India zoekt meestal islamitische daders

De afgelopen jaren is er in India veel geweld tussen hindoes en moslims geweest. De politie lijkt zich meer in te spannen als de slachtoffers hindoes zijn dan als zij moslims zijn.

Een bordeel in Rajasthan. Een werknemer van de spoorwegen die met de noorderzon is vertrokken. Een Pakistaan in Uttar Pradesh met een verlopen visum. Vier dagen na de aanslag op de zogeheten Samjhauta (Vriendschap) Express, de treinverbinding tussen India en Pakistan, heeft de Indiase politie verschillende aanwijzingen, maar blijft het gissen wie de daders zijn. Geen enkele terroristische organisatie heeft de aanslag, waarbij 69 Indiase en Pakistaanse moslims omkwamen, opgeëist.

Ondanks het tijdstip – de aanslag had plaats aan de vooravond van het bezoek van de Pakistaanse minister van Buitenlandse Zaken Khurshid Kasuri – zijn de vredesbesprekingen tussen India en Pakistan niet ontspoord.

Zowel Islambad als New Delhi onthield zich de afgelopen dagen van het uiten van de gebruikelijke beschuldigingen aan elkaar adres. Vandaag vliegt minister Kasuri weer terug naar Islamabad.

Niettemin kwamen via de media in India en Pakistan deze week wel allerlei suggesties naar buiten over de identiteit van de daders. In de hoofdcommentaren in kranten, in de analyses van defensiespecialisten. Het waren voorspelbare reacties. In Pakistan werd al snel verwezen naar rechtse hindoenationalisten die geen vrede willen met de islamitische aartsrivaal. In India gingen de namen van allerlei groepen van jihadi’s de ether in.

Hoewel de slachtoffers moslims waren, gaat de Indiase politie er van uit dat ook de daders moslims zijn. Alle zes tot nu toe gearresteerde verdachten zijn islamitisch. „Maar je moet uitkijken met beschuldigingen”, zegt Nirmalangshu Mukherji, hoogleraar filosofie aan de Universiteit van Delhi en schrijver van een boek over de aanslag op het Indiase parlement in 2002.

„Het gebeurt vaker dat de Indiase politie moslimverdachten aanhoudt na aanslagen, van wie je vervolgens niets meer hoort. Omdat het spoor doodloopt. Wij hebben er onderzoek naar gedaan en de Indiase politie heeft wat dat betreft soms een twijfelachtige reputatie.”

De aanslag van zondag roept bij Mukherji herinneringen op aan de tragedie die deze week exact vijf jaar geleden plaatshad in Godhra in de deelstaat Gujarat. Toen vatte een treinstel van de Sabarmati Express, afkomstig van de heilige stad Ayodhya, vlam en kwamen 59 inzittenden om. Ook toen konden de passagiers, net als bij de Vriendschapexpres, de trein niet verlaten omdat de deuren dichtzaten en de ramen tralies hadden. Alleen waren destijds de inzittenden hindoes en zouden de daders moslims zijn geweest – over de ware toedracht van de brand bestaat echter nog steeds geen uitsluitsel.

Deze treinbrand leidde tot hevige aanvallen van hindoes op moslims in Gujarat, waarbij meer dan duizend doden vielen, vooral moslims. Mukherji zegt: „Na de rellen zijn er 208 mensen gearresteerd: 207 moslims en één sikh. Er is geen enkele hindoe aangehouden. Trek zelf je conclusies over de onpartijdigheid van de politie.”

Vast staat voor Mukherji, en ook andere analisten, dat de organisatie die achter de aanslag van zondagnacht zit, uit is op het verstoren van het vredesproces. Een belangrijk onderdeel van dit proces is het zoeken naar een oplossing voor het conflict rond Kashmir. India en Pakistan hebben verscheidene keren oorlog gevoerd om de noordelijke Indiase deelstaat, waar de meerderheid van de bevolking moslim is.

In Kashmir zijn verschillende terreurgroepen actief, al dan niet met hulp van Pakistan. De vraag is of zij vrezen dat Islamabad het op een akkoordje gooit met Delhi, waardoor Kashmir onder een gezamenlijk bestuur zal vallen, zoals president Musharraf onlangs voorstelde. Proberen zij deze toenadering te verstoren door middel van aanslagen, buiten Kashmir op Indiase doelwitten?

„Je weet nooit wie er achter zit. En omdat er alleen burgerslachtoffers zijn gevallen zal niemand de aanslag willen opeisen. Het doel is sabotage van het vredesproces, het tegen elkaar opzetten van geloofsgemeenschappen”, legt Mukherji uit.

De afgelopen twee jaar zijn er in India op verschillende zogenaamde zachte doelwitten aanslagen geweest. In de voor hindoes heilige plaatsen Ayodhya en Varanasi (voorheen Benares); in Malegao waar dertig moslims omkwamen op weg naar de moskee; in New Delhi op een markt en ook bij een moskee.

„Er lijkt hier sprake van een trend”, zegt de hoogleraar, maar hij benadrukt dat er niets zeker is over de daders. In zowel het Pakistaanse als het Indiase leger zit volgens hem nog altijd mensen op hoge posities die helemaal geen voorstander zijn van vrede. „Onder de militairen zijn veel personen die gebaat zijn bij de status quo. Het geeft ze macht, geld. De rivaliteit tussen India en Pakistan zit bovendien diep in de psyche van sommige mensen, ook van politici.”

Dat beeld wordt bevestigd door uitspraken in het Indiase weekblad Tehelka van B. Raman, een voormalig terrorisme-expert van de Indiase inlichtingendienst. Hij toont zich een fervent tegenstander van het vredesproces. De Indiase premier Manmohan Singh moet volgens hem helemaal niet met de Pakistaanse president Pervez Musharraf praten over vrede zolang Pakistan niet stopt met het steunen van terreurgroepen die in India actief zijn. Daarmee zou India toegeven aan druk via terreur van Pakistan.

Onderzoeker Bibhu Prasad Routray, van het Institute of Conflict Management in Delhi, denkt ook dat de daders in de islamitische hoek gezocht moeten worden. Fanatieke hindoegroepen in India hebben zich in het verleden misschien wel schuldig gemaakt aan rellen waarbij mensen zijn omgekomen, maar ze hebben volgens Routray geen ervaring met bomaanslagen.

Hij zegt ook: „Ik verwacht ook niet dat rechtse hindoegroepen steun hebben gekregen van bijvoorbeeld Indiase veiligheiddiensten. In India kunnen leger en veiligheidsdiensten niet zomaar doen wat ze willen. De regering zit er bovenop. Dat is in Pakistan wel anders, waar de geheime dienst ISI gewoon zijn gang kan gaan.”