Jongensdromen

En? Wat wil jij worden wanneer je groot bent? Vroeger luidde het antwoord op zo’n vraag: brandweerman of politieagent of, in vrome gezinnen, dominee of pastoor. Maar de kleine Maxime Verhagen had andere dromen. Hij zei, toen hij zijn benoeming tot minister van Buitenlandse Zaken in zijn zak had, dat een jongensdroom was uitgekomen.

Het is bemoedigend te zien hoe iemand die door de politieke wol geverfd is, toch nog met frisse moed en zonder cynisme, ja misschien zelfs illusies, aan een nieuwe taak begint – en dat terwijl het succes waarmee hij die taak volbrengen zal, niet zozeer afhangt van de steun die hij in eigen land als wel in het buitenland krijgt.

Dat is immers eigen aan buitenlandse politiek: daarin heb je vooral met buitenlanders te maken. Die moet je zien te overreden, met argumenten of met druk. De greep die minister van Buitenlandse Zaken Verhagen op het buitenland heeft, is per definitie minder groot dan fractieleider Verhagen op de binnenlandse politiek had. Dat heeft niets met de persoon te maken.

Daarbij komt dat hij aantreedt op een ogenblik dat in het buitenland alles in voortdurende verandering is. De zwart-witzekerheden van de Koude Oorlog zijn allang voorbij, hoewel de Nederlandse buitenlandse politiek nog wel, bij gebrek aan beter, vasthoudt aan de erfenis ervan.

Maar het is ontegenzeggelijk dat de kloof tussen de Verenigde Staten, het grote plechtanker tijdens de Koude Oorlog, en Europa (dus ook Nederland) groter is geworden en nog steeds groter wordt. Op zichzelf heeft dit niet veel met president Bush te maken – ook onder Clinton werd die kloof al zichtbaar – maar Bush heeft er, zacht gezegd, weinig aan gedaan haar te verdoezelen.

Welke invloed kan Nederland, in deze omstandigheden, op het Amerikaanse beleid uitoefenen? Als we zien hoe weinig invloed Blair, Bush’ trouwste bondgenoot, op dat beleid heeft gehad, dan is het antwoord: geen enkele. Ook Bot, Verhagens voorganger, voelde zich meermalen gefrustreerd. Ja, erger – toen hij openlijk zei zich door Condoleezza Rice ‘bekocht’ te voelen.

Logisch is het dan het plechtanker in Europa te zoeken. Maar hier is alles ook onzekerheid wat de klok slaat. Het Europa dat met één stem spreekt, is verder dan ooit. De Frans-Duitse motor is stilgevallen en komt, gezien het etatisme van zowel Sarkozy als Ségolène Royal – vergeleken bij wie Chirac modern lijkt, aldus Wolfgang Munchau in de Financial Times – niet zo gauw meer aan de praat. Zelfs de toekomst van de Europese muntunie is onzeker.

Kan Nederland iets aan herstel bijdragen? Ze zien ons aankomen! Nederland heeft zich door zijn neen tegen het grondwettelijk verdrag ongeveer uitgeschakeld. De partners die dit verdrag wél hebben goedgekeurd, zijn niet in de stemming om ter wille van Nederland die procedure terug te draaien. In dit licht bezien, is de eis van het coalitieakkoord dat een nieuw verdrag „zich in inhoud, omvang en benaming overtuigend onderscheidt van het eerder verworpen verdrag” een gotspe. Onder deze hypotheek zal Verhagen moeite hebben zelfs überhaupt gehoor te vinden bij de partners.

Kan Nederland dan misschien steun vinden bij individuele partners? Kort voordat hij minister van Buitenlandse Zaken werd, gaf Bot de raad: „altijd bij de Duitsers aanhaken”, maar het koppel Schröder-Fischer was, anders dan Kohl, niet geïnteresseerd in de kleine buurlanden. Trouwens, al daarvóór had Duitsland ons teleurgesteld: op ‘zwarte maandag’ 1991 had Nederland op Duitse steun voor zijn plannen gerekend. Die bleef uit, en daardoor werd het een zwarte dag voor de Nederlandse diplomatie.

Op het Verenigd Koninkrijk kan nog minder staat gemaakt worden. Thatchers opvolgers, Major en Blair, verzekerden beiden dat Europa voortaan in het hart van hun beleid zou komen te staan. Daar hebben we niet veel van gemerkt. Nog vorige week moest Bot een teleurstelling incasseren: hij had Britse steun verwacht inzake Servië, maar de Britten „hebben niets gezegd”, moest hij vaststellen.

Benelux dan? Dat wordt zo langzamerhand een mantra, waarin de zangers zelf niet geloven. Ook hier is het geen kwestie van gelijk of niet gelijk. De belangen en inzichten van de drie landen lopen gewoon, om culturele en historische redenen, te vaak uiteen. Ook de binnenlandse politiek, vooral in het gespleten België, maakt grotere eenheid onmogelijk. Trouwens, Nederland en Vlaanderen hebben ook niet altijd eenzelfde kijk op de wereld.

Dit is de – nogal desolate – directe omgeving waar Verhagen mee te maken zal krijgen. Maar die omgeving heeft zelf ook een omgeving, waarop Nederlands greep nóg minder groot is. Wat is de toekomst van Rusland, van China, van India? Als we eerlijk zijn, moeten we zeggen: we weten het niet. De opkomst van China en India lijkt onstuitbaar, maar op langere termijn liggen er beren ook op hun weg. Rusland heeft, dankzij zijn energie, Europa al grotendeels in de houdgreep, maar zijn demografische ontwikkeling is catastrofaal. Op korte termijn – en daartoe behoort waarschijnlijk ook Verhagens termijn als minister van Buitenlandse Zaken – kunnen we er echter last genoeg van krijgen.

Dat is de werkelijkheid die zal uitmaken of Verhagens jongensdroom al dan niet bedrog zal blijken. Voorlopig vraagt dit meer om waakzaamheid, nuchterheid en bescheidenheid dan om preken en vergezichten.