Grondwet voor een land, voor de EU een verdrag 1

In zijn bijdrage aan het Europadebat op de Opiniepagina van 20 februari komt de Amsterdamse hoogleraar Eijsbouts tot de slotsom dat `de ambivalente term constitutioneel verdrag zo gek nog niet is` om de zogeheten Grondwet voor Europa mee te omschrijven. Deze conclusie kan worden onderbouwd met de redenering die ik in het Nederlands Juristenblad van 9 februari jl. publiceerde en die als volgt samengevat kan worden.

Het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa is geen nationale grondwet, maar ook geen gewoon verdrag. Het is geen grondwet omdat het zich tot andere staten richt en het kan niet als een normaal verdrag worden beschouwd aangezien het de burgers van de verdragsluitende partijen adresseert in hun hoedanigheid van burgers van de EU.

De vraag hoe de zogeheten Grondwet voor Europa dan wél aangeduid moet worden, kan slechts bevredigend worden beantwoord, indien eerst wordt vastgesteld wat de Europese Unie in juridisch opzicht is. De Europese Unie is geen staat, maar ook geen gewone internationale organisatie. De EU is opgericht als een Unie van burgers en lidstaten en vormt als zodanig een constitutionele internationale organisatie.

De vaststelling dat de Europese Unie een constitutionele internationale organisatie is, brengt met zich mee dat er voor het bestuur van die Unie geen traditionele grondwet vereist is, maar juist een innovatief constitutioneel verdrag. Wanneer een nieuw Verdrag tot vaststelling van een Constitutie voor de Europese Unie op deze wijze opgesteld en geïnterpreteerd wordt, zal het voor de burgers van de lidstaten binnenkort vanzelfsprekend zijn om te zeggen dat je een grondwet nodig hebt voor het bestuur van je land en een constitutioneel verdrag voor dat van de Unie.