Er gaat een wereld voor je open

Eenentwintigste aflevering van een serie over het leven van bekende en onbekende bomen in Nederland.

Toverhazelaars hebben altijd in het hartje van de winter gebloeid. Foto Sake Elzinga Nederland - Assen - 04-02-2007 Toverhazelaar. Illustratie bij verhaal Koos van Zomeren. Foto: Sake Elzinga Elzinga, Sake

Samen met zijn vrouw Tiny verzorgt hij lezingen met lichtbeelden. Een van hun diaseries begint met kastanjes op de Oude Gracht in Utrecht, de Domtoren op de achtergrond, en eindigt met een boom die zelf zo hoog is als de Domtoren, een sequoia in het Redwood National Park in Californië, 112 meter, de hoogste ter wereld.

Gerrit de Graaff is 73. Hij woont aan de buitenkant van Barneveld en is in zijn leven één keer verhuisd – bij zijn trouwen liet hij een huis naast dat van zijn ouders bouwen. Het heet de Toverhazelaar en er staat een toverhazelaar in de voortuin. Die bloeit in het hartje van de winter. Voetgangers houden even stil om het aan te zien en vervolgen hoofdschuddend hun weg: de aarde warmt wel op! Maar toverhazelaars hebben altijd in het hartje van de winter gebloeid, en niet omdat ze zo vroeg, maar omdat ze zo laat zijn.

Hij was chef van de drukkerij waar de Barneveldse Krant vandaan komt en heeft (nog steeds dus) sinds februari 1964 een natuurrubriek in deze krant. In dat kader behandelde hij eens twee jaar elke week een boom uit de Gelderse Vallei, Geheimen van bomen. Wat voor geheimen?

Een holle linde bij een boerderij bij voorbeeld. Kippen legden er eieren in en een meisje kwam vreselijk klem te zitten toen ze, met het eiermandje aan haar arm, voorover viel. Of een andere, ook een linde toevallig. Die werd aan weerszijden gepasseerd door een tweespan op hol geslagen paarden en vervolgens vol getroffen door de kar die ze meesleurden. Natuurlijk, de geheimen van bomen worden door ménsen verteld.

Dat werd een boek, in 1984. In 1991 volgde, in opdracht van Uitgeverij Boom en de Bomenstichting, het onvolprezen Monumentale bomen van Nederland. En zo zie je zijn werkterrein uitdijen, of (uit een folder over zijn lezingen): ‘Als je de bomen leert kennen, gaat er een wereld voor je open.’

„Afgelopen september nog”, zegt hij. „Van Johannesburg naar de grens van Zimbabwe, de dikste baobab van Afrika.”

Die hadden ze in mei 1996 ook gezien. Nu dus gedreven door het verlangen naar herhaling. In een ander jaargetij. Met een scherper oog voor details. Holle boom, maar niet vermolmd; ook aan de binnenzijde met schors bekleed. De vloer belegd met vleermuizenmest. De buitenkant beschadigd door olifanten op zoek naar water.

Deze baobab meet 43 meter rond de voet en moet drieduizend jaar oud zijn. Daarmee is hij noch de dikste noch de oudste boom ter wereld. Ergens in Mexico staat een moerascypres die dikker is en in het Bristlecone Pine Forest staan hoog in de bergen dennen die ouder zijn. Daar lag trouwens steeds sneeuw in de weg – het lukte tijdens de vierde reis pas ze te bereiken.

Ook bijzonder: op Maui (Hawaii) een ficus die met zijn kroon een terrein van een hele hectare (met de plaatselijke markt) overspant. Eén stam! Die wordt weliswaar geassisteerd door een stel luchtwortels, maar als je daar staat heb je wel degelijk het gevoel onder één boom te staan.

En op Tasmanië een eucalyptus van 95 meter, niet de hoogste boom (daar hadden we al een sequoia voor), maar wel de hoogste bloeiende plant ter wereld (want de sequoia is een conifeer).

Let wel, al deze bomen hebben ze, Tiny en hij, persoonlijk bezocht en gefotografeerd. En als je nou vraagt of iemand na zoveel bijzondere bomen nog van gewone kan genieten – ja hoor. „Wij houden van alle bomen.”

Hij praat inderdaad met dezelfde warmte over de beuk die hij als kind van een boerenerf heeft gehaald en in de tuin van zijn ouders (nu de buren) heeft gezet of de vijfstammige berk (inmiddels vierstammig) die hij later uit een houtwal heeft gehaald en in zijn eigen tuin gezet.

Nee, op de volgende vraag, hij ziet bomen niet als bezielde wezens, wél als manifestaties van een bezielende geest. Laten we deze aflevering dan ook besluiten met de woorden waarmee hij gewoon is zijn lezingen te besluiten: „Wat ik hier gedaan heb, is pronken met andermans veren. Andermans met een hoofdletter wel te verstaan, de Schepper.”

    • Koos van Zomeren