Turken lachen zelden om legendarische aanvaller Zico

Fenerbahçe, dat vanavond in het UEFA-Cuptoernooi speelt tegen AZ, wordt getraind door de Braziliaan Zico. Al strookt zijn filosofie niet altijd met de speelwijze van de Turken.

„Laten we Zico eren, de dichter die voetbalde met de bal als een bloeiende roos aan zijn voeten.” Met deze lyriek beschreef journalist Armando Nogueira het afscheid van Zico, de Braziliaanse topvoetballer die in 1990 voor 90.000 toeschouwers afscheid nam in het Maracana-stadion van Rio de Janeiro.

Arthur Antunes Coimbra, beter bekend als Zico, was een formidabele speler die spelinzicht combineerde met onvoorspelbaarheid, een verrassingselement dat te danken was aan het feit dat hij zowel met links als rechts kon trappen. Zico is één van de beste nummers tien die het nationale team van Brazilië heeft gehad. Maar bovenal scoorde hij veel, en altijd op spectaculaire wijze. In 731 duels voor Flamengo 508 doelpunten.

‘De witte Pelé’ werd wereldvoetballer van het jaar in 1983. De donkerblonde Zico nam met Brazilië deel aan de WK’s van 1978, 1982 en 1986, en werd topscorer op het mondiale toernooi van ’82. Het grootste deel van z’n carrière speelde hij voor Flamengo in Rio de Janeiro.

Zico, inmiddels 53, is uiterlijk weinig veranderd. Z’n haardos is niet meer zo rijk gevuld, maar de tekening in z’n gezicht is nog precies hetzelfde. Gisteren, tijdens de persconferentie, bleef de coach van Fenerbahçe strak voor zich uit kijken, daarbij de armen stevig over elkaar. Een twinkeling in z’n ogen. Zijn Fenerbahçe neemt het vanavond op tegen AZ in het UEFA-Cup toernooi. De eerste wedstrijd eindigde in 3-3. AZ verspeelde in Istanbul een 3-1 voorsprong.

Zico wilde niet geheimzinnig doen over z’n opstelling. Met een lach op z’n gezicht gaf hij de elf namen prijs. Onder hen ook de Serviër Mateja Kezman, die in de eerste wedstrijd nog geschorst was. Kezman vindt het een eer om te mogen werken onder Zico. „Ik heb met veel grote trainers gewerkt, maar nooit met grote spelers die coach zijn geworden. Zico is een jeugdidool van me. Ik vind het een hele eer onder hem te spelen.” Als de oud-spits van PSV is uitgesproken, klopt Zico hem op z’n rug. „It’s no problem”, lacht hij. De perszaal – met veel als journalist verkleedde fans van Fenerbahçe – lacht mee om de grap van Zico.

Lachen om Zico. Dat gebeurt niet veel bij Fenerbahçe. De coach ligt slecht bij de Turkse media. Ze bekritiseren zijn onervarenheid en begrijpen z’n keuzes vaak niet. Die kritiek is niet nieuw. „Een goede voetballer is niet automatisch een goede coach”, zei Roberto Rivelino, die furore maakte met Brazilië op het WK in 1970. Hij zette openlijk z’n vraagtekens bij het trainersschap van Zico.

De filosofie van Zico strookt niet met de speelwijze van Fenerbahçe. In zijn optiek moet een elftal offensief en dominant spelen. Zico: „We moeten als team naar het stadion komen om minstens één keer te scoren. Een stadion is geen plaats voor geweld, scheldpartijen of ander kwaad. De mensen willen dat er gescoord wordt.”

Na de persconferentie meldt Efkan Bucak, verslaggever voor de Turkse krant Radikal, dat het allemaal wel leuk en aardig is zo’n visie, maar dat er in de praktijk weinig van terecht komt. Fenerbahçe speelt defensief.

Zico’s status en populariteit is ver verwijderd van wat hem ooit als voetballer ten deel viel. Ook in Brazilië. Hij is wat vervreemd van z’n vaderland. Na zijn voetbalcarrière (hij speelde twee seizoenen voor Udinese in Italië, waar hij topscorer was) koos hij voor een trainersloopbaan in de J-League, de Japanse eredivisie. Zico’s discipline, arbeidslust en professionalisme zorgden ervoor dat het klikte met de Japanse cultuur. Hij kreeg een nieuwe bijnaam: Nihongo, voetbalgod.

Met de Kashima Antlers werd Zico tweede in de J-League. Prompt kreeg hij een standbeeld in het Kashima Stadium. „De grootste horde die ik moest nemen toen ik naar Japan ging, was spelers te laten geloven dat het niet erg is fouten te maken”, vertelt Zico in 2006, als hij bondscoach is van Japan. „Voetballers zouden niet bang moeten zijn iets nieuws te proberen. Dat is het verschil tussen Japanners en Brazilianen.”

De Japanse voetbalbond doet Zico in 2002 het aanbod om de nationale ploeg naar het WK van 2006 in Duitsland te leiden. Zico accepteert. Hij houdt z’n spelers voor dat niets onmogelijk is. Ook als Japan tegen Brazilië speelt, is er een mogelijkheid dat Japan wint.

Ondanks z’n langdurig verblijf in Japan, heeft Zico altijd connectie gehouden met z’n vaderland. Hij richtte z’n eigen voetbalschool op, Centro de Futebol Zico in Rio de Janeiro en zorgde voor fatsoenlijke voetbalpleintjes.

Zico was nog een jaar minister van sport nadat minister-president Fernando Collor de Mello hem daarom gevraagd had. Gisteren reageerde hij met een kortaf ‘nee’ toen hem gevraagd werd of hij nog politieke ambities had. „Ik denk dat we goed werk hebben gedaan in dat ene jaar. Het aantal faciliteiten is verhoogd en verbeterd.”

De trainer verwacht een lastige wedstrijd tegen AZ. „We moeten scherp zijn om te winnen. Pas dan kunnen we geschiedenis schrijven”, verwijst hij naar het honderdjarig bestaan van de club. De aanhang eist min of meer succes in de feestelijke jaargang.