Verboden te lachen in streng Almeers theater

De trap van het nieuwe kunstcentrum Kunstlinie in Almere. Foto NRC Handelsblad, Leo van Velzen Almere, 15-02-07. In- en exterieur van het Kunstencentrum Kustlinie aan het Weerwater te Almere. Foyer zijkant. Foto Leo van Velzen NrcHb. Velzen, Leo van

Gebouw: Kunstlinie (theater en kunstencentrum) in Almere. Architecten: SANAA. Opdrachtgever: Gemeente Almere/Ballast Nedam Bouw Speciale Projecten. Ontwerp: 1998-2004. Oplevering: 2007. Bouwkosten: 72 miljoen euro.

Van verre, vanaf de overkant van het Weerwater, oogt de Kunstlinie, het nieuwe theater annex kunstencentrum in Almere, als drie kubussen; twee kleine en een grote. Ze vallen niet op te midden van de woontorens, de scheve hoteldoos, de pop-‘blob’ en andere gebouwen die de afgelopen jaren zijn neetgezet om het nieuwe centrum van de jongste polderstad te vormen.

Het door het Japanse architectenbureau SANAA ontworpen theatergebouw is niet het landmark geworden dat Almere zo goed kan gebruiken. Hoewel de ligging aan en op het water er om schreeuwt, hebben SANAA-architecten Kazuyo Sejima en Ryue Nishizawa niet gekozen voor een opvallende sculptuur zoals het Operagebouw in Sydney, maar voor onopvallendheid. Wie, staande aan de overkant, zonder enige voorkennis zou moeten zeggen waartoe de grijze kubussen dienen, zou een klimhal of iets van dien aard noemen.

Van dichtbij bezien blijken de kubussen wel ongewoon mooi en verfijnd. Grote betonnen platen en enorme glasvlakken vormen ongelooflijk strakke, pure dozen. Deze puurheid bracht met zich mee dat de entree tot het theater niet mocht opvallen of uitsteken. Theaterbezoekers moeten naar binnen door een paar smalle glazen deuren in een ook al glazen façade, alsof ze een filiaal van de Blokker betreden.

Binnengekomen ontdekken ze dat ook het interieur in het teken staat van een buitengewoon streng minimalisme. De kolommen in de hal van waaruit de bezoekers naar het kunstencentrum of naar het theater kunnen gaan, zijn bijvoorbeeld zo dun dat je je zorgen begint te maken over hun draagkracht. Ook kent het interieur eenzelfde consequente rechthoekigheid als het exterieur. Het kunstencentrum, met ruimtes voor muziek- en schilderles, tentoonstellingen en twee kleine zalen, bestaat uit een opeenvolging van strikt rechthoekige ruimtes.

Wonderlijk genoeg wordt het zicht op het Weerwater de bezoekers van de grote theaterzaal van ruim 1.050 plaatsen onthouden. De foyer van de grote theaterzaal is niet op het water maar op de ‘boulevard’ georiënteerd. Terwijl een van de charmes van bijvoorbeeld het nieuwe Muziekgebouw in Amsterdam is dat het publiek vanuit de rondgangen een prachtig uitzicht heeft op het water van het IJ, krijgen de Almeerse theaterbezoekers niet het Weerwater te zien. Ze moeten het doen met het helblauwe water van de kolossale bontgekleurde wandschildering van Michael Lin die een hele wand in de foyer beslaat.

Samen met een paar fel rood-oranje bankjes in het kunstencentrum zorgt de wandschildering nog voor een beetje kleur in gebouw. Verder overheersen de nonkleuren wit, grijs en zwart. In de grote theaterzaal, bijvoorbeeld, zijn de wanden bekleed met zwart metalen platen. Balkons heeft de zaal niet: de hoger gelegen plaatsen zijn geplaatst in loggia’s, zodat de zuiverheid van de rechthoekige zaalvorm niet wordt verstoord.

Zo is de grote zaal net zo sober, ingetogen en zuiver als de rest van het gebouw. Dit compromisloze minimalisme dwingt bewondering af, zeker ook omdat het schitterend is uitgevoerd. Maar het zorgt er ook voor dat het nieuwe theater van Almere een zwaar geval van dode-vissen-architectuur is geworden: de strikte rechthoekigheid, de terughoudende, uiterst beschaafde vormgeving en de overheersing van niet-kleuren zorgen voor een diepe ernst die de grens naar gereformeerde vreugdeloosheid heeft overschreden. Het Almeerse theater zucht onder de tirannie van de geometrie: een avondje mag er vooral niet feestelijk zijn.