Medicijn laat longzieke niet langer leven

Mensen met de longziekte COPD leven niet langer als ze een vaak gebruikte combinatie van twee medicijnen gebruiken, maar ze zijn wel minder vaak ziek, vergeleken met patiënten die een nepmiddel kregen.

De langverwachte publicatie van een onderzoek (de TORCH-studie) dat drie jaar lang de ziekte en sterfte onder ruim 6.000 COPD-patiënten volgde, heeft daarmee een teleurstellende uitkomst. Eerder onderzoek met oude gegevens van COPD-patiënten leverde op dat de combinatie van een luchtwegverwijder en een ontstekingsremmer, zoals ook bij de longziekte astma gebruikelijk is, wél levensverlengend is. Maar nu in een betere wetenschappelijke opzet een groep mensen een paar jaar is gevolgd, blijkt het sterfteverschil miniem.

COPD is een longziekte, vooral van (ex-)rokers. Zij hoesten veel, geven slijm op, zijn snel kortademig en die klachten verergeren soms plotseling. COPD staat vijfde op de lijst van belangrijkste doodsoorzaken in Nederland.

De bekendere ziektebeelden chronische bronchitis en longemfyseem vallen onder de moderne term COPD. Astma valt er buiten, want dan is sprake van een te sterke reactie van het afweersysteem op tamelijk onschuldige stoffen. Bij COPD gaat de longfunctie verloren doordat er bindweefsel in de longblaasjes groeit. De elasticiteit van de longen verdwijnt en de patiënt krijgt steeds meer moeite met (uit)ademen. De ontstekingsreacties bij COPD vinden hun oorzaak in langdurige irritatie door schadelijke stoffen uit bijvoorbeeld sigarettenrook.

Het TORCH-onderzoek waarvan de resultaten vandaag in The New England Journal of Medicine zijn gepubliceerd, is gedaan onder patiënten met ernstige COPD. Bij beginnende COPD werken medicijnen niet. De 6.000 deelnemers werden door het lot verdeeld in vier groepen. Eén kreeg een placebomedicijn. De tweede kreeg de combinatie van ontstekingsremmer en luchtwegverwijder. De derde groep kreeg alleen een luchtwegverwijder en de vierde alleen een ontstekingsremmer. De sterfte onder de mensen die de combinatietherapie gebruikte was 12,6 procent, tegen 15,2 procent bij de placebogebruikers. Dat sterfteverschil is zo klein dat het even goed toevallig kan zijn. Wel hadden de mensen die de placebo gebruikten duidelijk iets meer last van plotselinge verergering van de kortademigheid en hoestbuien. In de groepen die een van beide medicijnen gebruikten, fluctueerden de sterfteverschillen ook door toeval.