Kijk uit voor Apollonia, zeggen ze

Apollonia Mathia werkt bij de Juba Post, een krant in Zuid-Soedan.

„Als journalist wordt je gerespecteerd. Ze zijn bang dat je met kritiek komt.”

Apollonia Mathia uit Juba in Zuid-Soedan is een zeer wilskrachtige vrouw. Anders zou ze afgelopen week niet in Nederland hebben gezeten op een symposium over de rol van maatschappelijke organisaties bij vredesopbouw in conflictgebieden van de Nederlandse hulporganisaties Cordaid en ICCO.

Mathia (52) heeft zich van secretaresse bij de Zuid-Soedanese overheid en communicatiemedewerkster van de katholieke kerk opgewerkt tot senior editor van The Juba Post, met het Oegandese Verzetsleger van de Heer in haar portefeuille. Regelmatig duikt ze de bush in om voor haar krant over de terreuractiviteit van het LRA en het kwakkelende vredesproces tussen de groep en de Oegandese regering te berichten.

Haar man en zes kinderen (nu 14 tot 26 jaar oud) hebben zich erbij moeten neerleggen. „Je moeder gaat weer weg en laat ons aan ons lot over, zei hij vroeger altijd”, vertelt Mathia in een interview in Rotterdam. „Maar dat doet hij niet meer. Ik ben een zeer onafhankelijke vrouw.”

Drie vaste redacteuren en een hoofdredacteur werken er voor de Engelstalige Juba Post in de Zuid-Soedanese hoofdstad Juba, nog eens vier in Khartoum en negen free-lance correspondenten in verschillende plaatsen. Na het ter ziele gaan van The Nile Mirror in de jaren zeventig werd Juba Post met internationale steun in maart 2005 als eerste nieuwe krant in het autonome Zuid-Soedan opgericht.

De journalisten, inclusief Mathia, zijn het product van een journalistieke opleiding die mede door het ICCO wordt gefinancierd. De krant komt één keer per week uit met een oplage van twee- tot drieduizend exemplaren. Dat lijkt niet veel voor een stad met naar schatting 250.000 inwoners. Maar veruit de meeste inwoners zijn analfabeet.

In het vredesakkoord (CPA, Comprehensive Peace Accord) dat in januari 2005 een eind maakte aan de lange oorlog tussen Arabisch en islamitisch Noord- en Afrikaans en christelijk/animistisch Zuid-Soedan is volgens Mathia de vrijheid van meningsuiting gewaarborgd. De Juba Post trekt zich dus nergens iets van aan, zegt ze, behalve natuurlijk, voegt ze er lachend aan toe, van de betrouwbaarheid van zijn bronnen.

Zijn onafhankelijkheid is de Juba Post van tijd tot tijd op problemen komen te staan met de noordelijke regering in Khartoum. De krant kreeg in 2005 drie weken een verschijningsverbod opgelegd, en ook het drukproces is een paar maal door de autoriteiten gesaboteerd, „toen de inhoud ze niet zinde”, aldus Mathia. De Juba Post wordt in Khartoum gedrukt – er is geen drukkerij in Juba. „Maar de [autonome] zuidelijke regering begrijpt wat vrijheid van meningsuiting inhoudt”, aldus Mathia. „We sluiten geen compromissen.”

De Juba Post van deze week telt 16 pagina’s. Minder dan normaal, omdat Mathia en nog een paar collega’s niet op de redactie zijn. Het hoofdartikel roept de politieke partijen op om tijdig voor de verkiezingen in 2008 hun programma’s te publiceren. „De tijd van het omkopen van kiezers om de verkiezingen te winnen, is voorbij. U moet uw politieke kracht in de praktijk tonen.” De krant is grotendeels gericht op Juba en Zuid-Soedan, maar besteedt ook aandacht aan Khartoum en buurlanden en meldt Europese voetbaluitslagen.

Mathia zegt dat de redactie de krant liefst dagelijks wil laten uitkomen. Maar dan moeten er nog heel wat problemen worden opgelost. De redactie is te klein, de stringers zijn te weinig actief, de internetverbinding is vaak gestoord. Bovendien zijn de drukkosten hoog: „de [noordelijke] regering vindt ons lastig, en daarom houdt zij de tarieven extra hoog”, zegt Mathia. Mathia is trots op de huidige editie. „Als journalist van de krant word je in Juba door iedereen gerespecteerd”, zegt ze. „Ze zijn bang dat je met kritiek komt. Kijk uit voor Apollonia, zeggen ze.”

Juba Post op internet: www.thejubapost.com