Jouster gedwongen gelukkiger te worden

In de Friese gemeente Skarsterlân moeten alle 250 bijstandstrekkers aan de slag. Dat geldt ook voor ook (voormalige) verslaafden en psychiatrische patiënten. „Niks doen is geen optie.”

Zeven jaar werkte Sander Klaver (26) meer dan zestig uur per week in de bouw. Maar het zware werk eiste zijn tol. Hij kreeg allerlei lichamelijke klachten, vertelt hij en nam ontslag. „Ik kon niet rondkomen, zat in een dip, had geen structuur en liep bij een psychiater.”

Drie jaar zit hij nu in de bijstand, maar sinds 2005 werkt hij met behoud van uitkering als heftruckchauffeur en verkoper bij een sloopbedrijf in Scharsterbrug. Via trajectbegeleider Taeke Pijper van de GGZ kwam hij eerst op een klussenbus. Nu heeft hij uitzicht op een vaste baan. „Mijn baas is dik tevreden over me.”

Nederland telt 328.000 mensen met een bijstandsuitkering. Bijna de helft, 160.000, zal nooit een reguliere baan vinden, blijkt uit cijfers van Divosa (de vereniging van directeuren van sociale diensten) van juni vorig jaar. Ruim 40 procent van het totale bijstandsbestand heeft een ontheffing van arbeidsplicht, meer dan de helft op medische gronden. Maar in Skarsterlân moeten ook zij aan de slag.

„Bijstand is niet leuk”, beklemtoont wethouder Gerard Hemmes (PvdA) in zijn werkkamer op het gemeentehuis in Joure. De ongeveer 250 bijstandstrekkers in zijn gemeente worden met „zachte dwang” aangespoord om actief te worden. Ook mensen uit het „granieten bestand”: zij die al geruime tijd geen baan hebben en moeilijk aan de slag komen.

De Friese gemeente (27.000 inwoners) verplicht hun 30 uur per week te werken. Wie niet wil, kan zijn uitkering kwijtraken of daarop worden gekort. Het beleid, dat in april 2006 gestalte kreeg, is gebaseerd op het principe „voor wat, hoort wat”. Momenteel worden gesprekken gevoerd met onder meer het UWV om ook mensen die geheel of gedeeltelijk zijn afgekeurd maatschappelijk actief te krijgen.

Dat geldt nu al voor (voormalige) drugs-, alcohol- en gokverslaafden, maar ook (ex-)psychiatrische patiënten met bijstand. Hemmes is afgestapt van de idee dat je sommigen van hen met rust moet laten, vertelt hij. „Je mag mensen niet afschrijven. Als ze iets doen, zie je ze opbloeien. Werkritme opdoen is goed.” Gemeenteambtenaar Guus Bax geeft toe dat er in het begin weerstand was. „Het leven van mensen die 25 jaar lang thuis hebben gezeten, wordt overhoop gehaald. Maar niks doen is geen optie.”

In de bedrijfshal van De WurkJouwer (Fries voor „werkgever”, tegelijkertijd is Jouwer Fries voor Joure) op het Jouster industrieterrein werken ongeveer 30 mensen met behoud van uitkering. Ze timmeren tuinsetjes in elkaar of zijn met de klussenbus op pad om mensen te helpen met tuinwerk of een verhuizing. Projectleider Koos Pot heeft niet de illusie dat iedereen uitstroomt naar een reguliere baan. „Sommige mensen zal dit niet lukken. Maar ze doen in elk geval werkervaring op en krijgen weer structuur in hun leven.” Bovendien levert een investering in deze mensen de gemeente financieel voordeel op, verklaart wethouder Hemmes. „Als iemand twee jaar uit de uitkering is, scheelt ons dat 15.000 euro per jaar. De kans op overlast neemt af en ook ziektekosten dalen. We willen mensen dwingen om gelukkiger te worden.”

Buiten voor de hal draait Peer (46) een sjekkie. Hij is een paar weken aan de slag via het traject. Van oorsprong is hij timmerman. Na ontslag bij een kringloopwinkel zat hij vijf jaar thuis. „Nu probeer ik weer werkritme te krijgen.” Dat geldt ook voor Klaas (31), die vijftien jaar in de bouw werkte, maar anderhalf jaar werkloos is. Thuis ging hij „kapot.” „Je kringetje wordt klein.” Maar nu hij aan de slag is doet hij sociale contacten op. „En de tijd gaat lekker snel.”

Anita (36), moeder van twee kinderen, is blij dat ze 20 uur werkt als magazijnbeheerder. „Werken geeft me energie, merk ik. Wel zou ze een betere kinderopvang willen. Peer heeft kritiek op de beloning. „Die is met 550 euro schandalig laag. Mijn dochter van achttien verdient meer dan ik.” Hemmes is het met hem eens. Hij zou, naar Duits voorbeeld, de mensen een extra toeslag willen geven van dertig euro netto per week. „Dat motiveert mensen meer en laat zien dat werken behalve waardering iets extra’s oplevert.”

Ook ongeveer vijftien tot twintig mensen in de bijstand met psychische problemen zijn aangemeld voor het werktraject. Tien zitten in de aanloopfase, drie zijn daadwerkelijk aan de slag. Hiervoor werkt de gemeente samen met de GGZ. Het betreft mensen die al behandeld worden, of juist zorg mijden, vertelt Kees Riem Vis van de GGZ. „Zij vinden de status quo veiliger dan de enge en dwingende buitenwereld.”

Toch is het goed als deze mensen ook iets doen, stelt hij. „Onze missie is de autonomie van de patiënt te vergroten, zodat diens sociale participatie groter wordt.” Dat kan als hij meer dagstructuur krijgt. Door het nieuwe, dwingender gemeentelijke beleid kan de GGZ nu vasthoudender zijn. Riem Vis spreekt overigens liever van „drang” dan van „dwang”. „Maar het is een feit dat we soms vervelender moeten gaan doen”, geeft hij toe. „Dan sta je om zeven uur ’s morgens bij het bed van een cliënt om te zeggen dat hij moet opstaan om op de zorgboerderij te werken. En ja, dan gromt iemand wel eens.”

Mensen met ernstige stoornissen worden zo nodig intensief begeleid. Iedereen wordt gedwongen om te reïntegreren. „De uitnodiging hiervoor is niet langer vrijblijvend”, aldus Riem Vis. Sander Klaver is „superblij” dat hij nu werkritme op doet en zicht heeft op vast werk. „De GGZ betaalde mijn opleiding tot heftruckchauffeur. Het is allemaal formidabel gelopen.” Hoewel, hij zit nu thuis met een ontsteking in zijn elleboog. Zijn huisarts raadde hem aan rust te houden, maar hij popelt om weer te beginnen. „Als je drie jaar in de bijstand hebt gezeten, heb je genoeg rust gehad.”