Leerkrachten voorspellen even goed als Cito

Hoe komt het toch dat de wetenschap het soms verliest van het gezonde verstand? Die vraag rijst bij het interview met onderwijssocioloog/oud-politicus Paul Jungbluth (NRC Handelsblad, 21 februari).

Jungbluth reageert op het onderzoek ‘Basisschooladviezen en etniciteit’. Daaruit blijkt dat allochtone kinderen in Amsterdam vaker een schooladvies krijgen dat niet overeenkomt met de uitslag van de Citotoets. Ze krijgen soms een hoger, maar vaker een lager schooladvies.

Jungbluth meent dat de lagere adviezen van basisscholen aan allochtone kinderen in Amsterdam het gevolg zijn van de feminisering van het onderwijs. Volgens Jungbluth zijn vrouwelijke leerkrachten ‘te lief’ en leidt dat er toe dat ze allochtone leerlingen uit bescherming een te laag advies geven. Als we deze redenering volhouden, dan delen vrouwelijke rechters uit medelijden softe vonnissen uit en onthouden vrouwelijke artsen hun patiënten bepaalde medicijnen, omdat ze zo’n vieze smaak hebben.

Er zijn betere verklaringen voor het verschil tussen advies en score. Schooladviezen zijn gebaseerd op jarenlange observatie van een kind, terwijl de Citotoets maar een momentopname is.

Daarbij komt dat een schooladvies het resultaat is van een serie afwegingen. De leerkracht kijkt ook naar het doorzettingsvermogen van een kind, zijn leerhouding, taalvaardigheid en de steun van de ouders. Alles op een rij zettend kan de leerkracht tot de conclusie komen dat een lager schooltype meer op zijn plaats is.

Als de adviezen van Amsterdamse leerkrachten aan allochtone kinderen systematisch te laag zijn, zouden die in het vervolgonderwijs moeten ‘opstromen’ naar een hoger niveau. Uit cijfers van de gemeente Amsterdam blijkt dat niet. Allochtone kinderen stromen in het voortgezet onderwijs ongeveer even vaak ‘op’ als ‘af’.

Overigens wordt in al wat ouder, landelijk uitgevoerd onderzoek gesproken van overadvisering van allochtone kinderen. Jarenlang zouden deze kinderen juist ten onrechte een te hoog schooladvies hebben gekregen. Mogelijk zijn de leerkrachten in Amsterdam door ervaring voorzichtiger geworden.

Vanwege het afgewogen oordeel hechten de meeste middelbare scholen in ieder geval nog steeds veel waarde aan het schooladvies. Hun oordeel over de Citotoets wisselt. Sommige scholen verlangen beslist een bepaalde Citoscore. Andere hechten er minder aan of kijken alleen naar de score voor taal. Want de taalvaardigheid van een kind bepaalt in grote mate het succes in het onderwijs.

Het is niet te hopen dat de Citotoets, zoals Jungbluth voorstelt, de enige maat wordt om leerlingen te meten. Niet alleen wordt dan het examenkarakter van de toets versterkt, ook zou het een ontkenning betekenen van de waardevolle inzichten van duizenden leerkrachten.

Mirjam Janssen is auteur van De Kies-een-school-gids, die ouders adviseert over de keuze van een middelbare school.

Het interview met Paul Jungbluth is na te lezen op www.nrc.nl/opinie.