Benelux? Ja, die bestaat nog

In 2010 loopt het huidige verdrag over de Benelux, de samenwerking tussen België, Nederland en Luxemburg, af.

Is het nog zinvol verder te gaan? Of gaat stoppen te ver?

Toen Jan van Laarhoven zijn medebestuurders van de St. Anna Zorggroep in Geldrop vertelde dat hij ontslag nam om „secretaris-generaal van de Benelux” te worden, kwamen er verbaasde reacties. „De Benelux? Bestaat die dan nog?”

Ja, de Benelux bestaat nog. Sterker: België, Nederland en Luxemburg hebben al tegen elkaar gezegd dat ze willen doorgaan. Ook ná 2010 wanneer het bestaande verdrag na precies vijftig jaar afloopt. „De Benelux is dood! Leve de Benelux!”, zei minister Ben Bot van Buitenlandse Zaken al.

Het regeerakkoord voor het kabinet-Balkenende IV zwijgt erover. Maar zo vanzelfsprekend is ‘doorgaan’ niet. Weinigen twijfelen aan het pionierswerk dat de drie landen samen voor de Europese integratie hebben verricht. Het leverde de Benelux eervolle vermeldingen op als ‘proeftuin’ en ‘katalysator’ van de Europese Unie. Maar lang niet iedereen is ervan overtuigd dat hun Benelux er nu nog steeds toe doet.

Doorgaan met de Benelux heeft alleen zin als de alliantie zich concentreert op enkele hoofdtaken en de politieke betrokkenheid van de drie regeringen aanzienlijk wordt vergroot. Dat concludeert de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) in het advies ‘Benelux, nut en noodzaak van nauwere samenwerking’ dat hij vorige week uitbracht aan de regering.

Maar de AIV noteert ook twijfel over de haalbaarheid en effectiviteit van Beneluxoptreden gelet op de uiteenlopende visies in de drie landen op de toekomst van de Europese Unie en de wildgroei aan machteloze comités en commissies over talloze onderwerpen.

Zo staat CDA’er Van Laarhoven voor de lastige uitdaging de relevantie van de alliantie opnieuw uit te vinden. Voortborduren op oude successen is er niet bij. Daarvoor is haar ‘Europese omgeving’ te veel veranderd.

„De Benelux verkeert al geruime tijd in een midlife-crisis”, aldus de Maastrichtse hoogleraar regiobestuur Ben Hoetjes onlangs op een conferentie over de Benelux in het Luxemburgse Bourglinster.

De drie landen bewerkstelligden halverwege de jaren vijftig een doorbraak in Europa. Hoetjes: „Jarenlang gold de Benelux als proeftuin van en wegbereider voor Europese integratie. Ze liepen voorop bij het opheffen van hun binnengrenzen en vooral in economisch en monetair opzicht wezen ze Europa de weg. Maar met de voltooiing van de Europese binnenmarkt is de Benelux volledig onder de voet gelopen.”

Of het in de Europese Unie nu over de bestuurlijke inrichting, de ‘buitenlandse’ politiek (zoals jegens Irak), de defensiesamenwerking, de landbouwpolitiek, de begroting of de belastingen gaat, zelden tappen België, Nederland en Luxemburg nog uit hetzelfde vaatje. En ook op het persoonlijke vlak – Kok versus Verhofstadt, De Gucht versus Balkenende, om er twee te noemen – is het aantal publieke botsingen opgelopen.

„De Benelux is achterhaald”, oordeelt politicoloog Jaap Hoogenboezem van de Universiteit Maastricht. „Economisch is de missie volbracht. Politiek wordt het op afzienbare tijd toch niks. Dus ik zou zeggen: Hou er mee op! Wat er nu nog onder het mom van de Benelux gebeurt, kan net zo goed bilateraal. Maar niemand durft de stekker eruit te trekken.”

Hoetjes gaat stoppen te ver. De Benelux mag dan in crisis verkeren, dat wil nog niet zeggen dat er geen nuttige taken voorhanden zijn die steun van de Beneluxorganisatie goed kunnen gebruiken.

Twee taken springen er wat hem betreft uit. In de eerste plaats de grensoverschrijdende samenwerking. Hoetjes: „Denk aan een soort bestuurlijke servicedienst voor het oplossen van allerlei praktische problemen die nu eenmaal voortvloeien uit onze geografische nabijheid. Zoals tussen gemeenten, tussen politiekorpsen, bij ziekenvervoer, maar ook bij de planning van wegen en in de ruimtelijke ordening.”

Daarnaast ziet Hoetjes kansen voor de Benelux als makelaar van Europese compromissen, bijvoorbeeld als het gaat om energiepolitiek of voedselveiligheid. „We moeten niet vergeten dat de Benelux als dealmaker een goede reputatie heeft en in het buitenland aanzien geniet.”

De vraag blijft alleen: is daar een nieuw Beneluxverdrag voor nodig? Luc Frieden, de Luxemburgse minister van Justitie, antwoordt volmondig ‘ja’. „Luxemburg wil méér Europa. Daarin is voor de Benelux een belangrijke rol weggelegd als smid van coalities die op een meerderheid in de Europese Unie kunnen rekenen.”

Jan Rood van Instituut Clingendael schreef mee aan het Benelux-rapport van de AIV. Hij houdt zijn twijfels. „De Benelux is op zoek naar een missie, een strategie en politiek leiderschap. Op papier kun je dat wel invullen, maar om het in de praktijk echt te laten werken, is een stevig politiek commitment van de regeringen onontbeerlijk. Een half uurtje bij elkaar zitten voorafgaand aan Europese ministerraden is dan absoluut onvoldoende.”

We weten al enigszins hoe de kersverse staatssecretaris voor Europese Zaken, PvdA’er Frans Timmermans, er tegenaan kijkt. Want ruim vier jaar geleden zei hij: „De Benelux moet je altijd bepleiten, maar je moet er tegelijkertijd niet veel van verwachten.”