‘Snelheid is geen bagatel’

Koos Spee, landelijk verkeersofficier van justitie, behoort tot de meest gehate mensen van Nederland. Wat beweegt hem? „Als iemand 40 rijdt waar 30 mag, en er steekt plotseling een kind over, dan sleept hij dat kind nog 6 meter onder zijn voorwielen mee.”

Verkeerslicht bij werkkamer Koos Spee staat vaak op groen. Foto Evelyne Jacq Europa, Nederland, Soesterberg, 15-02-2007 Bureau Verkeershandhaving OM mr.J. Spee, Officier van Justitie, Hoofd Bureau Verkeershandhaving OM Foto: Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Sommige automobilisten die een bekeuring te veel hebben ontvangen, proberen nog enige inventiviteit in hun invectieven te leggen en roepen hem uit tot opperklikspaan, bermgraaier of kassajuffrouw van het ministerie van Financiën. Vaker nog wordt op de man gespeeld en heet hij „Koos Vreugdeloos met zijn schijnheilige hoofd” of „ijdeltuiterige vrome glibber”. In de uiteraard anonieme scheldkanonnades op internet vergelijken mensen hem met Hitler of bestempelen hem tot „de Adolf Eichmann van de flitspalen”. Een enkeling kondigt aan niet voor hem te zullen remmen of roept op ‘de verkeerskoning’ een kogelbrief te sturen.

„Dat van die kogelbrief kende ik nog niet”, zegt Spee onaangedaan. Ervan wakker liggen doet het hoofd Bureau Verkeershandhaving Openbaar Ministerie (BVOM) niet. „Je rug insmeren dan glijdt het eraf”, zegt hij. Maar echt vrolijk maken deze reacties ’s lands meest gehate ‘tollenaar’ niet. „Zoals ze praten, rijden ze ook, ben ik bang.” En ten diepste begrijpen doet hij het niet. Ja, dat mensen het niet leuk vinden beboet te worden wegens te hard rijden, dat kan hij begrijpen. Maar waarom staan voor verkeersveiligheid zo impopulair is, is hem onduidelijk.

Wie zijn curriculum vitae leest, zou makkelijk tot de slotsom kunnen komen dat Spee de ijzeren discipline die zijn carrièreloop kenmerkt, wil opleggen aan de verkeersdeelnemers. Tientallen jaren lang werd zijn bestaan getekend door zelfstudie. Toen zijn zoon eens werd gevraagd wat hij wilde worden, zei deze: „Alles behalve wat mijn vader doet. Want die zit elke dag om zeven uur boven te studeren.” Spee is voor orde en het handhaven van regels, zegt hij en dat dat niet populair is, weet hij. Maar hij doet het voor de mensen zelf.

„Mijn drijfveer wordt gevormd door de slachtoffers van verkeersongelukken.” We kunnen allemaal slachtoffer worden van iemand die te veel heeft gedronken. Van iemand die inhaalt terwijl hij aan het bellen is. Of van een vrachtwagenchauffeur die naar een dvd kijkt. En wat het betekent slachtoffer te zijn, weet hij. „Je moet er maar eens bij geroepen worden als een vrachtwagen over een auto is gereden.”

In een gesprek met Spee passeert het ene navrante verhaal na het andere de revue. Een alleenstaande moeder van twee kinderen: dwarslaesie nadat haar auto was geplet door een vrachtwagen. Een jonge jongen: blind nadat hij op zijn bromfiets, zonder helm, was geschept door een automobilist die opeens een parkeerplek zag. Een vader van twee dochters: dwarslaesie, geraakt door een vrachtauto waarvan de chauffeur aan het bellen was. Als verkeersschout kreeg hij veel zware verkeerszaken en had hij contact met slachtoffers en nabestaanden. „Als je dan ziet hoe zo’n gezin verandert na een ongeluk.”

Gegeven de ingrijpendheid van de gebeurtenissen en het botte feit dat minder hard rijden levens spaart, verbaast het hem na al die jaren nog steeds dat automobilisten, politici en collega’s bij het openbaar ministerie en de politie, weinig belangstelling hebben voor verkeershandhaving. Verkeershandhaving is niet sexy, blijkt uit zijn woorden. „Zware criminaliteit, daarmee kan je scoren bij de politie en het OM, dat is interessant. Maar jaarlijks komen veel en veel meer mensen om in het verkeer en vallen veel meer gewonden dan door criminele afrekeningen.”

„Mensen bagatelliseren kleine snelheidsoverschrijdingen” , zegt Spee. „Vaak hebben mensen mazzel als ze door rood rijden, of ietsje te hard.” Maar ook die kleine overtredingen kunnen tot doden of ernstige gewonden leiden, zegt hij.

Spee geeft het voorbeeld van iemand die binnen de bebouwde kom 40 kilometer per uur rijdt in plaats van 30. „Als er op 12 meter van zijn auto plotseling een kind oversteekt dan sleept hij dat kind nog 6 meter onder zijn voorwielen mee. Terwijl hij met 30 km per uur tijdig had kunnen stoppen. Als dat je overkomt, dat is een film die je zou willen terugdraaien, maar dat gaat niet meer lukken.”

Toen hij in 1998 in Soesterberg als landelijk verkeersofficier begon, lag het aantal dodelijke slachtoffers in het verkeer op 1.200 doden per jaar. Nu is het BVOM gevestigd in een modern kantoor boven een supermarkt en telt de organisatie tachtig medewerkers. Het aantal verkeersdoden zit, ondanks een toename van het aantal auto’s, tegen de 900 aan. Mede door zijn ingrijpen: de flitspalen, de gerichte surveillance van verkeershandhavingsteams, de landelijke campagnes. In de toekomst zullen meer flitspalen worden gedigitaliseerd en met elkaar worden verbonden zodat de trajectcontrole kan worden uitgebreid. En hij sluit niet uit dat in de nabije toekomst op Tomtom of andere navigatiesystemen wordt aangegeven dat de automobilist een gevaarlijke weg nadert.

Wat die winst aan mensenlevens hem tot nu toe vooral oplevert, is een baaierd van aan blinde razernij grenzende kritiek. Zoals die van professor dr. Smalhout in De Telegraaf: „[...] net als bij de Duitsers tussen 1940 en 1945 gold [...] bij Spee het principe: ‘Befehl is Befehl und Ordnung muss sein’ ”.

Spee in een reactie: „Mijn opzet is nu juist het terugdringen van het aantal slachtoffers en in ’40-’45 vielen er juist als gevolg van ‘Befehl ist Befehl’ heel veel onschuldige slachtoffers.”

    • Hans Moll