Pieter, en de andere grote beloften van het CDA

Hoorde ik de nieuwe fractievoorzitter van het CDA nou tegen Pauw en Witteman zeggen dat hij, bij onenigheid in het kabinet, zal optreden als ‘gezinscoach’?

Helemaal zeker was ik er niet van. De in eenstemmigheid gekozen nieuweling lijkt me wel een vriendelijke man die zijn heupen trouwens op een sierlijke, bijna dressman-achtige manier weet te bewegen. En hij is ons natuurlijk al jaren voorgehouden als de grote belofte van de christen-democraten. Maar helder formuleren wat hij van plan is? Dat lijkt me niet zijn sterkste punt.

Of was dat misschien juist de reden waarom hij al als Brabantse kajotter werd getipt voor een hoge positie in de politiek?

Wat er wél meteen duidelijk uitkwam, was het zelfbewustzijn van de grootste coalitiefractie. Zoals Van Geel praat over de wijze waarop zijn partij het kabinet in elkaar heeft gezet – christelijk profiel, best denkbare investering in mensen en program, alles wat ons voor ogen stond, en vooral: in de gaten houden of Wouter Bos de halve schatkist niet over de balk gooit – voel je je weer helemaal terug in de twintigste eeuw, toen de christenen er vrijwel permanent alleen voor stonden. We run this country.

De laatste maanden heeft zich om redenen die mij zijn ontgaan in politicologische kringen overigens de enigszins modieuze gewoonte ontwikkeld om premier Balkenende te herijken als de Nederlandse Bismarck. Zolang ik het niet zwart op wit bewezen heb gekregen (‘Nach Canossa gehen wir nicht!’) behoud ik mij het recht op twijfel voor, en sterker: wil ik u blijven verzekeren dat Nederland het ook in de komende vier jaar weer zal moeten doen met een brekebeen aan het hoofd, terwijl de rat in de CDA-bankjes is vervangen door een zachtaardige, aaibare, meer voor het kinderterrarium bestemde hamster.

Maar ik kan me vergissen.

Die ‘gezinscoach’ lijkt me intussen toch wel een serieuze gooi van Pieter. Ik las althans in Het Parool van gisteren:

„Ik zal op mijn eigen wijze doelen verwezenlijken. Als een soort gezinscoach die op de kinderen in het kabinet let.”

Schattige vergelijking. Van Geel als een vader van én Maxime, én Ernst, én Camiel, én Maria, én Gerda, én Piet Hein én Ab, plus uiteraard Jan Peter, en het handjevol staatssecretarissen.

Maar eerlijk gezegd blijft het dan nóg gissen wat hij nou precies bedoelt. Wil hij als ‘gezinscoach’ bijvoorbeeld ook letten op Bert, Ronald, Jacqueline, Ellen, Guusje, André en Eimert, die misschien helemaal niet gediend zijn van een coach van een andere partij, en die dat net als de scherp in de gaten gehouden Wouter gauw zullen zien als roomse bemoeizucht?

Jammer, dat de nieuwe voorzitter zo hamsterig voor de dag komt. In het vraaggesprekje met Het Parool heeft hij z’n achterban eerst beloofd dat hij de drie hoofdthema’s van de verkiezingscampagne (welvaart, zekerheid en respect) hoog zal houden, en dan vervolgt hij: „Die beloften moeten we eerst inlossen. Daarna kijken we verder.”

Is dat voor een tijdpad van vier jaar niet een beetje slordig?

En vlak voor de coach uit de mouw komt heeft hij op de vraag of hij als politicus niet wat onervaren is geantwoord:

„Ik denk dat ik voldoende bagage heb en de eigenschappen bezit om dit werk te doen. Ik zal op mijn eigen wijze doelen verwezenlijken”, enzovoorts. Dus: ‘doelen verwezenlijken als een soort gezinscoach die op de kinderen in het kabinet let’.

Maar als het misgaat en er toch ingegrepen moet worden, zou Pieter dan op Verkeer en Waterstaat meer kwaad kunnen dan Karla Peijs, en zou minister Eurlings bij tussentijdse ruil dan niet de fractiehamer kunnen overnemen?

Want als er nou altijd één grote christen-democratische belofte is geweest, dan Camiel wel.

    • Jan Blokker