Partijen komen en gaan in Zuid-Korea

President Roh van Zuid-Korea stapt uit zijn partij. Hij is uiterst impopulair. Veel vroegere aanhangers zijn al eerder gedeserteerd. Ze zoeken nu naarstig naar een nieuw boegbeeld.

President Roh Mu-hyon van Zuid-Korea stapt uit de regerende Uri-partij. Hij doet dat in een poging om te voorkomen dat ‘Onze Open Partij’ ten ondergaat door de algehele malaise van zijn bewind. Nog geen tien procent van de bevolking steunt hem.

Maar het valt te betwijfelen of de Uri-partij nog te redden is. Al meer dan dertig parlementariërs hebben het zinkende schip verlaten. De oppositionele Grand National Party (GNP) is nu de grootste.

De teloorgang van de Uri-partij is niet uitzonderlijk. Politieke partijen in Zuid-Korea zijn geen lang leven beschoren – gemiddeld zo’n drie jaar. De Uri-partij werd in 2003 opgericht en staat dus nu al iets boven dat gemiddelde.

Deze korte levensduur vloeit voort uit het feit dat Zuid-Korea nog maar een jonge democratie heeft, sinds 1987. De meeste politieke partijen zijn niet geschraagd op ideologische beginselprogramma’s, maar zijn gegroepeerd rond personen. De partijen vormen in feite het thuishonk van aanhangers van presidentskandidaten. Binnen de niet verlengbare presidentiële ambtstermijn van vijf jaar is de rol van de regeringspartij uitgespeeld en moet men zich hergroeperen.

Rohs termijn loopt nog tot maart 2008, maar iedereen maakt zich al op voor de verkiezingen aan het einde van dit jaar. De president en zijn Uri-partij hebben het zwaar te verduren onder de kritiek op hun welwillende houding ten opzichte van Pyongyang – het zogenoemde zonneschijnbeleid – en hun falen de huizenprijzen in toom te houden. Het zwaarst weegt echter het ontbreken van een potentiële presidentskandidaat. De oppositie daarentegen heeft zelfs twee, populaire kandidaten. Onder hen de dochter van de vroegere militaire dictator Park Chung-hee.

De parlementariërs die de Uri-partij verlieten, deden dat niet wegens politieke onenigheid maar omdat ze een winnaar zochten. Het is zelfs heel goed mogelijk dat zij weer bijeenkomen in een grote, liberale alliantie tegen de conservatieve GNP, maar dan wel onder een nieuwe naam en met een nieuw gezicht. Zo’n nieuwe aanvoerder wordt op dit moment naarstig gezocht onder academici, industriëlen en burgerrechtenactivisten. Zelfs een politicus uit het kamp van de tegenstander schijnt aangezocht te zijn. Alles is goed, zolang het maar niet naar Uri ruikt.

De impopulaire Roh is niet van plan in zijn laatste ambtsjaar bij de pakken te gaan neerzitten. Hij wil nog een ontmoeting met de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il en heeft een voorstel voor wijziging van de grondwet ingediend. Om te voorkomen dat het land om de vijf jaar in een machtsvacuüm belandt, wil hij een presidentiële ambtstermijn van maximaal twee keer vier jaar. Hoewel Roh daaraan zelf niets meer heeft, is het twijfelachtig of de oppositie zijn voorstel wil steunen. Mocht de grondwetswijziging er toch komen, dan zal de gemiddelde levensduur van de Zuid-Koreaanse partijen met op zijn minst zeven jaar toenemen.