Ook in de bus is paraplu noodzakelijk

Noord-Brabant kon pas op het laatste moment Arriva het openbaar vervoer in de provincie laten verzorgen. „Dat bedrijf stond voor onbegonnen werk. Het moest aan de slag met honderd tweedehands bussen.”

De overgenomen bussen waren bestemd voor Afrika en Oost-Europa. Foto Hollandse Hoogte Nederland, Den Bosch, 13 februari 2007. Met de bussen van busmaatschappij Arriva is veel mis. FNV bondgenoten vindt de situatie bij busmaatschappij Arriva zo schokkend, dat de vakbond de Arbeidsinspectie heeft gealarmeerd. Het oude materieel van Arriva rijdt op versleten banden en met versleten remmen, deuren gaan plotseling open of dicht en zijspiegels raken los, somt FNV Bondgenoten de klachten op. In een geval is een ongeluk met schade ontstaan nadat een bus door de remmen was geschoten. Arriva moest in Oost-Brabant terugvallen op oude bussen omdat het bedrijf het gebied door problemen bij de openbare aanbesteding van de provincie pas in oktober kreeg toegewezen. Maar aan de barst in het raam is de staat van de bus goed te zien. Een buschauffeur is angstig omdat zijn baan in het spel is. Openbaar vervoer Foto: Dolph Cantrijn/Hollandse Hoogte Hollandse Hoogte

Den Bosch, 22 febr. - Schuilend onder haar paraplu wacht A. van Dijk naast het station in Den Bosch op de bus naar Vlijmen. „Ik mag toch hopen dat het een moderne, veilige bus is”, verzucht ze. Een paar weken geleden zat ze in een „gammel voertuig” dat „veel ergernis” opriep bij alle passagiers. En de chauffeur, weet ze nog, zei zich te schamen dat zijn baas Arriva „zo’n gevaarlijk misbaksel” de weg op durfde te sturen.

M. van Boxtel, namens de SP lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant, ervoer deze maand eveneens hoe krakkemikkig de bussen van Arriva in haar provincie kunnen zijn. En ze hoorde van een „ontdane chauffeur” dat hij „bibberend door de remmen was gegaan”. Toen het sneeuwde kwam ze een overvolle bus binnen, herinnert ze zich. „Iedereen stond voor me op. Ik zitten dus.” Het bleek dat op die plek het dak lekte. „Er viel wel wat water in mijn nek, maar ik heb gewoon mijn paraplu opgestoken.”

De politica prees de chauffeurs, die voor de veiligheid en het comfort van hun passagiers opkwamen door hun werk uit protest korte tijd neer te leggen. Bestuurder J. de Jong van FNV Bondgenoten verzamelde de lange reeks klachten van rijders en monteurs („vijf bussen met totaal versleten remmen, vijf andere bussen met kale banden, en nog veel meer, schandalig”) en lichtte de Inspectie Verkeer en Waterstaat (IVW) in. Afgelopen zaterdag controleerde de IVW 22 bussen van Arriva en stelde vast dat er 21 van de weg moesten.

Tweede Kamerlid L. Roefs (Openbaar Vervoer, PvdA) is „geschrokken” van de affaire. Ze staat versteld van de mededeling van Arriva afgelopen weekeinde dat alle bussen recentelijk nog door de APK-keuring zijn gekomen. Woordvoerder L. de Vries van Arriva zei dat „Techno Service Nederland in Den Bosch, een gerenommeerd bedrijf, de inspectie voor ons verricht. Het is schokkend dat er daarna van alles met onze voertuigen aan de hand is. Ze zwalken niet van de weg af, maar ze zijn wél afgekeurd. De veiligheid mag niet in het geding zijn”.

Arriva heeft de bussen onder andere gekocht van de Rotterdamse RET. Ze waren bestemd voor Oost-Europa en Afrika, en hebben een tijd stil gestaan op een afgelegen terrein. Volgens vakbondsman De Jong konden de bussen niet meer op eigen kracht starten en hebben de chauffeurs accu’s en startkabels moeten gebruiken om ze weer „aan de praat” te krijgen.

Dat Arriva in Brabant oude bussen in gebruik heeft, is niet verwonderlijk. Nieuwe waren niet voorhanden toen het bedrijf (samen met de BBA) in oktober vorig jaar onverwachts het busvervoer in de zuidelijke provincie mocht gaan verzorgen. Aanvankelijk was de aanbesteding gewonnen door Connexxion en Hermes, maar kort vóór de definitieve gunning haakten die twee vervoerders af omdat zij door „een verschrijving” in hun offerte voor een te lage prijs hadden ingeschreven.

De Jong (FNV Bondgenoten) meent dat de huidige problemen bij Arriva mede het gevolg zijn van de privatisering van het openbaar vervoer. „De vervoerders schrijven in tegen of onder de kostprijs. Dat leidt onvermijdelijk tot bezuinigingen op onderhoud en lonen. De provincies en stadsregio’s zouden minimumeisen moeten stellen als ze de concessies verlenen. Ze moeten niet alleen kijken naar de prijs, ook naar de kwaliteit.”

PvdA’er Roefs sluit zich bij dat laatste aan. Ze vindt het op zich goed dat de provincies verantwoordelijk zijn voor de aanbestedingen, maar vraagt zich af of die wel over voldoende kennis beschikken. De Brabantse gedeputeerde P. Rüpp (Ruimtelijke Ordening, CDA) heeft de aanbesteding al eens omschreven als „een voor de provincie zeer complex en gevoelig proces met meer taken voor juristen dan voor bestuurders”. Hij vroeg zich ook hardop af of marktwerking in het openbaar vervoer een goede keuze was.

Woordvoerder R. Spithorst van Rover, de vereniging van reizigers in het openbaar vervoer, is van oordeel dat de kwaliteit van het openbaar vervoer afhangt van de opdrachtgever. Hij noemt Brabant „een kneus”, omdat de provincie zich in 2006 te lang aan het lijntje heeft laten houden door Connexxion, en een jaar eerder in verband met de aanbesteding door de rechtbank tot de orde werd geroepen.

En Arriva? Spithorst: „Dat bedrijf stond in Brabant voor onbegonnen werk. Het moest aan de slag met honderd tweedehands bussen. Het is een Engels concern, dat moest wennen aan de Nederlandse cultuur. Rover heeft met Arriva wisselende ervaringen. Vaak bleek het een prijsvechter, die tegen een lage prijs te weinig kwaliteit bood. Het kwam dan van een koude kermis thuis, maar heeft daarvan ook geleerd.”

Spithorst meent dat de recente ondervindingen met Arriva in Brabant zouden moeten leiden tot „een verrassingscontrole” onder alle Nederlandse vervoerders. PvdA’er Roefs denkt dat dat een goede zaak zou zijn. Ze kent nog een misstand: ze heeft gelezen dat de ouderwetse treinen van vervoerder Violea op de Maaslijn olie lekken, die op de stations van Nijmegen, Venlo en Venray met matten wordt opgevangen. „Dat kan toch niet?”