‘Zo’n rijk land en toch zo’n ziek systeem’

Bijna iedereen in de VS klaagt over de ziektekosten. Hervorming van het stelsel staat al jaren op de agenda en blijft toch uit. Premies worden steeds hoger en het aantal onverzekerden neemt toe. Ook in de rijke staat Minnesota.

De 10-jarige Jules wacht op een dokter in een kliniek in het Amerikaanse Memphis. Hij verloor zijn verzekering van de staat omdat zijn moeder te veel verdient. (Foto AP) Uninsured patient Jueles Blair-Kelley, 10, waits to see a doctor at Church Health Center in Memphis, Tenn. Feb. 3, 2005. Because his single mother Shanna Blair earns $27,000 working two jobs and has access to employer-sponsored health insurance, Jueles' and his brother lost their TennCare coverage this fall. (AP Photo/The Commercial Appeal, Mark Weber) Associated Press

Bankdirecteur Brian Hols heeft een sandwichbord op de stoep voor zijn bank in Minneapolis neergezet. In fluorescerende letters staat er te lezen: „Wist u dat er 15 miljoen onverzekerde Amerikanen zijn met hartklachten. Kom binnen en geef uw bijdrage aan de buurtkliniek.” De hele maand februari zal het bord blijven staan. Hols: „Het Amerikaanse ziektekostensysteem is zo verziekt. Er is zoveel rijkdom in dit land, and we just can’t get our act together.”

Hervorming van het ziektekostenstelsel is een terugkerend thema in de Amerikaanse politiek. Ruim 46 miljoen van de 300 miljoen Amerikanen hebben geen verzekering. En ook in Minnesota, een welvarende staat in het noorden van de VS is een op de tien inwoners onverzekerd. Schoonmaakster Marta Ponce en computerentrepreneur Shaun Valdez zijn allebei langdurig onverzekerd geweest.

Valdez verhuisde na zijn studie naar Minnesota en zette er een computerbedrijfje op. Als eigen ondernemer moet hij een dure, particuliere verzekeringspolis aanschaffen. Lang stelde hij dat uit, vertelt de dertiger in een hippe kroeg in een yuppiewijk van Minneapolis. „Je bent jong en denkt: ik word niet ziek. Maar toch, wanneer ik ging fietsen of schaatsen, was er altijd een stemmetje dat zei: ik moet nu niet te hard vallen. Ik merkte dat ik zulke activiteiten begon te mijden.”

Ook Ponce verhuisde voor het werk naar Minnesota, vanuit het arme zuiden van Mexico. De 41-jarige moeder van drie kinderen vond vijf jaar geleden in Minneapolis met gemak allerlei baantjes. Meestal maakte ze schoon in een van de vele glimmende kantoortorens op de zuidoever van de Mississippi, die het kleine Minneapolis (370.000 inwoners) toch een volwassen skyline geven.

Maar ze werkte altijd parttime en kreeg nooit een contract voor meer dan een jaar. Dan hoefden de werkgevers niet mee te betalen aan haar ziektekostenverzekering. ,,Als ik ziek werd, ging ik toch werken. Ik moest wel, anders kreeg ik niet betaald of werd ik ontslagen.” En naar de dokter gaan? „Het kwam niet eens in me op.”

Armen als Ponce zijn doorgaans noodgedwongen onverzekerd; jongeren als Valdez berekenend. Arme niet-verzekerden bezoeken amper de huisarts, komen daardoor vaker dan nodig terecht in het ziekenhuis en maken er hoge kosten. En doordat 57 procent van de onverzekerden tussen de 18 en 34 jaar oud is, is de pool van verzekerden bovengemiddeld oud (lees: ongezond). Samen drijven beide groepen de premies op en houden zo ook anderen buiten het ziektekostensysteem.

Het zijn ook vooral jongeren en armen die aankloppen bij de buurtkliniek van het Neighborhood Involvement Program in Zuid-Minneapolis. Overzekerden worden hier behandeld voor een bedrag dat is aangepast aan hun inkomen. „Maar vaak gewoon voor wat ze kunnen missen”, vertelt directrice Laura Spack in haar piepkleine kantoortje, weggedrukt achter dat van de kno-arts en de ontvangstbalie.

