VVD krijgt nu tijd om na te denken

Na twaalf jaar regeren is de VVD vandaag in de oppositie beland. Daar is niets mis mee, vindt oud-partijleider Hans Dijkstal. „Het past in de traditie om af en toe plaats te maken.”

De een geeft een afscheidsborrel, de ander haalt in een interview nog een keer zijn gelijk. Op het ministerie van Financiën nam vicepremier Gerrit Zalm (VVD) gisteren in tranen afscheid. Na ruim twaalf jaar regeren verdwijnt vandaag de VVD uit het kabinet. Het kabinet-Balkenende IV is het eerste kabinet zonder liberalen sinds het derde kabinet-Lubbers.

Het CDA gaat het zonder de VVD proberen, met de ChristenUnie en de PvdA. De oppositie zal vreemd aanvoelen na vijf kabinetten mét de VVD, zeker ook voor de partij zelf, die de afgelopen jaren steeds meer een bestuurderspartij is geworden. Maar na de verkiezingsnederlaag van 22 november 2006 (van 28 naar 22 zetels) zat er geen regeringsdeelname meer in.

Oud-minister en -partijleider Hans Dijkstal stond aan de basis van het eerste paarse kabinet, waarin de VVD regeerde met D66 en PvdA. „Ik was een groot voorstander van Paars, omdat het heel gezond was dat we eens zouden breken met de macht van het CDA. Christen-democraten zaten altijd in de regering, dat is in een meerpartijenstelsel niet goed.” Dat nu de VVD aan de beurt is, is volgens Dijkstal „heel gezond”. „Het past in de traditie van de Nederlandse politiek om af en toe eens plaats te maken.” De VVD kan op veel dingen trots zijn, vindt hij. „Het strikte begrotingsbeleid van Gerrit Zalm is goed geweest voor Nederland.”

En toch, drie van de vijf kabinetten vielen voortijdig. De partij raakte als regeringspartij keer op keer verstrikt in leiderschapscrises. De laatste crisis, de strijd tussen Mark Rutte en Rita Verdonk, verdeelde de partij tot op het bot. De VVD moet daarom volgens Dijkstal een intern debat aan over de koers. „De relatieve luwte kunnen we goed gebruiken. Er is een strijd gaande tussen populisten en traditionele liberalen. De VVD verzuimt een keuze tussen die twee stromingen te maken”, zegt Dijkstal, zelf een groot tegenstander van de in zijn ogen te populistische koers van Verdonk.

Misschien geeft de oppositietijd de VVD de kans weer eens over zichzelf na te denken, zei vertrekkend minister Hans Hoogervorst (Volksgezondheid) vandaag in Het Financieele Dagblad. „Binnen de partij is metaalmoeheid ontstaan”, zei hij. „Inhoudelijk hebben we ons nauwelijks vernieuwd doordat we voortdurend bezig waren belangrijke zaken aan te pakken in het kabinet.”

Oud-voorzitter Bas Eenhoorn zegt dat de VVD „niets anders moet doen dan fanatiek oppositie voeren”. „De VVD is een partij die invloed wil hebben. Het debat over het liberale gedachtegoed werd wat minder belangrijk. Ik heb dat ook gewild. Maar de laatste tijd verandert dat. Ik ben er benauwd voor dat we een partij worden die elkaar voortdurend de liberale maat gaat nemen.”

Leider Rutte zal vanuit de oppositie kritisch, maar constructief te werk gaan. Ieder plan van het nieuwe kabinet zal hij „langs de liberale meetlat leggen”, zo beloofde hij zijn achterban vorige maand. Dat Balkenende IV ideologisch lijkt te breken met de liberale uitgangspunten van maximale individuele vrijheid, is volgens Rutte een voordeel voor de VVD. De vertrekkende ministers en staatssecretarissen zoeken naar een nieuwe functie. Sommigen hebben een plek in de Tweede Kamer, zoals de ministers Verdonk, Kamp en Remkes. Staatssecretaris Schultz maakte gisteren bekend naar verzekeraar Achmea te gaan.