Het harmoniemodel

Het nieuwe kabinet steekt veel extra geld in de amateurkunsten. Eindelijk gerechtigheid, vinden ze bij de ‘hermenie’ in Venlo. „Het is waanzin om alleen topkunst te subsidiëren.”

Het Koninklijk Philharmonisch Gezelschap doet mee aan de carnavalsoptocht in Venlo foto’s Vincent van den Hoogen Hoogen, Vincent van den

Ze verontschuldigen zich bij voorbaat. Dat ze niet de mooiste kostuums dragen en niet de beste schmink hebben. Dat ze, in tegenstelling tot andere, rijkere verenigingen, geen kostuums hebben laten maken voor de carnavalsoptocht, maar alles zelf hebben gemaakt. Iedereen heeft twee op maat geknipte lappen gekregen, een rode en een blauwe, en heeft die zelf aan elkaar genaaid. De witte blouses onder de capes zijn ook van eigen hand. Alleen de rode tovenaarshoeden zijn gekocht.

Hun naam, het Koninklijk Philharmonisch Gezelschap Venlo, is chiquer dan hun voorkomen. „We zijn een arme vereniging.” Het gezelschap staat beter bekend als de harmonie of, op z’n Limburgs, de ‘hermenie’. Het orkest bestaat sinds 1822. Het koestert zijn 118 leden. Veel muzikanten zijn van kindsaf aan lid. „Je verlaat geen orkest dat al bijna twee eeuwen bestaat”, zegt trompettist Wim Schreurs. Zelf trad hij in 1974 toe. Hij was toen twaalf jaar oud.

Honderd miljoen euro extra wil het nieuwe kabinet uittrekken voor kunst en cultuur. Daarvan is een aanzienlijk deel bestemd voor amateur- en volkskunst en voor behoud en restauratie van (religieus) cultureel erfgoed. En zo draagt de komende cultuurpolitiek onmiskenbaar een christelijk-sociaal stempel; kunst als bindmiddel in een verbrokkelende samenleving.

In de kunstwereld heeft het voornemen meer geld te besteden aan amateurkunst tot gefronste wenkbrauwen geleid. „Een klein gifbekertje, dat is ontstaan uit Limburgse rancune tegen de Randstad en het gesloten kunstbolwerk”, aldus woordvoerder Bert Holvast van de Cultuurformatie, een nieuw samenwerkingverband van verschillende kunstdisciplines.

Bij de harmonie denken ze daar anders over. „Eindelijk gerechtigheid”, zeggen ze in café In den dorstige Haen waar ze deze maandagochtend worden geschminkt voor de carnavalsoptocht die over anderhalf uur van start gaat. „Den Haag is te lang kortzichtig geweest.”

Ook Wim Schreurs glundert over het voornemen van het nieuwe kabinet: „Heb ik niet voor niets op het CDA gestemd.” Hij is de enige niet in het orkest. Wel klopt hij veelbetekenend in zijn hand. „Eerst voelen, dan zien, zeggen we hier.”

Het Koninklijk Philharmonisch Gezelschap voelt zich in meer opzichten gesteund door het nieuwe kabinet. „De kracht en kwaliteit van de samenleving worden bepaald door onderling betrokkenheid,” schrijven CDA, PvdA en ChristenUnie in het regeerakkoord. En: „Groot is de behoefte aan houvast, geborgenheid en een herkenbare eigen identiteit”. En: „De verbanden die in de vorige eeuw de burgers samen verbonden, doen dat nu minder.”

De harmonie heeft daar geen

last van – integendeel, zij komt juist aan die behoeften tegemoet. Ze biedt houvast; iedere dinsdagavond wordt er gerepeteerd. Ze biedt geborgenheid; vraag dat maar eens aan Harold Roodbeen, klarinettist en lid sinds 1991. Zijn schoonvader, zwager, vrouw en drie oudste kinderen zitten ook bij de harmonie. Zijn twee jongste kinderen, vijf en twee jaar oud, volgen zodra ze op een blokfluit kunnen blazen. Hij grinnikt: „De harmonie is erfelijk”.

