Inkt, drank en geld

Madeleine Rietra (ed.): ‘Geschäft ist Geschäft. Seien Sie mir privat nicht böse. Ich brauche Geld’. Der Briefwechsel zwischen Joseph Roth und die Exilverlagen Allert de Lange und Querido 1933-1939. Kiepenheuer & Witsch, 581 blz. € 34,90

Begin 1933 ontvluchtte de Oostenrijkse schrijver Joseph Roth (1894-1939) Berlijn, waar hij sinds 1920 als journalist werkzaam was. Hij woonde na zijn vlucht in Parijs, maar verbleef ook langere perioden in Amsterdam. In 1939, zou hij, geveld door de alcohol, onder armelijke omstandigheden in Parijs overlijden.

Door zijn veelvuldige bezoeken aan cafés en andere drinkgelegenheden beschikte Roth overal waar hij kwam over een ruim sociaal netwerk van schrijvers, journalisten en kunstenaars. De vele Amsterdamse kroegen vormden voor hem echter niet de enige charme van Nederland. Die lag voor een groot deel in de talrijke Exil-uitgeverijen die sinds 1933 in Amsterdam waren gevestigd.

Eerder zag Aber das Leben marschiert weiter und nimmt uns mit. Der Briefwechsel zwischen Joseph Roth und dem Verlag De Gemeenschap 1936-1939 (1991) het licht. Als vervolg is nu de correspondentie tussen Roth en zijn twee Amsterdamse uitgeverijen Allert de Lange en Querido Verlag verschenen. Bij de twee uitgeverijen zou in de loop van de jaren dertig een handvol boeken van Roth verschijnen, zoals bij Allert de Lange een herdruk van Job 1933– een van de romans waarmee Roth beroemd was geworden –, en bij Querido Tarabas, ein Gast auf dieser Erde (1934).

Roth was een conflictueuze man. De hem betaalde voorschotten waren meestal torenhoog. Uitgevers moesten dikwijls taaie gevechten leveren om de beloofde manuscripten uit zijn handen te krijgen. De eerste brief van Roth aan De Lange, uit juni 1933, is tekenend: ‘ik wacht met ongeduld op de cheque’. Ook in de eerste brief van de correspondentie tussen Querido en Roth is al sprake van een voorschot. In 1935 kwam de klad in de verhouding tussen Allert de Lange en Roth, doordat zijn mecenas Gerard de Lange overleed en zijn opvolgers de financiële touwtjes strakker aantrokken. Een jaar later kreeg ook Querido genoeg van de schijnbaar tot niets leidende voorschotten.

Briefwisselingen als deze bieden een goed zicht op de eerste plannen van een auteur, de beoordeling van de uiteindelijk ingezonden kopij, de verkoop, de vertalingen en de receptie. Bij Roth lijkt het financiële een allesoverheersend aspect, maar andere elementen, zoals de moeilijkheden van een Exil-auteur, maken deze uitgave tot een waardevolle bijdrage aan een belangrijk aspect van de literatuurgeschiedenis tijdens het interbellum.

De inleiding op de brievenuitgave, de noten en de opgenomen bijlagen bieden een enorme rijkdom aan gegevens. Het is enigszins een gemis dat in de inleiding nauwelijks een vergelijking plaatsvindt met de zich deels gelijktijdig tussen Roth en De Gemeenschap ontwikkelende relatie. Datzelfde euvel speelt bij de brieven zelf. De brieven worden chronologisch weergegeven, met achterin een bruikbare lijst van de opgenomen brieven. Het zou eenvoudig geweest zijn in die lijst ook de eerder gepubliceerde brieven met uitgeverij De Gemeenschap op te nemen, zodat er een totaalbeeld zou ontstaan. Deze manco’s nemen niet weg dat met de uitgave van deze briefwisselingen een prestatie van formaat is geleverd die het inzicht in deze roerige periode in de Europese literatuurgeschiedenis vergroot.