Bijna miljard boete voor kartel van liftenbouwers

Fabrikanten van liften en roltrappen in Nederland, Duitsland, België en Luxemburg hebben een kartel gevormd dat in strijd is met Europese wetgeving. Ze moeten samen een boete betalen van ruim 990 miljoen euro. Dat heeft de Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Europese Unie, gisterenmiddag bekendgemaakt.

Het zijn de hoogste boetes die de Commissie ooit heeft opgelegd voor kartelovertredingen. De bedrijven – Otis, Kone, Schindler, ThyssenKrupp en een Nederlandse dochter van Mitsubishi – hebben geknoeid met offertes, onderling projecten verdeeld, prijsafspraken gemaakt en vertrouwelijke informatie uitgewisseld. Dat gebeurde in de periode tussen 1995 en 2004

Otis Nederland, onderdeel van een Amerikaans concern, hoeft geen boete te betalen, omdat het de Commissie heeft ingelicht over het bestaan van het kartel in Nederland. De Commissie was het onderzoek eerder al op eigen initiatief begonnen.

De gevolgen van het kartel zullen nog twintig tot 25 jaar voelbaar zijn. De bedrijven hebben namelijk niet alleen roltrappen en liften geïnstalleerd, maar ook onderhoudscontracten afgesloten die nog jaren geldig zijn. „Daarom moet deze boete de ondernemingen net zo lang heugen”, zei Europees Commissaris Neelie Kroes (Mededinging) gisteren.

De woordvoerder van Kroes zei dat bedrijven of overheden die zich gedupeerd voelen nog eens goed naar hun onderhoudscontract moeten kijken. „Ze zouden kunnen proberen daarover opnieuw te onderhandelen in het licht van deze beslissing. Of ze zouden naar de rechter kunnen stappen en een schadeloosstelling eisen. Of dat lukt, zal afhangen van nationale wetgeving.”

Ook de roltrappen en liften in het gebouw in Brussel waar de leden van de Europese Commissie werken, zijn geleverd door het kartel.