Al haar medewerkers kennen verhalen over onverzekerden die geen hulp kregen. Mensen die de hele samenleving daardoor extra geld kostten, zo benadrukken ze graag. Zo klopte bij Spack vorig jaar een vrouw die sinds een jaar hoofdpijn had en nu aan een kant verlamd raakte: „Hersentumor, uitgezaaid, onbehandelbaar.”

Psychotherapeut John Bullough behandelt slachtoffers van verkrachting. Mensen die sowieso moeilijk hulp zoeken maar die wegens de therapiekosten jaren langer depressief met een uitkering thuiszaten. „Wat is dit land voor land waar het verplicht is je auto te verzekeren, en niet voor ziektekosten?”

Maatschappelijk werker Michelle Lichtig klaagt over de afnemende thuiszorg. Steeds meer ouderen verhuizen onnodig vroeg naar een duur verzorgingstehuis. „In 2010 gaan de eerste babyboomers met pensioen. Wie betaalt dat straks?”

Vergeleken met andere staten is gezondheidszorg in Minnesota nog goed geregeld: de staat kent landelijk het laagste percentage onverzekerden. Er bestaat Minnesotacare, een medische vangnet voor arme werkenden en hun kinderen. Minnesotans, zeggen ze zelf, koesteren hun liberal (progressief-vrijzinnige) politieke traditie, meegebracht door de West-Europese en Scandinavische migranten.

„Dat we dat hier hebben”, zegt de linkse activist Kip Sullivan, „is echter niet dankzij alle liberals, maar dankzij de werkgevers. De economie is hier sinds de jaren dertig de sterkste van de regio. Bedrijven konden het zich veroorloven hun werknemers te verzekeren.”

Maar, waarschuwt Sullivan, door de snel stijgende premies proberen bedrijven onder hun bijdrage uit te komen. Dit terwijl juist werkgevers de ziektekostenverzekering in de jaren ‘40 introduceerden, als secundaire arbeidsvoorwaarde. Onder druk van de vakbonden werd dit systeem later uitgebreid.

Klinieksdirectrice Spack hoopt dat het opnieuw de werkgevers zijn die de overheid zullen dwingen met een oplossing te komen. „Zij vinden de zorgpremies te duur worden en zien hun internationale concurrentiepositie verslechteren.”

Dat optimisme deelt Jim Hart niet. Hij doet aan de University of Minnesota onderzoek naar zorgkosten. Een systeem waarbij uit iets hogere belastingeninkomsten en fors lagere premies de overheid de zorg van alle burgers verzekert, zou voor iedereen goedkoper zijn. Maar de lobby van de verzekeringssector weet zo’n hervorming succesvol te frustreren, stelt Hart.

En dat het zelfs in Minnesota met zijn welvarende economie, sterke vakbondsbeweging en Democratische traditie niet tot hervorming is gekomen, zegt activist Sullivan, „komt door het sterke volkssentiment tegen elke vorm van overheidsingrijpen. Weinig politici durven hogere belastingen te bepleiten. Ook al zal zo’n universeel zorgsysteem goedkoper blijken.”

Maar daar waar de overheid nog geen grotere rol opeist, biedt particuliere initiatief – als zo vaak in de VS – altijd nog enige verlichting. Zoals de vrijwilligers die werken in de buurtkliniek. Of de inzamelingsactie van bankdirecteur Hols. Of via individueel succes, zoals dat van ondernemer Valdez, die nu genoeg verdient om een particuliere verzekering te kopen. En ook door ouderwetse vakbondsactie.

Vorige maand dreigden in Minneapolis 4.200 schoonmakers te staken als zij en hun gezinsleden niet snel verzekerd werden. Slechts 14 van hen hadden via hun werkgever een ziektekostenverzekering. Schoonmaker Ponce was erbij, vertelt ze in een groezelig kantoortje van de vakbond: „We hadden de hele stad kunnen platleggen.” Binnen twee weken was er dan ook een akkoord. De vakbond sloot een deal met achttien schoonmaakbedrijven, die in de stad samen bijna de hele markt dekken. Geen van hen hoefde daardoor bang te zijn zich uit de markt te prijzen.

    • Merijn de Waal