De zwakke slokdarm

De Gids. Februari 2007. Balans, 87 blz. € 7,75

Meer dan andere literaire tijdschriften heeft De Gids een redactie met mensen die hun sporen ook buiten het strikt literaire domein hebben verdiend, zoals de natuurkundige Frans Saris, de historica Annet Mooij en de bioloog Arjen Mulder. Die brede expertise straalt af op het februarinummer, dat opent met het afscheidscollege van de Amsterdamse socioloog Abram de Swaan, die vorige maand met emeritaat ging. Helaas valt dat stuk een beetje tegen. Niet omdat het onhelder of ondoordacht geschreven zou zijn (De Swaan kan niet onhelder of ondoordacht schrijven). Wel omdat De Swaan eigenlijk niet veel meer doet dan het langslopen van zijn eigen belangrijkste werkzaamheden en publicaties. Hij schrijft over zijn fascinatie voor geschiedschrijving en formele theorieën, zijn journalistieke werk, de invloed van de psychoanalyse en die van Norbert Elias, het onderzoek naar de verzorgingsstaat en over zijn boek over ‘het mondiale talenstelsel’. Het college is bedoeld als een pleidooi voor het overschrijden van grenzen tussen wetenschappelijke disciplines en het werkt als goede reclame voor De Swaans werk, maar liever had je een betoog gehad waarin de terugtredende universiteitshoogleraar nog een keer wat mooie vergezichten schetste.

Typerend voor de brede aanpak van De Gids is een tweetal stukken over intelligent design. Het eerste is een niet eenvoudig, maar wel voorbeeldig essay van Iris Groen en Sjoert van Velzen. Daarin laten zij zien hoe de ontwerphypothese in de kosmologie niet zo eenvoudig terzijde geschoven kan worden als in de biologie, waarna zij hun betoog afsluiten met een verrassende conclusie die laat zien dat er voor de ontwerptheoretici toch nog een addertje onder het gras zit. In het tweede stuk geeft bioloog Tijs Goldschmidt de natuurkundige en intelligent designaanhanger Cees Dekker nog eens onder uit de zak. Dat doet hij even voorspelbaar als geestig, met zinnen als deze over het ‘ontwerp’ van de slokdarm: ‘Ik vrees dat God, althans op grond van deze krakkemikkige biomechanische constructie, geen enkele kans zou maken op de afdeling van Cees Dekker als aio te worden aangenomen.’

Ook mooi op het snijvlak van wetenschap en literatuur zit de wat springerige boekbespreking van Frans Saris over drie boeken waarin de school van het literair darwinisme de maat wordt genomen: welke bijdrage levert de literatuur aan ons overleven? Wat zeker niet zal komen bovendrijven in de literaire survival of the fittest zijn de Reve-herinneringen van Teigetje en Woelrat die De Gids voornemens is het hele jaar 2007 te publiceren. Het goedhartige maar vlakke verslag dat Woelrat (Willem Bruno van Albada) maakte van zijn kennismaking met Reve lijkt voorlopig alleen een gooi te kunnen doen naar de prijs voor de meest overbodige ‘ik-heb-Gerard-Reve-nog-gekend’-publicatie van 2007.