‘Er is alle reden om somber te zijn’

Martin Amis schreef over hoe extreme regimes mensen kapot maken.

‘Wie Guantánamo een goelag vindt, weet niet waarover hij het heeft’

Martin Amis: Nachthuis. Uit het Engels vertaald door Jan Pieter van der Sterre. Contact, 256 blz. €22,90

Martin Amis is al jaren een van de toonaangevende Britse intellectuelen met zijn scherpe pen en tong. In zijn jongste roman House of Meetings, zojuist in Nederlandse vertaling verschenen onder de titel Nachthuis, heeft hij het zichzelf wederom niet gemakkelijk gemaakt. Hij beschrijft de lotgevallen van twee broers, die in de nadagen van de heerschappij van Jozef Stalin naar een werkkamp in Siberië worden gestuurd. Alsof de Goelag nog niet genoeg was, weeft Amis er een gecompliceerde driehoeksverhouding met een knap joods meisje in. Geen van drieën komt de ervaringen uit die turbulente periode ooit te boven, zo blijkt gaandeweg in de sombere roman van Amis, die is opgezet als de memoires van een oude Russische man.

Was het niet ongelooflijk ambitieus van u een roman over Rusland te schrijven, verteld door een Rus?

„Ik heb er ook vreselijke moeite mee gehad deze roman te schrijven, meer dan ooit tevoren. Maar het was een interessante worsteling. Het moeilijkste was legitimiteit voor het boek te verwerven. Ik had al eens een roman over de holocaust geschreven (Time’s Arrow, red.) maar dat was vanuit het perspectief van de dader. Dit is vanuit het standpunt van een slachtoffer. Dat is enorm aanmatigend, iets waarop je als het ware het recht moet verdienen. Je kunt als schrijver natuurlijk niet tien jaar in een strafkamp zitten maar je kunt lijden in je studeerkamer en alle schrijvers weten wat dat is.”

Waarom koos u dit thema?

„Die vraag is niet relevant. Het is niet dat je een onderwerp van een lijst plukt. Je bent echt afhankelijk van ideeën die in je worden geboren en die voelen als een roman. Dit boek was eigenlijk bedoeld als een kort verhaal. Maar veel van mijn romans doen zich aan mij voor als korte verhalen. ”

Wat sprak u aan in de Goelag als onderwerp voor een roman?

„Ik houd van extremen. Gewoonlijk spreken schrijvers over het moment van wording van iets. Nabokov spreekt van een gebons. Updike zegt dat zo’n impuls meteen stuit op duizenden punten van weerstand. Bij mij kwam dat gebons toen ik las over die echtelijke bezoeken. Die hebben echt plaats gevonden.”

De mannen in Nachthuis, vooral de ik-figuur, lijken slaven van seksuele verlangens, die nooit vervuld raken.

„Je hoeft geen Freudiaan te zijn om te denken dat alles met seks heeft te maken. Als je iemand vernedert, zit er diepe wijsheid in de tekst van de tatoe die de urka’s (een criminele groep in de kampen, red) dragen: ‘Je mag blijven leven maar je zal niet meer liefhebben’. Er zit een afschuwelijke cynische wijsheid in. Dat is iets waar mijn oren nog dagen later van tolden, toen ik het had gelezen. Je vermogen tot liefde is een belangrijke maatstaf voor de omvang van je ziel. Het is een belangrijk deel van je, je beste deel. Natuurlijk is het dus ook belangrijk in het boek. Lev zegt op zeker moment: ‘Ze namen de liefde van me af omdat ik er zoveel waarde aan hechtte’.”

Zowel Lev als de verteller stralen een geweldige hopeloosheid uit.

„De mensen die memoires over hun kampervaringen hebben achtergelaten, vaak intellectuelen zoals Solzhenytsin, hadden een ongelooflijke levenskracht en integriteit. Mijn opzet was juist de memoires te schrijven van iemand die niet die enorme levenskracht had. Het kampleven doodde hun vermogen tot liefde.”

Het noodlot lijkt eveneens een voorname rol in uw boek te spelen. De hoofdpersonen hebben heel weinig greep op hun eigen leven.

„Het noodlot is een mystiek idee, hoewel we allemaal weten dat het bestaat. Het vette noodlot, zoals Nabokov het noemde. Het noodlot is vaak absurd. Maar het boek gaat er meer over hoe extreme regimes individuen kapot draaien. Wanneer je mensen hun jeugd en waardigheid ontneemt via misbruik van de staatsmacht, misschien wel het ergste voorbeeld uit de wereldgeschiedenis, is dat niet te bevatten. Als mensen zeggen dat Guantanamo een Amerikaanse Goelag is, dan weten ze niet waarover ze het hebben. De schaal van de Russische goelag was zo ontzettend veel groter.”

Krijgen de Russen in zekere zin niet wat ze verdienen? Ze zijn vaak zo passief.

