Baby’s op één ziekte minder gescreend

Bij de hielprik die baby’s na de geboorte krijgen, wordt voorlopig niet meer getest op de stofwisselingsziekte tyrosinemie type I. Demissionair staatssecretaris Clémence Ross (Volksgezondheid, CDA) heeft dat besloten. De test gaf, als gevolg van een nieuwe manier van testen, te vaak ten onrechte aan dat de baby de ziekte onder de leden kon hebben. Een foutieve uitslag leidt bij ouders tot onnodige ongerustheid, aldus Ross. Ze volgt met haar besluit het advies van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) op.

Ook bij een andere stofwisselingsziekte, galactosemie, was dit het geval. Maar dat kan waarschijnlijk worden opgelost door een extra laboratoriumtest. Daarmee wordt nu een proef genomen, zo heeft Ross de Tweede Kamer vandaag in een brief laten weten. Op deze ziekte blijft wel getest worden.

Bij de hielprik wordt vier tot zeven dagen na de geboorte bloed van de baby afgenomen, met een prikje in de hiel. Sinds januari van dit jaar wordt aan de hand daarvan getoetst op de aanwezigheid van zeventien ernstige ziektes. Voorheen werden baby’s op drie ziektes gecontroleerd.

Tyrosinemie is een erfelijke aandoening die jaarlijks gemiddeld bij één kind in Nederland voorkomt. De nieuwe manier van testen levert veel meer zogeheten fout-positieve uitslagen op. Als er een betere test beschikbaar is, zal het hielprikbloed weer op de ziekte worden onderzocht.