Eigen olie eerst, een veilig gevoel

Sinds een week kennen de VS een bijzonder tankstation.

Maar analisten noemen energy independence een idee van „rechtse imbecielen”.

Amerikanen willen kunnen tanken in de wetenschap dat hun geld niet in het Midden-Oosten terechtkomt. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY AFPLIFESTYLE-US-MIDEAST-OIL-PROTEST This undated handout photo received 15 February 2007 show a "terror-free oil" sign inside a gas station convenience store in Ohama, Nebraska. The first "terror-free" gas station was inaugurated this week in the central US state of Nebraska with the aim of sending a message to Middle Eastern countries thought to sponsor terrorism. The station in the city of Omaha greets customers with large "terror-free" signs and the pumps proudly proclaim that the oil being drawn is "terror-free premium" or "terror-free super". Messages are also plastered inside the convenience store at the station and at other locations to drive home the message that the station only uses oil from Canada and the United States and supports the war on terror. AFP PHOTO/TERROR-FREE OIL/HO/=GETTY OUT= AFP

Buiten kun je kiezen: terror-free super, terror-free ongelood of terror-free biodiesel. Binnen, in het gloednieuwe benzinestation, hangt een grote Amerikaanse vlag. Er liggen geplastificeerde pamfletten over ‘het gevaar dat islam heet’. En diverse stickers, met teksten als terrorist hunting permit en stop financing the terrorists. Over het hoofd van Osama bin Laden dat erop is afgedrukt, staat een rood kruis getekend.

Het is geen grap, dit tankstation in de Amerikaanse stad Omaha, diep in het geografische hart van de VS. De naam is Terror-Free Oil – en dat is van veraf te lezen.

Terror-Free Oil moet een keten worden van tankstations die benzine verkopen, gemaakt uit olie van buiten de Perzische Golf. Of, zoals oprichter Joe Kaufman het vorige week bij de opening van het tankstation zei: „Wij zijn het zat met onze zuurverdiende dollars mee te betalen aan onze eigen ondergang.” En: „Als het even kan, willen we een nieuwe 9/11 voorkomen.”

Dus hangen in Ohama’s nieuwe pompstation schema’s van ‘geldstromen aan islamitische terroristen’. Ook het bedrijfslogo laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het bestaat uit afbeeldingen van Twin Towers én Pentagon, met daaroverheen in grote letters de vluchtnummers van de op 11 september 2001 gekaapte vliegtuigen.

Met zijn radicale opvattingen lijkt Joe Kaufman een zonderling. Wat zegt nou één tankstation, betaald door anonieme geldschieters, in een land waar honderdtachtigduizend tankstations langs de weg staan?

Maar schijn bedriegt. In zijn streven de olie-import uit het Midden-Oosten terug te dringen én milieuvriendelijker energie aan te bieden (biodiesel, korting voor hybride auto’s), heeft Kaufman de Amerikaanse tijdgeest juist perfect aangevoeld.

Die tijdgeest werd ook verwoord door president Bush, die onlangs in zijn State of the Union zei: „Ons land is al te lang afhankelijk van buitenlandse olie. Hierdoor zijn wij kwetsbaarder voor vijandige regimes en terroristen – die voor enorme verstoringen van leveranties kunnen zorgen, de prijs van olie kunnen verhogen en onze economie ernstig kunnen beschadigen.”

Steeds meer economen, politici, kerkleiders, milieuactivisten, ondernemers én xenofoben willen dat de VS zijn energie uit de eigen achtertuin betrekt. Het is een onverwachte coalitie van vroegere opponenten, met een gezamenlijk doel. En dat zie je. Vooral ethanol, een brandstof uit maïs, is aan een opmars bezig. Producenten van ethanol die naar de beurs gingen, zagen de waarde van hun aandeel in twee jaar verdubbelen. Winkelgigant Wal-Mart gaat ethanolbrandstof E85 verkopen. En Goldman Sachs, Wall Streets grootste zakenbank, investeerde vorig jaar 1,5 miljard dollar in bedrijven die nieuwe energievormen ontwikkelen.

