De tijden van gratis geld zijn terug

Philips hield vorig jaar geld over op de pensioenen voor zijn Nederlandse werknemers. Dit terwijl bedrijven pensioenen doorgaans als een kostenpost zien. Moderne boekhoudregels maken ‘geld met geld verdienen’ mogelijk.

De doorsnee werknemer weet weinig tot niets van zijn pensioen. Maar de financieel directeur van zijn werkgever des te meer. Pensioen is de duurste secundaire arbeidsvoorwaarde. Het loont voor bedrijven de moeite om die kostenpost assertief te beheren. En weinig grote ondernemingen doen dat zo grondig als elektronicaconcern Philips.

En wat voor bedrijven beheersen is, betekent voor werknemers en gepensioneerden doorgaans versobering. Geen pensioen op basis van laatste loon, maar gemiddelde jaarloon. Geen automatische verhoging van pensioenen, maar verhoging afhankelijk van de financiën van het pensioenfonds. Geen vanzelfsprekende steun van de werkgever als ‘zijn’ pensioenfonds wegglijdt.

Bij Philips concentreert een aparte staf, onder leiding van voormalig directeur Jan Snippe van het Philips Pensioenfonds, zich op de wijdverspreide pensioenregelingen voor zijn meer dan 107.000 werknemers in vaste dienst. Philips wil niet verrast worden door de gevolgen van schokken op de financiële markten, zoals een beurskrach of een rappe rentedaling op de pensioengelden. Het eerste tast het belegd vermogen in pensioenfondsen aan, het tweede verhoogt de kostprijs van pensioenen.

Slim pensioenbeheer en slim boekhouden lonen. De meeste werknemers en werkgevers associëren pensioen met kosten, vooral met stijgende kosten in het zicht van de vergrijzing. Maar Philips draait het om: de Nederlandse pensioenregeling maakt winst.

In twee van de afgelopen vijf jaar boekte Philips kosten, maar in 2005 en 2006 waren pensioenen opbrengsten, oplopend tot 192 miljoen euro vorig jaar. Voor al zijn pensioenregelingen samen, inclusief de buitenlandse, komt Philips wel op een kostenpost: 155 miljoen euro vorig jaar, maar wel eenderde minder dan in 2005.

Hoe kan Philips winst maken op zijn Nederlandse pensioen? Dankzij de moderne boekhoudregels. Zij verplichten bedrijven opgave te doen van de actuele waarde van hun pensioenverplichtingen en de beleggingen die daar tegenover staan. Voor de Nederlandse pensioenregelingen van Philips levert dat geruststellende cijfers op. Geruststellend voor de ruim 130.000 (ex-)werknemers, van wie bijna de helft gepensioneerden. Philips had in Nederland verplichtingen van 12,4 miljard euro, maar beleggingen van 14,5 miljard euro. De cijfers voor het hele concern: ruim 20 miljard euro verplichtingen, 21,4 miljard euro beleggingen.

De hoogte van het vermogen, en het groeiende surplus van beleggingen bovenop de verplichtingen, werken nu in het voordeel van Philips en diens aandeelhouders. Hoe kan dat? Volgens de moderne boekhoudregels mag een bedrijf zijn pensioenkosten met een grote mate van vrijheid becijferen. De kosten zijn een saldo van de lasten die samenhangen met pensioen (zoals de verhoging van pensioenen doordat werknemers een jaartje ouder zijn en langer hebben gewerkt) en de opbrengsten op het belegd vermogen. In die laatste categorie mag een bedrijf rekenen met verwachte in plaats van werkelijke opbrengsten. Bedrijven hebben die vrijheid gekregen om niet jaarlijks grote fluctuaties in pensioenkosten voor de kiezen te krijgen, doordat de rendementen het ene jaar geweldig hoog zijn en het volgend jaar omslaan in verliezen.

In Philips’ geval blijven de reguliere pensioenlasten tamelijk stabiel, maar stijgt het bedrag aan verwachte opbrengsten doordat het pensioenvermogen groeit. Het verwachte rendement dat Philips in zijn becijferingen gebruikt, van 5,7 procent, is niet excessief en al jaren vrijwel hetzelfde. Accountants noemen dat goedkeurend een ‘bestendige gedragslijn’.

In de jaren negentig werkten de vermogensgroei en de hoge beleggingsrendementen als een vliegwiel. Philips hoefde geen pensioenpremies meer te betalen, maar kreeg zelfs honderen miljoenen euro’s terug van zijn pensioenfonds, dat beter bij kas zat dan noodzakelijk was volgens de afspraken tussen het fonds en Philips.

Geld met geld verdienen, heette dat in de jaren negentig. Bedrijven stapten graag over op deze manier van boekhouden. De pensioenwinst begunstigt de concernwinst: fijn voor de beurskoers, fijn voor de bonussen.

Dat roept de vraag op hoe gemakkelijk deze winst te manipuleren is. Wie eenmaal deze boekhoudregel neemt, kan het verwachte rendement niet willekeurig verhogen of verlagen. Accountants kunnen dat alleen toestaan als het beleggingsbeleid drastisch wordt gewijzigd.

Gezien de groeiende opbrengsten kan het vliegwiel van ‘geld met geld verdienen’ weer op gang komen. Dat lukt alleen als het werkelijke rendement boven het verwachte rendement ligt: dat geeft extra vermogensgroei en daarmee extra opbrengsten. Vorig jaar was dat niet het geval, doordat het rendement op de beleggingen gedrukt werd door de rentestijging.

    • Menno Tamminga