Prodi’s regering vertoonde vanaf begin scheuren

Net nu de economie uit het dal begint te klimmen, zit Italië zonder regering. Al direct na de verkiezingen van vorig jaar was duidelijk dat het heel moeilijk zou worden voor premier Prodi.

„En nu, Romano?”, zo zou een vriend volgens de Corriere della Sera aan de Italiaanse premier Romano Prodi hebben gevraagd. „Nu niks. Ik stop ermee en basta.” Direct nadat het buitenlandbeleid van minister Massimo D’Alema is weggestemd, staat voor Prodi vast dat hij zijn ontslag moet indienen. Het is de druppel. Na negen maanden van schipperen en compromissen zoeken tussen de zeven centrum-linkse coalitiepartijen en de vele stromingen binnen die partijen, is de rek eruit.

Om kwart over zeven meldt Prodi zich gisteravond bij president Giorgio Napolitano. Even voor acht uur wordt het ontslag officieel bevestigd. Vandaag en morgen consulteert Napolitano de partijleiders over de te nemen stappen. Verkiezingen? Lijmen? Uitbreiding van de centrum-linkse coalitie? Een zakenkabinet? Een nationaal kabinet?

En nu, Romano? De vraag blijft minstens zo prangend en heeft zelfs een zwaardere lading gekregen nu hij is afgetreden. Net in de maand dat de eerste positieve berichten over herstel van de Italiaanse economie weerklinken, zit het land zonder regering. Het schrikbeeld doemt op van alweer een keiharde verkiezingsstrijd met Silvio Berlusconi.

Door de val van de regering loopt Italië het risico kostbare tijd te verliezen. Net nu het zich probeert te ontworstelen aan het etiket „de zieke man van Europa”. De regering heeft een eerste bezuinigingspakket van 35 miljard euro gepresenteerd, maar de praktische uitwerking moet nog plaatsvinden. De strijd tegen belastingontduiking is nog maar pas geopend.

Belangrijke hervormingen zullen vertraging oplopen: de aanpassing van het dure pensioenstelsel, de liberalisering van de corporatistische Italiaanse economie. Ook ethische kwesties als euthanasie en samenlevingscontracten voor homo’s en hetero’s staan op de agenda, maar zullen op de lange baan worden geschoven.

Ondank dit alles zag Prodi gisteravond toch geen ander alternatief dan opstappen. „De waarheid is dat het niet anders dan zo kon eindigen: teveel scheuren, te veel ideologie en een continue strijd om zichtbaarheid” tussen de verschillende ministers en partijleiders in de coalitie, zo zei hij tegen zijn medewerkers.

Al direct na de verkiezingen op 9 en 10 april vorig jaar wordt duidelijk dat het heel moeilijk zal worden voor Prodi. Dankzij een meerderheidsbonus haalt hij met 200.000 stemmen minder toch een ruime meerderheid in het Huis van Afgevaardigden. Maar in de Senaat beschikt hij maar over één zetel meer dan de oppositie onder leiding van Silvio Berlusconi.

Uiteindelijk presenteert Prodi een regering met meer dan honderd ministers en staatsecretarissen uit zeven partijen. Een coalitie die in zich conflicten herbergt over vredesvraagstukken en ethische en sociale kwesties.

De eerste maanden zit het mee. Italië wordt wereldkampioen voetbal en Prodi deint mee op de golven van euforie. In augustus speelt zijn regering een bemiddelende rol in de Libanon-crisis. Maar met de herfst komen de problemen. Tot 10 december is het spannend of de fel bekritiseerde begroting met een bezuiniging van 35 miljard euro en een belastingverhoging het zal redden. Prodi’s populariteit daalt snel.

Op 11 januari probeert Prodi zijn kabinet opnieuw te lanceren en zijn ministers in het gareel te krijgen, tijdens een bijeenkomst in een kasteel in de Zuid-Italiaanse stad Caserta. De eendracht is van korte duur. In de media nemen bewindslieden zonder schroom afstand van besluiten die eerder in de ministerraad zijn genomen.

Op 1 februari verliest de regeringscoalitie een stemming over de uitbreiding van de Amerikaanse vliegbasis in de Noord-Italiaanse stad Vicenza. Pacifisten in de Senaat stemmen tegen. Uiteindelijk wordt het plan goedgekeurd, dankzij medewerking van de oppositiepartijen onder leiding van Berlusconi.

Na lang masseren krijgt Prodi op 9 februari zijn ministers op een lijn over het samenlevingscontract voor homo- en heteroseksuelen. Maar de aanstaande behandeling in de Senaat belooft problematisch te worden. Zo ver zal het niet komen. Uiteindelijk is het minister van Buitenlandse Zaken Massimo D’Alema die afgelopen dinsdag de zaak op scherp zet met het oog op de behandeling van zijn buitenlandbeleid de dag erna. Hij stelt dat de regering zal opstappen als de buitenlandkoers niet wordt aanvaard. Een te ferme zet, zo oordeelt Prodi achteraf. Een buitenkans voor de oppositie om de regering ten val te brengen. „We hadden al tijden behoefte aan een moment van helderheid. Ik heb mijn hand niet overspeeld. Ik heb alleen duidelijkheid gezocht”, zo reageert D’Alema. Historici zullen oordelen over de diepere drijfveren van D’Alema, die in 1998 ook een belangrijke rol speelde tijdens de val van het eerste kabinet-Prodi en hem toen opvolgde.

Twee pacifistische senatoren van twee communistische partijen blijken niet te kunnen leven met de gedachte dat Italië bijna 2.000 soldaten in Afghanistan heeft. Ze trotseren het gebrul van hun coalitiegenoten om de stemknop in te drukken. Ze onthouden zich van stemming. Doordat ook twee senatoren-voor-het-leven dat onverwachts doen haalt de regering net niet de benodigde 160 stemmen.

Eén van deze cruciale oude senatoren is Giulio Andreotti, zeven maal premier en 19 maal minister. Dit politieke dier zegt achteraf: „Werkelijk, ik heb het niet expres gedaan. Ik had niet begrepen dat de regering zonder mijn stem zou vallen.” Maar in de Italiaanse wandelgangen, die altijd bol staan van de complottheorieën, vermoedt men opzet. Andreotti, die zeer nauwe banden onderhoudt met het Vaticaan, zou wraak hebben willen nemen op het voornemen van de regering om het samenlevingscontract voor homo’s en hetero’s in te voeren.

En zo gaat het kabinet Prodi in rook op. Een einde aan een korte lijdensweg. „Complimenten aan de regie”, zo concludeert de Corriere della Sera. Inmiddels wordt alom gespeculeerd over een doorstart. Vrijwel alle linkse partijen hebben gezegd Prodi te willen blijven steunen. De Italiaanse demissionaire premier zelf wil ook doorgaan. La Repubblica citeert de eisen die Prodi aan zijn coalitiepartners zou stellen: „Ik blijf als ik de zekerheid heb dat ik over een meerderheid kan beschikken die ijzersterk is en als jullie me meer autonomie geven. Jullie moeten je in de oren knopen dat dit land het nodig heeft om door deze coalitie te worden geregeerd. Punto e basta.’’