Een kwetsbare bank in het vizier van de slopers

ABN Amro moet in zijn huidige vorm worden opgeheven, vindt een hedgefonds.

Reden: de bank blijft al zes jaar achter met zijn prestaties.

Is Rijkman Groenink te laat? Krijgt de topman van ABN Amro de tijd na jaren van reorganisaties te gaan oogsten, zoals hij zelf denkt te gaan doen, of wordt 2007 het jaar waarin hij verdwijnt en zijn bank wordt opgedeeld onder druk van een speculatief beleggingsfonds?

TCI maakte gisteren duidelijk dat het geduld op is. In een brief aan de bestuursvoorzitter en aan president-commissaris Arthur Martinez levert het Britse hedgefonds scherpe kritiek op Groenink en zijn beleid. De bank moet zichzelf opsplitsen of verkopen en op deze manier waar geven voor haar geld. Voorstellen hierover moeten besproken worden tijdens de aandeelhoudersvergadering van 26 april.

In tegenstelling tot de situatie bij bij Stork, waar de beleggers ook boos zijn, liggen de argumenten voor verandering bij ABN Amro voor het oprapen. Van de bank is al langer bekend dat de aandelenkoers achterblijft bij die van concurrenten. „Sinds het aantreden van de bestuursvoorzitter in mei 2000 is de aandelenkoers 0 procent gestegen vergeleken met 44 procent van de door ABN Amro geselecteerde concurrenten”, schrijft TCI.

Het hedgefonds zal vast niet de enige aandeelhouder zijn die ontevreden is. Zo mist ABN al jarenlang de eigen doelstelling dat het in de topvijf moet staan van een groep met 20 zelfgekozen rivalen. Eind 2006 stond de bank op plek 16 in deze ranglijst die wordt opgesteld naar totaalrendement voor aandeelhouders. En er bestaat al langer kritiek op de kostenbeheersing bij de bank. De vele reorganisaties zijn tot nu toe ontoereikend gebleken om de relatief hoge kosten van de bank te beteugelen. Sterker, de laatste tijd stegen die sneller dan de baten.

Het Britse hedgefonds is ervan overtuigd dat er waarde wordt vernietigd bij ABN Amro. Het refereert onder meer aan een analistenrapport van de Amerikaanse zakenbank Merrill Lynch. In dat rapport, Now or Never, wordt gesteld dat het aandeel ABN Amro 30 euro waard is en dat er in 2007 geen excuses meer bestaan, mochten de kosten weer tegenvallen.

ABN Amro’s strategie ligt ook al langer onder vuur. De bank heeft vier thuismarkten: Nederland, de midwest van de VS, Brazilië en Italië. Sommige analisten riepen vorig jaar op de VS of Brazilië te verlaten en het marktaandeel in Italië te vergroten via een overname, om zo meer focus te krijgen.

Maar moet de bank een belegger serieus nemen die 1 procent van de aandelen bezit? De beurs geeft het antwoord. De aandelenkoers van ABN Amro steeg sinds woensdag het nieuws bekend werd met 7,25 procent. De bank werd zo 3,6 miljard meer waard. Het is zeer goed mogelijk dat andere hedgefondsen nu ook posities opbouwen in de bank. Dat gebeurde ook bij Deutsche Börse, toen TCI daar actie voerde en een machtsstrijd won.

De aanpak van TCI is ongemeen hard. Eerst bouwt het fonds 1 procent in de bank op, zodat het agendapunten voor de vergadering mag aandragen. Vervolgens eist het hedgefonds in een brief feitelijk om opheffing van ABN Amro in haar bestaande vorm. TCI wil dat voorstel bovendien meteen in stemming brengen en verbindt een ultimatum aan zijn wensen. De brief sluit af met een vriendelijk I should be grateful to meet with you.

Terugkijkend is het alsof Groenink acties voorzag. Bij de presentatie van de jaarcijfers over 2006 hamerde hij erop dat 2007 het jaar wordt waarin de bank moet gaan ‘leveren’. Het zou het jaar worden waarin de kosten eindelijk gaan dalen. Op de terugkerende speculaties over de toekomst van de bank liet Groenink weten dat ABN Amro deze zelf wil bepalen. „Maar dat recht moet je verdienen door te leveren wat aandeelhouders willen.”