Medicijn tegen midlifecrisis

Mijn auto kent mij. Als een willekeurige voorbijganger op de portiergrendel drukt, gebeurt er niets. Als ík het doe, springt de auto open. Het geheim schuilt in mijn broekzak, waarin een plastic zendertje zit: intelligent key.

„Het is even wennen”, zegt de vriendelijke mevrouw van Nissan Nederland. „Daarna wil je nooit meer anders.” Het geheim van de gadget: luxe die je ervaart als noodzaak. Het geheim van Japanse auto’s: middenklasse auto’s met gadgets die je associeert met peperdure modellen.

Achter het stuur probeer ik naarstig te starten, maar de zender bevat geen contactsleutel en een sleutelgat is er trouwens ook niet. Is ook helemaal niet nodig, zo blijkt. Ik hoef maar aan de knop te draaien en hij start. Dankzij de zender ‘weet’ de auto dat ik het ben. Ja, het is even wennen, maar daarna ...

Bij het verlaten van de parkeergarage knal ik bijna tegen een vangrail, zo hard schiet de auto vooruit. Allemachtig wat een acceleratievermogen, en dat voor een benzinemotor van 1,6 liter. Nu ik het interieur goed bekijk, zie ik dat alles is afgestemd op snelheid: het sportieve stuur met de lekkere grip, de kuipachtige stoelen voor de middelpuntvliedende krachten in de bochten.

Op de snelweg blijken deze voorzieningen nuttig, want het gaat ongemerkt erg snel. Het stuur lijkt tot een kilometer of 100 haast vanzelf te draaien, zoveel doet de stuurbekrachtiging; pas daarboven wordt sturen een beetje werken. In de bochten die dankzij de puike wegligging met flinke snelheid genomen kunnen worden geeft de bestuurdersstoel voldoende steun.

De auto maakt de bestuurder, zo blijkt. Normaal ben ik een nogal tuttige rijder die lang in een baan blijft hangen en die inhalen als een project beschouwt. Nu betrap ik me erop kriskras van baan naar baan te schieten en – ojee – zelfs rechts in te halen. Dus dit is wat altijd ‘sportief’ rijden wordt genoemd. Het voelt als een probaat medicijn tegen een midlifecrisis; je mag dan kinderstoeltjes achterin hebben, je rijdt toch maar mooi mee met de snelle jongens.

De volgende ochtend is er plotseling geen sprake van snelheid, zelfs niet van beweging. De auto start niet. Is het de koude? Herinneringen wellen op aan de kindertijd. Met auto’s die nooit startten in de winter. Met de Peugeot 404 en de Citroën HY, die gelukkig allebei aangeslingerd konden worden. Hadden auto’s dat nu nog maar, mijmer ik. Dan schiet me weer te binnen dat je bij het starten de rem moet intrappen. Ja, hij start. Het is even wennen inderdaad.

De Nissan Note is wel een gezinsauto, met vijf ruime zitplaatsen. Van buiten oogt de auto niet groot, eerder nogal plat met die uitgerekte bijna platte voorruit. Van binnen is de auto ruim, zeker voor de passagiers. De auto doet een beetje denken aan tekenfilmpjes waarin je een eindeloze stoet mensen een onmogelijk kleine ruimte ziet binnengaan.

In de Nissan Note kunnen vijf volwassenen redelijk ruim zitten. Dat is te danken aan de achterbank die naar achteren kan worden geschoven, met de hoofdsteun bijna tegen de achterruit. De kinderen zijn zeer enthousiast: „Lekkere beenruimte.” Even later is het stil. Overweldigd door het comfort zijn de doorgaans drukke jongens in slaap gevallen.

Een dag later blijkt de keerzijde van het zitcomfort. Als ik de kinderen van school haal blijkt de kinderfiets van de jongste ook mee te moeten. De bank rolt moeiteloos naar voren, maar de kofferruimte is maar net toereikend voor de toch niet zo heel grote fiets (bandenmaat 16 inch). De kinderen kunnen alleen nog mee als ze in een soort kleermakerszit op de achterbank gaan zitten. Dat went niet echt.

Karel Berkhout

Karel Berkhout is kunstredacteur en rijdt in een Citroën Berlingo uit 2006.