Ministerie in de fout met ‘asbestschip’

Het ministerie van VROM heeft vorig jaar ten onrechte een exportvergunning voor de Otapan afgegeven. Het sloopschip had niet met asbest aan boord naar Turkije mogen gaan.

Dat blijkt uit een uitspraak van de Raad van State. Het rechtscollege vernietigde gisteren de exportvergunning en stelde Greenpeace Nederland in het gelijk. De milieuorganisatie had bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening.

Volgens de Raad van State had het ministerie nooit een vergunning mogen afgeven omdat op de exportpapieren ten onrechte stond dat het bij de sloop in Turkije ging om een „nuttige toepassing” van afval, zoals het terugwinnen van metalen.

Greenpeace betoogde dat de sloop van het schip had moeten worden aangemerkt als „verwijdering” van afval, vanwege de aanwezigheid van asbest. Als sprake is van ‘verwijdering’ mogen sloopschepen volgens Europese regels niet naar Turkije. Dat mag wel als het gaat om een ‘nuttige toepassing’ van het afval.

De Raad van State concludeert nu dat de vermelding ‘nuttige toepassing’ onjuist is, omdat het asbest voorafgaand aan de sloop van het schip diende te worden verwijderd.

In het nog lopende onderzoek van justitie naar de export van de Otapan wordt naar deze kwestie gekeken. De scheepseigenaar had aanvankelijk ‘verwijdering’ in zijn exportaanvraag staan. Een ambtenaar van een dienst van VROM veranderde dat, na overleg met de scheepseigenaar, in ‘nuttige toepassing’ om de export niet te belemmeren. Dat bleek in oktober vorig jaar uit een onderzoek van nrc.next.

De Otapan vertrok eind juli vorig jaar uit Amsterdam naar Turkije. Toen dat land ontdekte dat er meer asbest aan boord was dan op de papieren stond, werd het schip geweigerd. Daarop liet VROM de Otapan terughalen. Het schip wordt nu in Rotterdam grotendeels van asbest ontdaan. Wat daarna gaat gebeuren, is onduidelijk. De kosten bedragen inmiddels al vijf miljoen euro.