Vrijman Fonds is in het nauw

Het ministerie van Buitenlandse Zaken beëindigt de financiering van het Jan Vrijman Fonds. Dit fonds is de ontwikkelingstak van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA), waaruit subsidies worden verstrekt aan documentairemakers in ontwikkelingslanden.

Buitenlandse Zaken was vanaf de oprichting van het fonds in 1998 een van de belangrijkste financiers. Door een wijziging van de formele eisen ziet het ministerie zich gedwongen de subsidie aan dit culturele fonds – met jaarlijks 80.000 euro goed voor tweederde van het hele fonds – stop te zetten, zoals het ook de subsidie aan het vergelijkbare Hubert Bals Fonds van het Rotterdams filmfestival wil beëindigen.

De nieuwe regels eisen dat de fondsen de doelmatigheid van hun subsidies kunnen uitdrukken in economische groei – van geld of werkgelegenheid. De fondsen hadden aangevoerd dat, in tegenstelling tot andere vormen van ontwikkelingshulp, de ontwikkeling van een filmmaker, het succes van een film en de invloed hiervan op de lokale filmindustrie niet makkelijk vallen uit te drukken in harde cijfers.

Beide fondsen hadden op deze gronden bezwaar aangetekend tegen het besluit van Buitenlandse Zaken. Het bezwaar van het IDFA is inmiddels ongegrond verklaard. Bij het Rotterdams filmfestival hadden ze bij het ter perse gaan van deze krant nog geen uitsluitsel over het Hubert Bals Fonds.

De kwestie is ook nijpender voor het Jan Vrijman Fonds, aangezien de financiering van Buitenlandse Zaken tot vorig jaar doorliep. Het Hubert Bals Fonds krijgt nog geld van het ministerie tot en met 2008.

Het ministerie heeft onlangs nog onderstreept dat culturele initiatieven zoals die van het Jan Vrijman Fonds in hoge mate bijdragen aan de ontwikkeling van zelfstandige, pluriforme samenlevingen. Desondanks is de aanvraag afgewezen