Het is niet vreemd dat het begrip energy independence zoveel aantrekkingskracht heeft in de VS. Het land importeert elke minuut voor 400.000 dollar (307.000 euro) aan olie. En de energiebehoefte blijft toenemen.

De milieuvriendelijker energievormen blijven daarbij achter. Ondanks alle aandacht voor ethanol, komt niet meer dan 6,1 procent van alle energieverbruik uit schonere energiebronnen (wind, water) – dertig jaar geleden was dat nog 6,8 procent.

Toen, direct na de oliecrisis van 1973, zei president Nixon al dat Amerika zelfvoorzienend moest worden. Zijn opvolger, Gerald Ford, zette een boete op elk ingevoerd olievat. Sindsdien is de import van buitenlandse olie alleen maar toegenomen. Importeerde het land in de jaren zeventig eenderde van de olie, nu is dat twee keer zoveel.

Overigens is Canada Amerika’s grootste leverancier, direct gevolgd door Mexico. Slechts eenvijfde van de import komt uit het Midden-Oosten. Wel komt nog eens 11 procent uit Venezuela, waar de fel anti-Amerikaanse Hugo Chavéz president is.

Geen wonder dat niet iederéén aanhanger is van het nieuwe energy independence-geloof. Neem Fadel Gheit van Oppenheimer & Co, één van Wall Streets meest vooraanstaande energie-analisten. Hij maakt zich aan de telefoon hoorbaar boos over het onafhankelijkheidsconcept.

Olieconcerns, zegt hij, bepalen het beleid van een terroristisch regime niet. Dus waarom zouden zij gestraft moeten worden? En bovendien: wie bepaalt of een land terroristisch is? Volgt een tirade tegen de regering-Bush en ondernemingen als Terror-Free Oil: „Idioten, dat zijn het. Rechtse imbecielen.”

Terror-Free Oil beweert dat de olie uit ‘niet-terroristische’ landen komt. Maar de praktijk is genuanceerder. Sinclair Oil, de leverancier van Terror-Free Oil, betrekt zijn ruwe olie voornamelijk uit Canada en de VS, zegt regionaal bestuurder Dahlton Kehlbeck. „Maar we kopen óók olie op de New York Mercantile Exchange.”

En op die markt wordt olie van overal ter wereld verhandeld. Kehlbeck: „Ik kan niet garanderen dat daar nooit eens wat tussen zit uit het Midden-Oosten.” Olie op de New Yorkse grondstoffenbeurs wordt niet verkocht per land van herkomst, maar simpelweg per vat.

Kehlbeck is nog vriendelijk. John Bisney, econoom bij de in Washington machtige lobbyorganisatie American Petroleum Institute, noemt het concept van Terror-Free Oil „absurd”. Energie-onafhankelijkheid is volgens hem een „onhaalbaar streven”, nu economieën juist meer verweven raken.

Veel gewone autobezitters zien dat anders. „Ik word regelmatig gebeld door verontruste automobilisten”, zegt Holly Alfano, vicepresident van de belangenbehartiger van Amerikaanse benzinestations, de Petroleum Marketers Association. „Die willen dan weten waar ze kunnen tanken, zonder dat hun geld terechtkomt in het Midden-Oosten.”

Zulke automobilisten wonen ook rond Omaha. Het is een agrarische streek, waar goed wordt verdiend aan de ethanolhausse. Er wonen nogal wat gezinnen van wie kinderen vechten in Irak. Veel bewoners stemmen Republikeins. Zoals Jane Covington, een 32-jarige moeder die in de vrieskou breed glimlachend net haar tank volgooit, à omgerekend 0,44 euro per liter. Eindelijk kan ze iets doen in de war on terror, legt ze uit. „Want ik vind het wel wat eng dat mijn benzinegeld naar terroristen gaat die ons haten.” Maar, zegt ze ook: „Ik blijf hier alleen tanken als ze goedkoop blijven.” Ook principes hebben een prijs.

Lees meer over het tankstation op terrorfreeoil.org.

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Eigen olie eerst, een veilig gevoel (22 februari, pagina 4) staat het bedrijfslogo omschreven van de organisatie Terror-Free Oil. Zo ziet het logo eruit.