Katja's dagboek

Wat voorafging: Katja zoekt haar gekidnapte hartsvriend Sebastiaan. Samen met Tjalling zwerft zij door een onderaards rijk met vele kamers en beproevingen. In een ruimte vol spiegels is Tjalling ineens verdwenen…

Klifhanger 27 Katja's dagboek illustratie Daan Remmerts de Vries Remmerts de Vries, Daan

„Tjalling?” Ik lag op mijn rug tussen de scherven. Slierten rook dreven als spoken voorbij. Even dacht ik er zelfs een oog in te zien, maar dat was voor ik het wist alweer verdwenen. Er stroomde frisse lucht de kamer in. Ik ging zitten. „Tjalling?” Mijn stem klonk een beetje paniekerig.

Een van de prachtige grote spiegels was stuk, zag ik. En ineens wist ik het weer. Tjalling had zijn hand uit de mijne getrokken. En daarna was er een klap geweest, gevolgd door gerinkel. Ik rende naar de kapotte spiegel toe. „Tjalling?” zei ik voor een derde keer.

Voorzichtig stak ik een hand in de spiegel. Er zat een ruimte achter, een soort hol. Daarin was Tjalling dus verdwenen. Zonder mij! Ik trok mijn hand terug, veegde met mijn schoen wat scherven opzij en ging even zitten om na te denken. Ik zeg het niet graag, maar ik begon toen te huilen. Met mijn hoofd op mijn armen snikte ik het uit. Wat moest ik nu, helemaal alleen? Waarom moest ik alles en iedereen kwijtraken de hele tijd?

In de spiegels om me heen zaten hopen andere Katja’s. Ze huilden net als ik. Daar had ik weinig aan. Ik werd er na een tijdje zelfs een beetje bang van. Als ik opkeek en in mijn ogen wreef, deden zij hetzelfde. Maar wat gebeurde er als ik niet keek? Misschien lachten ze dan wel stiekem naar elkaar.

Was ik soms gek aan het worden?! Ik veegde woest met mijn mouw langs mijn wangen, greep mijn tas en sprong overeind. Vooruit, dacht ik. Ik moest hier weg, en snel ook. Ik zou Tjalling achterna gaan. En als ik hem gevonden had, nou. Zomaar zonder mij vertrekken, wat dacht hij wel.

Het was wel verdomde donker, aan de andere kant van de spiegel. Was er wel een vloer? Voorzichtig stapte ik over de rand. Er knerpte iets onder mijn zool. Het voelde als… een bril. De bril van Tjalling! Op het moment dat ik hem opraapte, klikte er licht aan. Fel licht.

Ik stond in een kleedruimte. Alles om me heen was wit betegeld, de grond, het plafond en de muren. Op de muren hingen drie spiegels – alweer spiegels! – omkranst door gloeilampen. Ervoor was een tafel vol make-up. Ik zag kwasten, bussen haarlak, mascara, pruiken, rouge, oogschaduw in wel vijftien tinten... Zou ik? Nou vooruit, een beetje dan. Snel. Een likje roestbruin, boven mijn ogen. En een beetje lippenstift.

In een van de wanden zat een deur. Ik ging erdoor. Erachter lag een lange, lange gang. Ik kon het einde ervan niet zien. Een vaag roezig geluid bereikte mijn oren. Ik begon te lopen. Het geluid leek sterker te worden. Ineens was ik de gang uit. Ik stond op een podium. Voor mijn voeten lag een zee van gezichten.

Wordt vervolgd