Innoveren of afzakken in kenniseconomie

Nederland en Europa moeten innoveren om Azië en de VS te kunnen bijhouden. De onverschilligheid van Europa tegenover technologische ontwikkeling „kan ons duur komen te staan”.

Onderzoeker Albert van den Berg presenteert zijn mini-laboratorium op chip. Foto Eric Brinkhorst 20-2-2007 Enschede UT Mesaplus Nanotechnology Prof.dr.ir.Albert van den Berg Lab on a chip ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

ENSCHEDE, 22 FEBR. - Goed nieuws voor de manisch depressieven. Zodra de nieuwste vondst van enkele knappe koppen van de Universiteit Twente op de markt komt, kunnen deze patiënten – 100.000 in totaal – zich talrijke bezoeken aan de arts besparen.

„Kijk”, zegt onderzoeker Albert van den Berg. Hij legt zijn vinger op een piepklein glazen plaatje. „Zodra de patiënt de vinger kort beweegt, komt een minuscule hoeveelheid bloed via micro-naaldjes in de chip terecht. Het plaatje schuift hij in een kleine, platte doos en even later weet hij precies hoeveel lithium, een medicijn, hij nodig heeft. Dat luistert nauw: te weinig werkt niet, te veel is schadelijk en zelfs dodelijk.”

Aan de werktafel op de zesde verdieping van het universiteitsgebouw in Enschede geeft Van den Berg een inkijkje in de wereld van de toekomst: lab-on-a-chip. Het glazen plaatje is een minilaboratorium op een chip, dat bloedmonsters afneemt en analyses maakt. Aftappen van buisjes bloed bij de arts is niet meer nodig. Patiënten kunnen zichzelf thuis in de gaten houden.

Hoogleraar Albert van den Berg, van oorsprong technisch natuurkundige, werkt met een team van dertig jonge wetenschappers bij MESA+, het instituut voor nanotechnologie. Het is een van de instituten waar Europa het als kenniseconomie van moet hebben, wil het ‘oude continent’ in de wereldwijde concurrentiestrijd met Amerika, Japan en nieuwkomers als Zuid-Korea en China mee kunnen blijven doen.

Reden waarom gisteren in Brussel het Netherlands house for Education and Research, Nether, bij het Schumanplein is geopend door José Manuel Barroso, voorzitter van de Europese Commissie, en Tom de Bruijn, de Permanente Vertegenwoordiger van Nederland bij de Europese Unie.

Om in de wereld van onderwijs en onderzoek in Europa een grotere rol te kunnen spelen, moet Nederland in Brussel beter vertegenwoordigd zijn, zegt Frans van Vught, voorzitter van Nether. Nederland dient ook prominenter aanwezig te zijn in het Europese netwerk van onderzoekers en universiteiten en moet meer financiële middelen zien te krijgen, meent de vroegere rector van de Universiteit Twente, nu actief als lid van het Innovatieplatform van premier Balkenende en als adviseur in de denktank van Barroso.

De internationale ranglijsten houdt Van Vught nauwgezet in de gaten. Welke universiteiten scoren het best? Wie excelleert op het gebied van innovatie? Hoe staat Europa ervoor bij onderzoek en ontwikkeling? En al doet Nederland het op de Global Competitiveness-ranglijst van het World Economic Forum, een prominente Zwitserse denktank, op een negende plaats lang niet slecht, de positie van Europa vindt hij zorgelijk.

Op het gebied van onderzoek en ontwikkeling van nieuwe producten wordt de kloof met de Verenigde Staten en Aziatische landen steeds groter. „Europa raakt zelfs verder achter”, zegt Van Vught en wijst op de 1,9 procent investeringen in 2005 in onderzoek en ontwikkeling tegen ruim 3 procent in de VS. De doelstelling die de Europese leiders in 2000 in Lissabon formuleerden, dat landen 3 procent van het bruto binnenlands product moeten investeren in onderzoek en ontwikkeling, is nog even actueel.

Zwitserland, Finland en Zweden doen het in Europa het best wat betreft investeringen in innovatie. Maar de meeste landen in de Europese Unie moeten er veel harder aan trekken.

„Wie niet vernieuwt, betaalt een hoge prijs”, zei topbankier Floris Deckers van Van Lanschot Bankiers vorig jaar in een rede bij de Universiteit van Tilburg. De onverschilligheid van Europa tegenover technologische ontwikkeling „kan ons duur komen te staan”, zei hij.

Onderzoek en ontwikkeling zijn niet langer gebonden aan een bepaald land. Bedrijven knippen R&D op en besteden het uit. Philips heeft meer onderzoekers in China rondlopen dan in Eindhoven.

„De top moet hoger”, staat in het coalitieakkoord. Het nieuwe kabinet wil flink in onderwijs investeren.

Mee eens, zegt onderzoeker Van den Berg. Hij heeft één wens. „Krijgen excellente onderzoekers nu ook de kans om een aantal jaren iets te ontwikkelen en hoeven ze pas achteraf af te rekenen? Men zou moeten kiezen voor een aantal gebieden, waarop vol gas programma’s worden opgezet. Ook in Europa, zodat we kunnen concurreren met Tokio, Boston en Peking. Ik heb hoge verwachtingen van minister Plasterk, zelf topwetenschapper en uitstekend in staat voor modern onderwijs en onderzoek te kiezen.”

Lees een samenvatting van het World Competitive Report via http://www.weforum.org/en/initiatives/gcp/index.htm