Op ramkoers met de financiële elite

De Nederlandse financiële wereld was decennia een club knusse kapitalisten. Niet langer. De inmenging van speculant TCI in het beleid van ABN Amro dwingt tot keuzes: voor of tegen het grenzeloze geld?

Eerst waren de grote Nederlandse klanten het doelwit, nu is het ABN Amro zelf. Maar de beleidswijziging die de Britse zwerfkapitalist TCI wil opdringen aan ABN Amro, is niet alleen een confrontatie met de top van de bank zelf, maar ook met de vrijwel complete financiële elite van Nederland.

Vijf jaar geleden was de afloop van een inmenging van een buitenlandse belegger in de Nederlandse geldwereld misschien nog voorspelbaar gewenst. Maar nu is alles anders. Tot ver in de jaren negentig waren de grote Nederlandse financiële instellingen nauw met elkaar verweven. Via participaties in elkaars aandelenkapitaal. Via aandelenbelangen in ‘gezamenlijke’ bedrijven als participatiemaatschappij NPM of investeringsbank NIB. Zij hadden ook hun bancaire netwerken, bijvoorbeeld voor het betalingsverkeer. En ten slotte waren zij verenigd in hun Nederlandse, sociale en zakelijke afkomst. Ze trokken samen op bij mislukte en geslaagde reddingen voor probleembedrijven (DAF, Fokker) of kwamen elkaar tegen in het bestuur van Het Concertgebouw.

Nu niet meer. Verzakelijking en liberalisatie hebben de ondernemingswereld veranderd. Beleggers en speculanten voeren de boventoon en streven naar het allerhoogste. Naar het allerhoogste rendement. Financiële opkopers en amokmakers met duizenden miljarden euro’s koopkracht behoren nu tot de beste klanten van de financiële wereld.

Zij zijn grenzeloos en achter de Nederlandse dijken is het goed grazen. Een reeks grote bedrijfsklanten van ABN Amro heeft dat al aan den lijve ondervonden. De Amerikaanse ex-marinier Guy Wyser-Pratte dwong detailhandelsconcern Vendex KBB zichzelf te verkopen aan private-equityfinanciers. De Amerikaan Eric Knight, die gesteund wordt met kapitaal van Amerika’s grootste pensioenfonds Calpers, nam energiebedrijf Koninklijke/Shell én informatieleverancier VNU op de korrel. De Koninklijke fuseerde formeel met Shell en werd zodoende Brits. VNU is overgenomen door een groep financiële opkopers. Vorig jaar probeerden twee Angelsaksische zwerfkapitalisten een koerswijziging bij industrieel concern Stork af te dwingen, waar voormalig ABN Amro-bestuursvoorzitter Jan Kalff president-commissaris is. Vervolgens lanceerde hetzelfde duo een initiatief om supermarktconcern Ahold op te breken. De uitkomst van de machtsstrijd bij Stork en Ahold is vooralsnog onbeslist.

Nu krijgt ABN Amro zelf zo’n brief: opsplitsen, jezelf verkopen, maakt ons niet uit, als het maar geld oplevert. Was getekend: TCI, The Children’s Investment Fund. Naar eigen zeggen bezit TCI ruim 1 procent van de aandelen. Dat komt overeen met een investering van ruim 500 miljoen euro. Ter vergelijking: bij Stork hebben de zwerfkapitalisten ruim 400 miljoen euro op het spel staan, bij Ahold zo’n 800 miljoen euro.

1 procent van het aandelenkapitaal van ABN Amro? Dat leest niet als een reden voor zorg. Nog 99 procent andersdenkenden. Maar cijfers zijn bedrieglijk. Financiële avonturiers als TCI, die over de wereld zwerven met eigen geld en met nog veel meer geld dat zij bij banken lenen, hebben door hun geheimzinnigheid een zekere mystiek. Zij lijken soms groter dan zij in werkelijk zijn. Maar zij zijn tevens leiders van een financiële kudde vol gelijkgestemden, die al aandelen bezitten in bijvoorbeeld ABN Amro. Of nu gaan kopen, en daarmee de positie van TCI versterken. Bij twee van TCI’s meest succesvolle interventies, in de strategiestrijd bij de Duitse effectenbeurs en bij de Frans-Belgisch-Nederlandse Euronext-beurs, bleek het Amerikaanse hedgefonds Atticus ook grote aandelenpakketten te hebben.

Zo kan de brief aan ABN Amro uitdraaien op een confrontatie met de Nederlandse financiële wereld. Alle grote financiële instellingen zijn aandeelhouders. Maar ze hebben weinig stemrecht. Verzekeraar Aegon: 0,04 procent. Fortis: 0,57 procent. Delta Lloyd: 0,76 procent. Achmea/Eureko: 0,08 procent.

Een stichting die speciale aandelen beheert en bestuurd wordt door drie financiële experts, bezit 1,8 procent.

Dan de pensioenfondsen en vermogensbeheerders: op de laatste aandeelhouder voerde superbelegger ABP het woord mede namens een paar van de andere grote pensioenbeleggers: PGGM, Spoorwegpensioenfonds, Pensioenfonds Grafische bedrijven, alsmede voor vermogensbeheerder Robeco. Vermogensbeheerder F&C was op de vergadering namens het Pensioenfonds Metalektro. Pensioenfondsen hoeven hun belangen niet te melden, en doen dat ook niet.

Veruit de grootste aandeelhouder is ING, met ruim 5 procent. ING houdt haar kaarten als belegger doorgaans dicht tegen de borst en laat zich niet verleiden tot uitspraken over stemgedrag.

En wat doen de reguliere Amerikaanse en Britse vermogensbeheerders, zoals Capital Group en Tweedy Browne? Zij hebben samen ongeveer een kwart van de aandelen, althans volgens gegevens van ABN Amro zelf van eind 2005.

Op wie kan ABN Amro rekenen als het aankomt op een stemming op de aandeelhoudersvergadering? Gaan de concurrenten voor een hoger beleggingsrendement, en steunen zij voorstellen van TCI? Of willen zij profiteren van eventuele onrust bij ABN Amro om hun eigen marktaandelen uit te breiden?

De Nederlandse financiële wereld vormt doorgaans geen volksfront, zoals de grote Duitse en Franse banken dat wel doen om nationale belangen te steunen (Euronext, Airbus). Wat is nog de identiteit van de geldbeheerders? Aegon, ING en Fortis worden door buitenlandse managers geleid. Meest saillante wending van de laatste tijd in de Hollandse verhoudingen: ING adviseert de buitenlandse zwerfkapitalisten die Ahold achter de vodden zitten.