Chavonne & Maite

Vrienden – je kunt met ze voetballen en springtouwen. Je kunt ze geheimen vertellen en ruzie met ze maken. In deze nieuwe serie vertellen vrienden waarom ze vrienden zijn.

Chavonne (links) en Maite foto Roos Ouwehand Ouwehand, Roos

Chavonne (10)

Ik woonde hier net en ik kende niemand. Zij was op straat aan het spelen en toen heb ik gevraagd of ze mijn vriendin wilde zijn. Ze zag er zo vrolijk uit. Ik vind Maite lief en we hebben nooit ruzie, daarom zijn we vrienden.

We houden allebei van toneelspelen. Een keer hebben we een beha van haar moeder aangedaan en toen zijn we de straat opgegaan. En soms gaan we in hele grote kleren van mijn vader met sjaals voor ons gezicht. Dan zijn we eng. Een klein kindje dacht dat we dieven waren.

Afgelopen weekend waren we in een bungalowpark en hebben we tot drie uur ’s nachts gespeeld. Eerst vader en moeder, toen modeshowtje en daarna hebben we ook nog vieze drankjes gemaakt, met dubbelfris en cola en pindakaas.

We bedenken allerlei plannen. De meester had een vriendin en dat ging uit, want die woonde te ver weg, in België. En toen is zij naar Amerika of Afrika of zo gegaan en meteen met een ander getrouwd. Hij is hartstikke zielig want hij heeft best veel vrouwen gehad, maar hij heeft helemaal geen kinderen. Hij had dat wel geprobeerd met een vrouw, maar dat was niet gelukt.

Maite en ik hebben hem opgegeven voor Love match. Dat is een programma, dan kan je je juf of meester koppelen. Hij wordt bijna vijftig en dan gaan we een heel groot feest organiseren. Iedereen moet drie euro geven en dan gaan we kaartjes kopen voor zo’n jazz-avond. Dat vindt hij leuk: jazzmuziek. Ook een kaartje voor die nieuwe vrouw die hij dan vindt bij Love Match. Hij vertelt ons alles. Soms trekt hij ons ook voor, maar dat is eigenlijk niet leuk, want dan gaan de andere kinderen ons pesten.

Toen mijn oma dood was, ging Maite me heel erg steunen enzo. Dan ging ze bijvoorbeeld zeggen dat ik aan iets leuks moest denken.

Maite (10)

Ik was aan het voetballen met mijn broer en toen vroeg ze of ik haar vriendin wilde zijn. Net alsof ze verkering vroeg. Ik wilde wel, want ik had pas één vriendin. Toen had ik er twee.

Ik ben nog maar één keer verliefd geweest. Ik ben nog niet zo met dat soort dingen bezig. De jongens in mijn klas schreeuwen allemaal. We houden allebei van Shakira en voetballen. En we kunnen springtouwen met twee touwen door elkaar. Maar het leukste is toneelspelen. Dat doen we bijna elke dag. We spelen heel vaak dat we tuttige meisjes zijn, heel sexy enzo, met make-up. Of we spelen dat we meedoen aan het Junior Songfestival en dat we winnen.

Ik zit op hockey, twee keer per week ga ik trainen en in het weekend een wedstrijd. De trainer zegt dat ik heel goed ben en dat ik misschien wel in de selectie kan komen.

Over twee jaar, als ik twaalf ben, wil ik in het dierenasiel gaan werken. Dan mag je meehelpen met alles. Ik heb een konijn dat Snoopy heet. Soms mag-ie door de tuin rennen en als ie dan weer terug moet in zijn hok helpt Chavonne om hem te vangen. In je eentje lukt dat niet.

We zien elkaar elke dag, maar bellen en sms’en ook veel. We kijken Sterren op het IJs en dan sms ik bijvoorbeeld: ‘Vind jij ook dat die of die moet winnen?’ Chavonne is grappig. Ik heb nog een vriendin, maar die is heel netjes. Die zegt bijvoorbeeld nooit ‘shit’. Als ik aan het hockeyen ben en er lukt iets niet, dan vloek ik soms. Want dan zie ik voor me dat het een heel mooi doelpunt had kunnen zijn. Dan weet ik precies hoe het had kunnen gaan. Dan word ik kwaad en dan vloek ik.

Toen Chavonne’s oma dood was gegaan, was ze een dag niet op school. De volgende dag kwam ze wel en toen keek ze heel vrolijk. Dat vond ik best raar. Maar toen ik erover na ging denken, was het eigenlijk wel logisch. Je kan natuurlijk niet de hele dag aan nare dingen denken.