Ze verbindt burgers ook. Het beste voorbeeld is de jeugdharmonie. Een succesverhaal, en ze vertellen het dan ook graag. Hoe het gezelschap na de viering van het 175-jarige bestaan in 1997 in het slop raakte. De kas was leeg, het bestuur stapte op, leden vertrokken. „In het jubileumjaar stonden we in de belangstelling, hadden we concerten, tot in de Parijse Église de la Madeleine en Eurodisney toe. Daar wilden de mensen bij horen. Maar toen het feest voorbij was, zocht een aantal leden zijn vertier elders. We gaan niet voor niets repeteren, zeiden ze”, aldus Loes Bartels, secretaris en piccolospeler en lid sinds 1995.

Twee jaar later verhuisde het gezelschap van het centrum, „waar het na zes uur ‘s avonds doodstil was”, naar een woonwijk in Venlo Oost. Daar nodigden ze de buurtbewoners uit voor de vaste repetities. Het werd druk. Daarna gingen ze naar de scholen in de buurt om leerlingen te interesseren voor de harmonie. Die persoonlijke aanpak werkte: de jeugdharmonie telt inmiddels zo’n zestig kinderen, een kweekvijver waar menig andere muziekvereniging jaloers op is.

Welbeschouwd staat de harmonie

model voor het nieuwe christelijk-sociale kabinet. Het woord ‘samen’, dat maar liefst 25 keer in het regeerakkoord staat, valt ook steeds weer in de gesprekken met de muzikanten; samen muziek maken, samen plezier hebben, samen het publiek vermaken, samen de kar trekken. „De essentie van een harmonie is dat je als groep presteert. Je moet het samen doen”, zegt voorzitter Marijke Raaymakers, lid sinds 2001. En ja, ook zij stemde op het CDA.

Raaymakers is misschien wel de vreemdste eend in de bijt. In tegenstelling tot de meeste orkestleden is ze „niet van hier”. Ze werd geboren in Indië, volgde de kunstacademie in Eindhoven en woonde „overal”, voor ze met haar man neerstreek in een dorp nabij Venlo. Daar opende ze een galerie en werd ze bestuurslid van de culturele raad Limburg.

Het is in die raad dat ze inzag dat amateurkunst belangrijk is. „Amateurkunst is de ondergrond waarop kunst kan gedijen. Ontbreekt die basis, dan stort de kunst in elkaar. Het is waanzin om alleen topkunst te subsidiëren, want zonder basis wordt de kunst niet gedragen. Je kunt wel naar een abstract werk kijken, maar als je niet weet waar het vandaan komt, doet het je niets.” Bovendien, zegt ze, zijn veel leden van het Concertgebouworkest en het Rotterdams Philharmonisch Orkest ooit in een harmonie begonnen.

Natuurlijk weet zij ook dat de harmonie een stoffig imago heeft. Soms lachen haar culturele kennissen in de Randstad haar uit. „Als ik in Amsterdam vertel dat ik voorzitter van een harmonie ben, vragen ze of ik gestoord ben. Ze denken dat ik een soort majorette ben, met zo’n rokje aan. Ze maken het belachelijk. Ze hebben geen idee wat het voorstelt.”

Gelukkig, stelt ze, telt het nieuwe kabinet drie bewindslieden van Limburgse komaf. Want kijk, en ze gebaart om zich heen. Het is inmiddels half vier, buiten trekt de staart van de optocht voorbij, binnen zijn de harmonieleden aan het ‘afpilsen’. Immers, zij liepen dit jaar voorop in de stoet, vlak achter de ceremoniemeester. Mensen drinken en dansen, kinderen springen en iedereen is verkleed. „In het westen kennen ze dit leven niet. Daarom is het goed dat er Limburgers in dit kabinet zitten die dit op waarde weten te schatten.”

