Onderwijsniveau is wel degelijk te meten

Volgens een kop in deze krant van 16 februari zou het onderwijsniveau niet te meten zijn. De Financial Times meet sinds jaren de kwaliteit van MBA`s af langs onder meer de criteria carrière en ideeënvorming. Carrière wordt gemeten via het salaris dat de afgestudeerde ontvangt, ideeën in termen van samenstelling van het docentenkorps. Met enige aanpassingen kunnen deze criteria ook op het Nederlandse onderwijsbestel toegepast worden. Onderwijs dient een sociaal doel. Dat wil zeggen het gaat er niet (alleen) om te weten hoeveel een leerling cognitief is opgeschoten met een lessenreeks. Vaststellen dat de leerling kennis heeft verworven geeft echter wel een indicatie van de schoolbijdrage aan leerlingontwikkeling. Op basis van het FT-carrièrecriterium kunnen we de basisscholen evalueren op basis van het succes van hun leerlingen op het vervolgonderwijs. Wellicht zegt u dat dit niet kan omdat elke school vanuit een eigen sociale samenstelling werkt. Dat is waar. Maar dat probleem kunnen we eenvoudig oplossen door te meten wat de vooruitgang van de school in dezen is. Heeft men vooruitgang geboekt wanneer men de leerlingen van 2006 vergelijkt met die van 2005? Dezelfde methodiek kunnen we toepassen op het middelbaar onderwijs. Hoe goed doen de leerlingen van elke middelbare school het op het vervolgonderwijs? In beide gevallen kunnen we de cijfers ook vergelijken met Cito-uitkomsten en examenresultaten. Zelfs binnen scholen kunnen we deze `carrièrevergelijking` maken. We kunnen het criterium `ideeënvorming` inzetten door te bezien hoe het lerarenkorps is samengesteld in termen van hoogte van opleiding en korpsdiversiteit. Toegegeven, de door mij voorgestelde methode meet niet hoe goed de leerling kan rekenen of schrijven. Ik durf echter de stelling aan dat naarmate rekenen en schrijven verbeteren leerlingen gemiddeld een grotere kans maken goed te scoren gedurende hun (school)carrière.