Het ministerie van Binnenlandse Zaken gaf onlangs zelf aan dat de financiële ruimte die provincies hebben, zit in de mogelijkheid opcenten te verhogen tot het wettelijk belastingplafond. Decentrale overheden zagen in het verleden van zulke maatregelen af door op eigen vermogen in te teren. Dat zou na afroming niet meer kunnen, omdat hun financiële weerstand dan is afgenomen.

Volgens Gerritsen bestaat ook het risico dat provincies overtollige vermogens te snel en dus inefficiënt besteden om afroming door de rijksoverheid vóór te zijn. De beste oplossing is volgens hem dat het nieuwe kabinet met de provincies overlegt over gezamenlijke investeringsplannen. Dat vindt ook directeur Gerard Beukema van het Inter Provinciaal Overleg (IPO). Hij wijst erop dat de provincies de komende vier jaar ruim 6 miljard euro investeren in zaken als ruimtelijke ontwikkeling, openbaar vervoer, infrastructuur en landelijke gebieden. „Hiervan heeft tachtig procent een nauwe relatie met de inspanningen van de rijksoverheid.’’

De provincies willen volgens Beukema wel praten over een extra bijdrage, in ruil voor meer decentralisatie. Dit moet worden geregeld in bestuursakkoorden die het kabinet binnen honderd dagen met de provincies wil sluiten. „,Maar dat moet dan niet door afroming van vermogens’’, aldus Beukema. „Er is een tegenstrijdigheid: het kabinet zegt te willen decentraliseren, maar wil tegelijk bepalen waaraan provinciegeld wordt besteed.’’