Wijn wordt te waterig voor Haagse VVD’ers

Het Haagse college van B en W is in een crisis beland door een omstreden verkeersplan. De VVD maakte een draai, de liberale wethouders liggen onder vuur. „Het zijn jonge honden die snel omhoog zijn gevallen.”

Heeft Den Haag nog een gemeentebestuur? Het Haagse college van B en W is gevallen, was vorige week dinsdag het nieuws. Oorzaak was onenigheid over het Verkeerscirculatieplan (VCP), een omstreden plan om het centrum van de stad autoluw te maken (zie inzet). Maar burgemeester Wim Deetman (CDA) ontving de volgende dag „geen enkele ontslagbrief van wie dan ook”. Dus, zo was zijn conclusie, het college van PvdA, VVD en GroenLinks blijft gewoon bestaan.

Deetman besloot een informateur aan te stellen die de partijen weer tot elkaar moet brengen. Dat werd de voormalige Haagse wethouder Anke van Kampen (PvdA). Zij zal morgen of begin volgende week haar lijmpoging voltooien.

Een sleutelrol in de bestuurscrisis is weggelegd voor de VVD. Van meet af aan bestond binnen de Haagse gemeenteraadsfractie van de VVD twijfel over het VCP. De fractie eiste dat een ‘commissie van wijzen’ opnieuw naar het plan zou kijken. Dit schoot de coalitiepartijen in het college, PvdA en GroenLinks, in het verkeerde keelgat. In het nog maar tien maanden oude collegeakkoord staat immers dat het VCP integraal uitgevoerd wordt.

Ook buiten de politiek is de weerstand tegen het VCP groot. Bij het actiecomité VCP-Nee zijn inmiddels 36 organisaties aangesloten. Daartoe behoren onder andere de Kamer van Koophandel, MKB Den Haag en Medisch Centrum Haaglanden. De twee gangmakers van het actiecomité, Gerard Wallis de Vries en Joop Vos, zijn VVD’ers. Wallis de Vries was in de jaren zeventig onder meer wethouder van Verkeer in Den Haag, Vos was twintig jaar raadslid en fractievoorzitter in Wassenaar. „In eerste instantie had ik het niet echt in de gaten, maar het VVD-gehalte binnen VCP-Nee is vrij hoog”, zegt Peter Meinhardt, voorzitter van de Ondernemersvereniging ‘de Zeehelden’, die ook deel uitmaakt van VCP-Nee.

Het ongemak van de VVD met het verkeersplan begon bij de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2006. De PvdA werd toen de grootste partij in Den Haag, en vormde een coalitie zónder de oude partner CDA en met GroenLinks. De VVD behield haar rol in het college.

De PvdA was verrast door de soepele opstelling van de VVD. „We waren een tikje verbaasd dat de VVD zo makkelijk akkoord ging met de voornemens van het nieuwe college”, zegt de fractievoorzitter van de PvdA, Taetske van der Reijt. Ze doelt op het VCP, waar de sociaal-democraten en GroenLinks een groot voorstander van zijn. Dat gold in de vorige collegeperiode echter niet voor de VVD.

Eind 2005, dus vóór de gemeenteraadsverkiezingen, sprak Sander Dekker, toen VVD-fractievoorzitter en nu wethouder, zich nog nadrukkelijk uit tegen het plan. VVD’er Pieter van Woensel, destijds wethouder van Economische Zaken, keerde zich als enige van het toenmalige college tegen het plan. Uitgerekend diezelfde Van Woensel moest als wethouder van Verkeer het VCP na de verkiezingen gaan uitvoeren.

Er ontstond ophef over het voornemen om het VCP „integraal uit te voeren”. Het plan dat voor de raadsverkiezingen op tafel lag, was een concept, bedoeld ter inspraak. „Het gaat hier om ingrijpende verkeersaanpassingen. Laat de mensen in de stad zich daar eerst eens over uitspreken”, zei Dekker in december 2005. Toch belandde het plan in het akkoord.

„Jeugdige overmoed en pluchegeilheid” zijn volgens D66-fractievoorzitter Marjolein de Jong de redenen dat de VVD, ondanks het VCP, het college instapte. Woorden van gelijke strekking over Van Woensel en Dekker klinken bij de SP. „Het zijn jonge honden die snel omhoog zijn gevallen”, zegt fractievoorzitter Ingrid Gyömörei. „De gewilligheid om mee te doen aan het college heeft ervoor gezorgd dat men de achterban is vergeten.”

CDA-fractievoorzitter Michel Santbergen zegt dat de VVD water bij de wijn moest doen om met GroenLinks en de PvdA in het college te komen, maar met het VCP „was de wijn voor de VVD-achterban niet meer te drinken”. „Dat had de VVD moeten weten”,vindt hij. Zowel binnen als buiten de VVD leeft het gevoel dat Van Woensel zich nooit écht achter het VCP heeft geschaard. De wethouder, die ook problemen ondervindt bij andere dossiers, zoals RandstadRail, hield zich tijdens een ledenvergadering van deze week erg stil. Het woord werd gevoerd door partijleider Dekker.

De opmars van de relatieve nieuwkomers binnen de VVD begon vorig jaar na de raadsverkiezingen. De ervaren VVD’er Else van Dijk-Staats werd gepasseerd voor continuering van het wethouderschap. Zij stond op plaats drie van de lijst en kreeg ruim 3.500 voorkeursstemmen méér dan Van Woensel. Die werd uiteindelijk wél wethouder. Net als Frits Huffnagel, die in mei 2006 opstapte als wethouder in Amsterdam nadat hij in opspraak was geraakt wegens onkostenvergoedingen.

„Het is verbazingwekkend dat je iemand met een smet uit Amsterdam haalt, terwijl je zelf zulke goede mensen in huis hebt”, zegt SP’er Gyömörei over de wijze waarop Van Dijk-Staats terzijde is geschoven. Volgens Marjolein de Jong van D66 „is het gerommel binnen de VVD begonnen toen Van Dijk eruit gegooid werd”. De fractievoorzitter van de VVD, Anne Mulder, ontkent dat. „De fractie heeft gewoon een keuze gemaakt voor anderen”, zegt hij.

Dat er ook binnen de VVD onvrede bestaat over Dekker en Van Woensel, herkent Mulder niet. Van Dijk-Staats en de rest van de VVD-fractie willen niet naar buiten treden zolang informateur Van Kampen haar lijmpoging niet heeft afgerond. Ook de wethouders houden zich hieraan.