Een doktersroman

Anne Hermans: De co-assistent. Podium, 288 blz. €16,50

Co-schappen lopen is een overweldigende ervaring, dat weet iedereen met een (aanstaande) arts in zijn omgeving. De eerste echte confrontatie met de medische beroepspraktijk is lichamelijk (lange werkdagen, nachtdiensten) en emotioneel uitputtend: veel co-assistenten ontdekken dan pas echt dat een arts soms het verschil uitmaakt tussen leven en dood, en ervaren een intens gevoel van verantwoordelijkheid, of juist van machteloosheid. En dan is er nog het kleine leed: iemand is toch minder geschikt dan hij of zij zelf dacht; de geïdealiseerde wereld van de edele geneeskunst blijkt ook maar gewoon een baan.

Omdat ieder mens vroeg of laat in aanraking komt met de geneeskunde spreekt het onderwerp sterk tot de verbeelding. Anne Hermans speelde daarop in met een snedige, vlot geschreven column in deze krant, waarin ze tussen 2004 en begin 2007 verslag deed van haar co-schappen. Het resulteerde in een ‘doktersroman’: De co-assistent, een doorlopend verhaal dat de gehele co-schapperiode beslaat. In aparte hoofdstukken wordt elk co-schap van hoofdpersoon Elin Dekkers tot in detail beschreven: dermatologie, neurologie, psychiatrie, chirurgie, enz. Elke co-schap verloopt op dezelfde manier: eerst is Elin wat onzeker, dan krijgt ze meer ervaring en zelfvertrouwen, en uiteindelijk laat ze zich niet meer intimideren.

Hoe interessant ook, doordat zich negen keer vrijwel hetzelfde voltrekt, wordt het iets teveel een herhalingsoefening. En de verhaallijn die Hermans door de co-schappen heen vlecht – over een teruggevonden en weer verloren geliefde – is te dun om de verveling tegen te gaan.

Ja, hoofdpersoon Elin maakt gedurende haar co-schapjaren een persoonlijke ontwikkeling door, maar haar groei voltrekt zich geruisloos.En soms komt ze met haar nieuw verworven inzichten ook niet verder dan het grootste cliché, zoals het contrast tussen gepassioneerde levens en kille medische termen.

Resteert de echte attractie van zo’n soort boek: de (hopelijk) ontluisterende blik achter de schermen. Na de columns valt ook die wat tegen. In De co-assistent is Hermans minder scherp, minder vilein, en het beschrevene dus minder schokkend.

Een goed getypeerde, bikkelharde chirurg blijkt – verrassing! – ook een menselijke kant te hebben.Youp van ’t Hek schreef over Hermans’ columns dat hij nu niet meer naar het ziekenhuis durfde. Maar wie De co-assistent leest, zal die angst niet meer herkennen. Artsen zijn ‘ook maar mensen’. En dat is jammer.