„Ze zijn stoïcijns. Dat is hun traditie. Dat wordt er in geslagen bij hen, de waardigheid van het lijden. Europeanen beschouwen hen vaak als Aziaten. Ze zijn ook barbaars in hun goede kwaliteiten, in hun loyaliteit en andere zaken. In Uruguay ontmoette ik een zekere Igor, een succesvolle Russische zakenman. Ook hij zei: we weten niet of we Europeanen of Aziaten zijn.”

Is het leven werkelijk zo intens somber als u in uw boek schetst?

„Er is alle reden om somber te zijn, denk ik. Voor mij is overigens geen enkel goed boek ooit deprimerend, hoe somber ook. Anders zouden mensen massaal zelfmoord plegen na King Lear. Je komt uit King Lear toch ook zonder de neiging zelfmoord te plegen? Er is dan eerder sprake van een catharsis. Als het goed is, is het afschuwelijke onderwerp onder controle gebleven.”

Totalitaire regimes houden u, getuige uw boeken, erg bezig. Waarom?

„Totalitaire regimes lenen zich per definitie voor satire. Die floreert daarbij. Onlangs begon ik een novelle over een terrorist in Waziristan, een satire over islamisme (de radicale islam, red). Ik vond het zelf geestig en het schreef makkelijk. Maar uiteindelijk gaf ik het toch op. Niet uit vrees voor vergelding maar je kunt dat op het moment niet doen. Ik dacht: hoe geestig is dit nog, wanneer er een smerige bom afgaat? Satire is eigenlijk verdwenen uit de serieuze literatuur. Mensen durven niemand meer te kwetsen en dat moet satire juist wel doen, daar is het voor. Dus moet dit soort werk wachten tot dit allemaal voorbij is, maar tegen die tijd ben ik al dood.”

Ik begreep uit een recent interview met ‘The Guardian’ dat u het gevoel heeft dat u het contact met de Britse samenleving kwijt bent?

„Niet helemaal kwijt maar ik voel me onvoldoende in touch. Ik heb de herschikking in de Britse samenleving niet kunnen bijbenen. Er heeft zich in angstaanjagend tempo een sociale verandering voorgedaan. Ik voel me hier nu minder op mijn gemak dingen uit te spreken die mogelijk van delicate aard zijn dan in Amerika. Daar is de grote verschuiving naar de zogenoemde politieke correctheid over zijn hoogtepunt heen. Het is zo ingewikkeld geworden.”

Doelt u vooral op de verhouding met moslims?

„Ja, de mensen hier proberen de problemen op dat vlak te sussen, terwijl ze intussen steeds sterker anti-Israël en anti-Amerika worden. Ik geloof dat de anti-Israël gevoelens worden gevoed door antisemitisme, een antisemitisme met een zuiver geweten. Palestina is altijd een zorg geweest voor links in Groot-Brittannië. Dat gaat ver terug. Maar de huidige onzekerheid heeft ook te maken met een verlies aan macht. De Britten hebben dat niet goed verwerkt, al deden ze lange tijd alsof het ze niet veel kon schelen. Dat zie je vaker. Ook de islamisten zijn na eeuwen nog steeds woedend over het verlies aan macht van hun oude rijken.”

Overdrijft u niet?

„De aanslagen van 7 juli maakten duidelijk dat het om een heel serieus probleem gaat. Je ziet dat de gemeenschap onder invloed van links bang is hoe de moslims aanstoot kunnen nemen aan de reactie op volgende aanslagen. Er waren demonstranten uit de Britse middenklasse die vorige zomer rondliepen met spandoeken die zeiden ‘We zijn nu allemaal Hezbollah’. Dat soort rare reacties.”

Heeft de Britse samenleving meer samenhang nodig?

„Wanneer je hier in de buurt rondloopt denk je, wat een prachtige multiculturele samenleving. Het heeft iets heel prettigs om een paar woorden te wisselen met je Pakistaanse krantenverkoper. Eigenlijk ben ik zelf ook gek op diversiteit. Maar je moet twee dingen van elkaar onderscheiden. Je hebt multiculturalisme als realiteit en als ideologie. Ideologieën zijn altijd verkeerd. Ze maken je onverschillig voor de realiteit en ze zijn vaak ook gewelddadig. Want het gaat om een illusie en wanneer die illusie op weerstand stuit kun je die niet alleen met je verstand verdedigen.

Je moet dan ook je vuist ballen. Multiculturalisme en politieke correctheid herbergen elk een element van geweld in zich. De vijand is voor hen degene zonder ideologie.”

En vraagt dat niet om meer samenhang?

„Een Pakistaan in Boston kan zeggen: ik ben een Amerikaan en zegt dan iets vanzelfsprekends. Iets soortgelijks kan een Pakistaan in Bradford of Berlijnniet zeggen. We moeten ons transformeren tot een samenleving voor immigranten, zoals Amerika heeft gedaan. Het kan lang duren voor we zover zijn maar het is het beste.”

John Banville over Martin Amis en Nachthuis: www.nybooks.com/articles /19913

Martin Amis: Nachthuis. Uit het Engels vertaald door Jan Pieter van der Sterre. Contact, 256 blz. €22,90