Toch is samenhorigheid

niet het enige onderwerp van gesprek. Het nijpende geldgebrek waarmee de vereniging kampt, valt minstens zo vaak. „We zijn lang achtergesteld.” Een overzicht leert dat de subsidies inderdaad niet overhouden. In 2006 gaf de gemeente Venlo 8.500 euro, een structurele subsidie. De provincie schonk eenmalig 500 euro. En het Prins Bernard Fonds, waar de harmonie eens in de drie jaar mag aankloppen, droeg 1.400 euro bij aan zes nieuwe klarinetten - die in totaal 6.000 euro kostten. De leden zelf betalen 108 euro contributie.

Het is bij lange na niet genoeg, zegt secretaris Bartels. Een greep uit de kosten. De harmonie betaalt de twee dirigenten en draagt bij aan de opleidingen. Ze huurt een repetitielokaal en geeft een keer per jaar een groot concert in de Maaspoort, dat ruim tienduizend euro kost. En, de grootste kostenpost, ze zorgt ook voor de instrumenten en de uniformen.

In dat opzicht heeft het succes van de jeugdharmonie een wrange bijsmaak. Want door de onverwacht grote en snelle aanwas van nieuwe leden moest het gezelschap de afgelopen jaren ineens veel instrumenten aanschaffen. „We zijn heel dankbaar maar tegelijk heel bezorgd. Want als we straks tussen de 80 en 100 kinderen hebben, redden we het financieel niet”, aldus Raaymakers.

Ook de kosten van de opleidingen stegen. Daar heeft het orkest dan ook het mes in gezet. Tegenwoordig draagt het alleen bij aan de diploma’s C en D, terwijl het voorheen ook de diploma’s A en B mede bekostigde „Wie doorgaat naar diploma C, blijft meestal wel enige tijd voor de harmonie behouden. En haakt hij onverhoopt toch af, dan hebben we niet zoveel kosten aan hem gehad”, aldus Harry Boom, trombonist, dirigent van het jeugdorkest en lid sinds 1982.

Maar het blijft behelpen. Bartels: „We moeten ieder dubbeltje omdraaien.” En dus wordt er naar alternatieve inkomstenbronnen gezocht. Zo verkopen de orkestleden ‘harmoniewijn’ met etiketten die zijn gemaakt door kunstenaars en brengen ze, tegen betaling, serenades. Ook kan men hen inhuren voor grote evenementen, dan staan ze achter de bar, de garderobe en de kassa en halen ze vuile glazen op.

Sinds kort ook is de vereniging actief op zoek naar sponsors. Daartoe trekt Harold Roodbeen langs de bedrijfjes in de wijk, want van andere verenigingen heeft hij gehoord dat die werkwijze effectief is. „Immers, hun klanten zitten in het orkest. Dat schept een band die ontbreekt bij ondernemingen op anonieme bedrijfsterreinen buiten de stad.”

Met de aankondiging dat het nieuwe kabinet meer geld uittrekt voor amateurkunsten, zijn de ogen van de leden nu op Den Haag gericht. Waar gaan ze het geld aan uitgeven? Aan nieuwe instrumenten, zegt voorzitter Marijke Raaymakers resoluut. Ook zou ze een concertreis of een uitstapje voor de jeugd willen organiseren – de zomerkampen zijn jaren geleden weg bezuinigd.

Aan nieuwe uniformen, zegt secretaris Loes Bartels even resoluut. „De huidige uniformen zijn twintig jaar oud, die zijn echt aan vervanging toe. Maar we schuiven de beslissing voor ons uit.” Ze zou graag in 2012 in een nieuw pak lopen, want dan vindt de Floriade in Venlo plaats en bestaat de vereniging 190 jaar.

En, met de blik op een ander gezelschap van jonkvrouwen en ridders dat zich eveneens in café In den dorstige Haen opmaakt voor de carnavalsoptocht: „Het zou leuk zijn als we er dan een beetje goed uitzien.”