Milities vervangen de Britten in Basra

Van de 7.100 Britse soldaten in Irak gaan er 1.600 naar huis omdat het in Basra veel beter gaat, maakte premier Blair gisteren bekend. Maar daarop valt wel het een en ander af te dingen.

Militairen van het Yorkshire regiment dragen de kist van Luke Daniel Simpson, de 101ste Britse militair die in Irak is gesneuveld sinds de Amerikaans-Britse invasie in maart 2003. Simpson werd gisteren in Howden Minster begraven, op de dag waarop premier Blair de terugtrekking van 1.600 man uit Zuid-Irak bekendmaakte. Foto AP. Soldiers from the Yorkshire Regiment carry the coffin of Private Luke Daniel Simpson, the 101st British serviceman to die in action in Iraq, during his funeral at Howden Minster, England, Wednesday Feb. 21, 2007. British Prime Minister Tony Blair announced in the House of Commons in London, Wednesday, the first large-scale British troop withdrawals from Iraq. (AP Photo/John Giles-pa) ** **UNITED KINGDOM OUT: NO SALES: NO ARCHIVE: ** Associated Press

De toestand in de Zuid-Iraakse stad Basra is de laatste maanden verbeterd, verklaarde de Britse premier Tony Blair gisteren in het Lagerhuis. Daarom kunnen 1.600 van de 7.100 Britse militairen de komende maanden naar huis. Vanmorgen deed hij er voor de BBC-radio nog een schepje bovenop. Hij zei „geweldig trots” te zijn op wat de Britse militairen in Zuid-Irak hebben bereikt.

Het optimisme van Blair staat in schril contrast met de dagelijkse werkelijkheid in Basra zelf. Daar worden de gebeurtenissen al geruime tijd niet meer bepaald door de Britse troepen maar door machtige, min of meer radicale shi’itische facties met hun eigen milities. Die strijden met elkaar om de controle over de rijke olievelden in de omgeving van Basra, die goed zijn voor tweederde van de Iraakse reserves.

De goed bewapende milities, die actieve steun van het buurland Iran krijgen, rekenen meedogenloos af met iedereen die zich maar tegen hen keert of die zich naar hun conservatieve smaak niet ‘islamitisch’ genoeg gedraagt. Respect voor de mensenrechten is wel het laatste waar ze zich om bekommeren. Af en toe raken de milities slaags met elkaar. De Britten hebben in de praktijk weinig tegen de milities kunnen en willen doen.

De toestand was vorige zomer zo zorgelijk dat de Iraakse premier Nouri al-Maliki tijdens een bezoek aan Basra de noodtoestand afkondigde in de stad. Die is nog altijd van kracht. Niet dat dit overigens veel verschil maakt. Ook de regering in Bagdad heeft nauwelijks greep op de toestand in Basra. Lokale potentaten en hun milities, voorop de gouverneur van Basra, Mohammed al-Waeli, en zijn Fadhila-groep maken er de dienst uit.

Tegen die achtergrond krijgt het gedeeltelijke vertrek van de Britten eerder het karakter van een roemloze aftocht. Dit te meer wanneer die wordt afgezet tegen de oorspronkelijke ambities, die Blair vanmorgen zelf voor de radio nog eens herhaalde: een democratisch Irak, waar recht en orde heersen.

De Liberaal-Democratische leider Sir Menzies Campbell, een overtuigd tegenstander van de interventie in Irak, vatte de situatie gisteren in het Lagerhuis vernietigend samen: „De onverteerbare waarheid is dat we een land zullen achterlaten dat op de rand van een burgeroorlog verkeert, waarin de wederopbouw is vastgelopen en de corruptie endemisch is.”

Het voornaamste argument dat Blair aanvoert voor de terugtrekking is dat de toestand in Basra en omgeving is verbeterd als gevolg van Operatie Sinbad. Dit is een grootscheepse operatie, die sinds vorig najaar loopt en waarbij Britse militairen samen met de nieuwe Iraakse strijdkrachten de stad wijk voor wijk proberen te zuiveren van verzetshaarden. Ontegenzeggelijk heeft de operatie enig succes gehad. Mede daardoor is het aantal moorden in Basra gedaald van 139 in juni vorig jaar tot 29 in december. De Britten toonden zich bovendien tevreden over het optreden van hun Iraakse collega’s.

Maar er is geen sprake van dat de milities zijn ontwapend. En het is een publiek geheim dat de milities op grote schaal de politie en tot op zekere hoogte ook het leger hebben geïnfiltreerd. De grote vraag is dan ook of de Iraakse strijdkrachten, wanneer ze eenmaal op eigen kracht verder moeten opereren, zullen zijn opgewassen tegen de milities.

Veel waarnemers zijn daarover sceptisch. Zowel neutrale Westerse waarnemers als Irakezen die geen deel uitmaken van de milities, hebben de Britten er dan ook al van beschuldigd Zuid-Irak domweg in handen te spelen van radicaal islamitische milities.

Ook de Australische minister van Defensie Brendan Nelson, wiens land nog zo’n 550 man heeft gestationeerd in Irak, oefende vanmorgen bedekte kritiek uit op het Britse besluit. Nelson stelde dat zijn land geen gefaseerde terugtrekking van zijn troepen zou uitvoeren omdat daardoor de levens van de achterblijvers in gevaar zouden komen.

Onder de Britse militairen leeft eveneens onvrede over hun rol in Zuid-Irak. Legerchef generaal Richard Dannatt gaf in oktober vorig jaar in een vrijmoedige bui al aan dat de aanwezigheid van de Britse troepen de toestand in Zuid-Irak „verergert”.

Betere perspectieven voor de Britse troepen zien hij en de militaire staf in Afghanistan. Daarom hadden de militaire leiders graag een snellere reducering van de Britse aanwezigheid in Irak gezien, zodat ze zich beter op Afghanistan kunnen concentreren. Hun politieke bazen, vooral premier Blair zelf, achtte het daarvoor echter te vroeg.

Blair zei gisteren dat de Britten ook in 2008 nog in Irak zullen blijven, als de Iraakse regering dat wenst – dit voorjaar versterkt met prins Harry, zoals vandaag bekend werd. Hoeveel nuttigs ze daar nog kunnen doen, is twijfelachtig. Wel zullen de Britten een welkom doelwit blijven voor radicale shi’itische strijdgroepen. Inmiddels zijn nu 101 Britse militairen in Irak gesneuveld sinds het begin van de inval bijna vier jaar geleden. Het dodencijfer zal zo goed als zeker verder oplopen. Opiniepeilingen wijzen al geruime tijd uit dat slechts weinig Britten er met Blair nog het nut van inzien.